Weblog Leo Fijen: Trappist in Berkel-Enschot

JONGE ZACHTE VADER GEDRAGEN DOOR DE GEMEENSCHAP

Bernardus Peeters
Hoe kun je vader zijn van een abdij als je nog maar 38 jaar bent en ook nog eens de jongste van alle trappisten? Met die vraag reisde ik midden juni naar Koningshoeven, het klooster dat in het grensgebied tussen Tilburg en Berkel-Enschot ligt. Want op deze plek die in de verte al te herkennen is aan de drie torens en die op haar mooist is vanuit de tuinen aan de achterkant, is Bernardus Peeters sinds eind vorig jaar de nieuwe abt. De geboren Limburger is ongetwijfeld de juiste man op het juiste moment en heeft voor het vaderschap kunnen oefenen als prior van deze gemeenschap. Jarenlang was hij de zachtaardige tweede man achter de strakke en soms ook strenge leiding van Korneel Vermeiren. De monniken hebben bewust gekozen voor een broeder die midden tussen hen in staat, zijn armen om ieder heen slaat, goed kan luisteren en als jonge vader een wervende uitstraling heeft op alle gasten die een paar dagen langskomen voor rust, ritme en stilte.

Wijze trappist
Maar kan hij met de vuist op tafel slaan? Is hij in staat de gehele gemeenschap een weg te wijzen naar de toekomst? Heeft hij de power om zijn stem te laten horen in de kerk van deze tijd? Ik ken Bernardus al heel wat jaren en twijfel geen moment. Ik heb vertrouwen in deze wijze en bescheiden trappist en word daarin bevestigd door alle interviews die verschenen na zijn keuze tot abt. Hij steelt mijn hart als hij in een mooi interview met het Brabants Dagblad zegt: “God is een magneet, ik kom er telkens bij uit”. Hij mag dan bescheiden en zachtaardig zijn, hij weet wel wat hij wil. Hij is duidelijk over zijn katholieke wortels en de behoefte aan identiteit in onze samenleving vandaag. “Religie is niet verdwenen, maar de georganiseerde religie is marginaal geworden. Dat is deels aan onszelf te wijten. Op gevels van scholen verdwijnt het woord katholiek, omdat men bang is uitgelachen te worden. Ik pleit niet voor streng katholieke scholen, maar nu mag zelfs de inspiratiebron er niet zijn. Een kapel mag geen kapel heten, maar wordt stiltecentrum genoemd. De katholieke identiteit verdwijnt”, constateert hij tot zijn spijt.

Kracht van gemeenschap
Als ik drie dagen met Bernardus optrek, merk ik meer en meer dat hij geen vuist nodig heeft om op tafel te slaan. Hij heeft een zachte stem maar laat toch de kracht horen van zijn innerlijke overtuiging. Dat blijkt als hij vertelt over het moment dat hij als jonge jongen geraakt werd door de abdij van Koningshoeven toen hij bij toeval overnachtte in het klooster en in de ochtend over het terrein van de bierbrouwerij liep. “Ik zag in de brouwerij de leefregel geschreven op de muur: ‘Dan zijn zij waarlijk monnik als zij leven van hun handen’”. Dat raakte Bernardus diep: hij wilde en wil ook met zijn handen werken en leven van de liefde en de trouw van de gemeenschap. De nieuwe abt is daar helemaal niet zacht in, hij gelooft heilig in de kracht van de gemeenschap.

Trouw
Ik ken hem al jaren en ik weet dat hij in die gemeenschap geloofde toen er nog maar tien monniken waren. Hij is trouw gebleven, hij is hard in zijn zachtaardige geloof, hij heeft kracht in zijn trouw aan de medebroeders. En hij heeft gelijk gekregen: de abdij is gegroeid en telt binnenkort het dubbele aantal monniken: 20. Hij is beloond in zijn trouw en benadrukt in ieder gesprek bij de tv-opnamen de kracht van de gemeenschap. Daarom kan deze zachte en bescheiden Limburger toch vader abt zijn. Omdat hij gedragen wordt door de gemeenschap, omdat alle broeders buigen naar de nieuwe abt en hun handen in zijn handen leggen. Omdat de vorige abt van 68 jaar op de knieën gaat voor de jongste broeder die zijn zoon had kunnen zijn. Omdat alle broeders de nieuwe abt omhelzen als de zegen over zijn nieuwe taak is uitgesproken.

Kwetsbaarheid
Ik mocht dat allemaal van dichtbij meemaken en weet nu dat zachtheid en kwetsbaarheid de jonge abt tot een prachtige vader maken, omdat hij gedragen wordt door de hardheid en stevigheid van de communiteit. Daarom kan Bernardus Peeters huilen als hij in de plechtigheid van de zegen over de abt het woord richt tot zijn overleden vader in de hemel. Daarom kan de nieuwe vader in alle openheid vertellen dat hij bij het overlijden van zijn eigen vader faalde tegenover zijn eigen broer. Daarom neemt hij de tijd om te groeien in zijn rol als vader van de monniken. En als het hem allemaal teveel wordt, dan zoekt hij de luwte van de begraafplaats op. Daar zoekt hij de kracht van zijn gestorven medebroeders om hem nieuw leven te geven. Daar vindt hij weer de ruimte om zacht en kwetsbaar te durven zijn en daardoor trouw aan zichzelf. Als ik afscheid van hem neem, zeg ik hem dat ik veel geleerd heb. Maar de belangrijkste les is de trouw van de gemeenschap die juist de abt de kans geeft zichzelf te zijn: een aardige, zachte en wijze jonge vader.

LEO FIJEN