Weblog Leo Fijen: Trappist in Westvleteren

VAN IEMAND TOT NIEMAND

Vlakke en verlaten land Westvleteren
De mooiste plek om het klooster van een afstand te zien, is de Mariakapel aan het eind van het zandpad. Dat pad begint bij de prachtige poort van de brouwerij en loopt parallel aan de graanvelden recht op Maria af. Toen ik me de eerste keer omdraaide, wist ik niet wat ik zag. Voor me lag het vlakke en verlaten land van Westvleteren, aan de horizon schitterden de robuuste gebouwen van de brouwerij en daarachter verscholen moest de Sint Sixtusabdij van Westvleteren liggen.

Verborgenheid van de abdij
Het was en blijft de mooiste plek, maar echt veel zien deed ik niet. Ik voelde dat hier om alles heen bijna een geheimzinnige sfeer hing en vroeg me af of dat door de zeelucht kwam, door de verlatenheid van de streek of door het samenvallen van klooster met het landschap. Ik denk dat alles van invloed is, maar werd zelf het meest geraakt door de verborgenheid van de abdij in de verlatenheid van Westvleteren. De gebouwen lijken te verdwijnen in het vlakke land, het klooster lijkt teruggegeven aan de aarde.

Respect voor de schepping
Die woorden blijven in mijn hoofd hangen wanneer ik de volgende dag met de cameraman Ron van der Lugt, geluidsman Arie van der Steen en verslaggever Teun-Jan Tabak de brouwerij binnenstap. Die is gelegen in de gebouwen van een oude boerenhoeve. Het doorleefde van de opstallen, de kasseien van de binnenkoer en de karaktervolle uitstraling van het geheel bevestigen het beeld dat dit bier op ambachtelijke wijze wordt gebrouwen. Als ik de ketels zie, ontdek ik de moderne techniek van een computergestuurde brouwerij. Dat is gelukkig maar de halve waarheid. In deze stokoude gebouwen komen er ook nog mensenhanden aan te pas om het bier tot het beste van de wereld te maken. En de natuur wordt alle tijd gegeven om het bier te laten rijpen. Er is zoveel respect voor de schepping dat er soms geen bier geleverd kan worden.

Met beide voeten op de aarde
Brouwmeester broeder Benedict kan mijn gedachten lezen. Het bier wordt gebrouwen met respect voor de natuur, vertelt hij om daar nog aan toe te voegen: 'Ook wij monniken staan met beide voeten op de aarde, wortelen met onze spiritualiteit in de aarde. Dat houdt ons bescheiden. We mogen dan wel het beste bier ter wereld brouwen, we blijven beperkt en bescheiden als mens en kunnen alleen op die manier openstaan voor de ander en de Ander".

Meer dan ons product
Ik ben onder de indruk van zijn bescheidenheid en deemoed. De abdij ligt verscholen in het vlakke land, het bier wordt ambachtelijk gebrouwen met respect voor de gang van de schepping en de trappisten zelf beseffen dondersgoed dat ze in deze verlatenheid ook van de aarde zijn. Ze weten daarom ook dat het in dit leven niet gaat om presteren en produceren, maar om het totale menszijn. Ze willen groeien als mens, ze willen geraakt worden door God en ze willen daarom niet meer produceren aan bier dan mensenhanden kunnen brouwen. Ze werken om mens te kunnen zijn, ze werken niet om steeds meer geld te kunnen verdienen. Ze wijken dus niet voor de verleiding van de commercie. 'Want we zijn meer dan ons product', zegt Benedict.

Noem me maar broeder Manu
Deze woorden sluiten naadloos aan bij het verhaal van vader abt Manu van Hecke. 'Noem me maar broeder Manu', vraagt hij aan de hele ploeg. Weer die deemoed en de bescheidenheid, weer die relativering. Broeder Manu is de meester van de relativering. Hij geeft me een lesje cultuurkritiek. 'We leven in een tijd dat alles draait om ons ego, om ons ik, om onze ervaringen. Deze tijd leeft van de persoonlijke ervaringen en zoektocht. Maar wij leven juist het tegenovergestelde: niet ik bepaal, maar mij wordt gegeven, zomaar, om niets. We hoeven niet zoveel te doen, we moeten zo leven dat we kunnen ontvangen. Niet van mezelf, maar van God. Dat geschenk kost niets, wordt ons zomaar gegeven en maakt vrij', aldus broeder Manu.

Roepingsverhaal
Hij illustreert deze woorden later met zijn persoonlijke roepingsverhaal. Hij was leraar filosofie, hij maakte carrière, maar werd geraakt door het kloosterleven. Toch duurde het nog even voordat hij echt gehoor gaf aan de roepstem in hem. Hij legt uit: 'Ik was iemand als leraar filosofie, ik stelde maatschappelijk wat voor, maar nu werd ik in de ogen van de samenleving niemand. Nu weet ik: misschien moest ik wel niemand worden om te kunnen ontvangen, om de liefde van God tot me te nemen".

Mezelf uit handen geven bij Maria
Alles wat hij zegt, wat hij uitstraalt, deze broeder Manu, staat haaks op onze cultuur. Dat beseft hij als geen ander. Ik vraag hem wat zijn lievelingsplek is. Hij wijst me het pad van de brouwerij door de graanvelden. 'Ik loop daar graag, op het eind van de dag. Juist in de verlatenheid, ik wil er geen gasten tegenkomen. Ik ben dan één met het verlaten land. Ik weet weer wie ik ben, van de aarde. En ik kan niet anders dan mijn handen te openen en te bidden bij Maria. Mezelf uit handen geven, bij Maria onder de boom in het open veld', aldus broeder Manu die in zijn spiritualiteit werkelijk geaard is.

Vrijheid
Ik ben terug bij het begin van het verhaal. Terug bij het pad door het graanveld. Ik heb hier geleerd dat alles hier deemoed, bescheidenheid en aardsheid ademt. De abdij, het bier, de monniken en het land. Ik mag met eigen ogen zien dat in deze verlatenheid en verborgenheid de echte vrijheid kan gloren. De vrijheid om alleen maar te mogen ontvangen, de vrijheid om alles uit handen te geven, van iemand niemand te worden en zo open te worden voor de ander en voor God.

LEO FIJEN