Weblog Leo Fijen: Norbertijn in Averbode
Opgetild wordenIeder mens verlangt er naar dat alles stroomt in het leven, dat er van die momenten zijn dat alles vanzelf gaat, dat alles zomaar gegeven wordt en geen moeite lijkt te kosten. Ieder mens leeft van deze genade, van deze tijd die geen seconden, minuten, kwartieren en uren lijken te kennen, die over alle grenzen van tijd en plaats heen kunnen gaan, die het diepste in een hart raken: opgetild worden en vrij zijn van alles wat iedere dag de aandacht vraagt en tegelijk dieper dan ooit in het leven doordringen. Die stroom is het volmaakte evenwicht tussen aandacht en concentratie aan de ene kant en loslaten en ruimte scheppen aan de andere kant.
Vragen en verdriet
Het was lang geleden dat ik dat stromende gevoel herkende en kon benoemen. Het leek wel alsof het was verdwenen in en om me na de dood van mijn vader. Iedere dag was een gevecht, ieder uur was een confrontatie met mezelf, iedere morgen, middag of avond moest ik alleen maar praktische vragen beantwoorden. Wat doen we met het huis, hoe regelen we de financiële zaken, wanneer komen we als broer en zussen bij elkaar om alles door te spreken? Allemaal vragen die ik moet beantwoorden, nu ik ruim een jaar na het overlijden van mijn moeder ook mijn vader moet missen. En die vragen komen boven op het verdriet dat ik in me weet. En dat verdriet komt op de gekste momenten bovendrijven: wanneer ik met Pinksteren in de kerk zit en mijn ouders mis, als ik in Rome het Limburgse volkslied hoor en aan mijn vader moet denken, wanneer ik in het buitenland ben, als altijd een kaart wil sturen naar mijn ouderlijk huis en weet dat dit nooit meer hoeft.
Hoe lang?
Het verdriet en al die vragen die op me af komen, benemen me de adem en zuigen alle energie en levenskracht uit me. Ik vroeg me af wanneer ik weer de ruimte zal krijgen om diep in mijn hart geraakt te worden door de onbekommerde levensvreugde en de voor niets gegeven verwondering. Ik dacht dat het nog wel een tijd zou duren. Want ik merkte aan alles dat het geregel en het verdriet nog aan de oppervlakte van al mijn gevoelens liggen.
Averbode
Averbode is het monumentale klooster van de norbertijnen. Toen ik twee weken geleden de prachtige abdij uit de verte zag opdoemen, moest ik slikken. De toren die omhoog steekt uit de bossen, de aanblik van een prachtig kasteel, de tuinen die doen denken aan het beloofde land, de poort die de wereld echt achter me laat: dat allemaal deed me slikken. Ik werd er stil van en vroeg me af of in deze overdadige omgeving ik de stilte en de verwondering zou kunnen vinden. Ik vroeg me ook af of ik hier gevonden kon worden door de zorgeloosheid en de tijdloosheid. Ik wist het eigenlijk al zeker: deze abdij was te groot voor mijn kleine zorgen, mijn kleine verdriet en mijn alledaagse vragen.
Kippen
En toch gebeurde het, niet in het klooster zelf. Voorbij de monumentale buitenkant, verborgen tussen tuinen en boerderij, mocht ik hier in Averbode beleven dat ik weer alles voelde stromen in mijn leven. Het werd mij gegeven door de abt die eigenlijk geen abt wil zijn en in geen enkel opzicht de indruk wekt de vader van allen te zijn. Jos Wouters is nog maar een jaar abt van deze boeiende gemeenschap, maar is altijd trouw gebleven aan zijn hobby: kippen. De abt houdt kippen, wilde kippen, schuwe kippen, mooie kippen. Daar bij het voeren van de kippen, in alle vroegte, begon hij te vertellen. Hij deed dat lachend, verlegen, zwijgend, het hoofd naar beneden. Hij vertelde over zijn liefde voor kippen. Want deze dieren verstaan de kunst om elke dag opnieuw te kunnen beginnen. Ze zijn onverschillig naar ons mensen, maar ze leren ons de belangrijkste les: die van de onbezorgdheid en verwondering. Iedere dag is nieuw, doet verlangen naar nieuwe kansen. Jos Wouters lachte, strooide met voer, keek in de zon en liet in zijn hart kijken.
Geluk
Was het het vroege uur, was het het niemandsland van de kippen, was het zijn kiespijn? Hier stond een boer met kiespijn die filosofeerde over het leven. En over het geheim. Als dat dichterbij kwam, begon hij te lachen. Over God kon hij niet praten, alleen maar verlegen lachen. Dat was voorbij de woorden, voorbij alle begrippen. Een lachende boer met kiespijn die ook nog eens abt is, hij brak alles los in me. Voor het eerst in maanden was ik volledig bij de les, zag ik elke korrel voor de kippen en werd ik in het gesprek gezogen. Maar tegelijk zweefde ik, hoefde ik niet te denken, liet ik het allemaal gebeuren en was ik vrij van alles wat op me op drukte. Ik was gelukkig daar bij die kippen. Alles stroomde om en in me. Ik was in de tijd en op de plek, maar tegelijk was ik nergens. Dat is geluk, dat werd me gegeven door die bescheiden abt, Jos Wouters.


