Weblog Leo Fijen: Norbertijn in Grimbergen
“Langzaam in het spreken en vlug in het luisteren”
Wenen of zingen
Ik wil zingen en ik wil wenen. En dat gaat niet samen, fluistert hij met een gebroken stem. Gregoriaans zingen, het is zijn lust en zijn leven, hij doet
niets liever, maar hij kan soms niet meer verder, kan de noten en de woorden niet uit zijn mond krijgen. Puur verdriet, nog meer boosheid, eenzaamheid ook: hij moet er op de gekste momenten van
wenen. Soms kan hij ook niet meer praten. Dan vertellen de tranen zijn verhaal verder.
Wereldser dan een kloosterling
Gereon van Boesschoten, gebruind gezicht, bijna 50 jaar norbertijn van Grimbergen, parochiepriester ook. Hij fietst liever dan dat hij wandelt, dat zegt alles over hem. Deze norbertijn leeft
sneller dan het kloosterritme, praat rapper dan de vlotste babbelaar, oogt jonger dan zijn 68 jaar en ziet er wereldser uit dan de meeste kloosterlingen. Hoe krijgt hij dat voor elkaar? Wat
doet hij om in dit drukke bestaan van parochiepriester in een plaatsje van 32.000 zielen de rust en de stilte van zijn hart te vinden? Waarom slaagt hij er wel in om op tijd de accu op te
laden, terwijl heel veel mensen in onze tijd daar geweldig veel moeite mee hebben en gauw opgebrand zijn?
Zijn hart niet genaderd
Ik kom al gauw letterlijk met de deur in huis vallen, maar nader niet zijn hart. Ik vraag hem het hemd van zijn lijf, maar kom niet in de buurt van
zijn rust en stilte. Hij heeft de gave van het woord en de wijsheid van bijna een halve eeuw kloosterleven. Dus hij benadrukt terecht de betekenis van de gemeenschap van norbertijnen die hem op
adem laat komen, hij verwijst naar het ritme en de structuur van het gebedsleven dat hem ruimte geeft om God te zoeken en hij spreekt over zijn parochie die hem bevestigt en draagt in zijn
opdracht om God bij de mensen en de mensen bij God te brengen. Hij lijkt werkelijk gelukkig, want hij wordt op handen gedragen en is op zijn plaats in Grimbergen omdat hij daar een druk
parochieleven met de bezinning en stilte van de abdij kan combineren.
Het verlies van een vriend
Maar ik nader niet zijn hart. Dat gebeurt pas wanneer hij aan het eind van de dag dat doet waarvoor hij geboren is. Hij zingt dan uit zijn hoofd
en met zijn hart, hij durft stiltes te laten vallen, hij lijkt helemaal in zichzelf gekeerd en hij heeft niets meer van die vlotte babbelaar. Hier staat een contemplatieve norbertijn die al
jaren furore maakt met het zingen van het Gregoriaans. Hij zingt dat eeuwenoude woord van God naar de mensen toe en hij maakt zijn eigen hart daarmee leeg voor God. En God heeft hij meer dan
ooit nodig, zo blijkt luttele ogenblikken later als hij naast me komt zitten en het grote verdriet van zijn hart toont. “Heb je gehoord wat ik vanmorgen vroeg moest voorzingen? Met
vreugde begroeten we deze dag. Ik kan het bijna niet zingen, want ik ben niet blij”, zo laat hij zijn kwetsbaarheid zien. Maar helpt het zingen dan juist niet, vraag ik hem.
“Nee”, klinkt het meteen uit zijn mond. “Ik zing de regels en de melodie, maar mijn hart zingt niet mee. Ik kan niet zingen, omdat mijn hart weent. Ik heb verdriet omdat een
maand geleden uit onze communiteit een broeder moest vertrekken die hier graag voor altijd wilde blijven. Hij was hier al vijf jaar, hij was als een zoon voor me. Hij heeft niet de toestemming
gekregen om zijn eeuwige professie te doen, hij moest weg. Ik verlies een vriend, ik voel me als een vader die zijn zoon verliest. Meer wil ik er niet over zeggen”.
Hoe houd je het vol?
Ik was naar Grimbergen gekomen met de vraag hoe Gereon van Boesschoten in het hectische bestaan van parochiepriester de rust van de kloosterling, die
hij ook is, weet te bewaren. Ik ben er nog niet eens een dag of ik weet zeker dat mijn bezoek om een andere vraag draait. Hoe houd je het vol als je lijdt aan je verdriet? Wat kun je doen als
verdriet, eenzaamheid en boosheid zo toeslaan in je leven? Het duizelt me als ik de norbertijn later door de straten zie lopen en geen verdrietige kloosterling ontwaar. Integendeel, ik kijk
naar een gedreven Nederlander die populair is in Grimbergen en die hier zijn geluk heeft gevonden. Een begroeting hier, een kwinkslag daar, een blondje Grimbergen op het terras en een
ziekenbezoek op de vrijdagmiddag. Hij is geknipt voor het pastoraat, heeft de Vlaamse tongval en is trots op Grimbergen. Een oase van groen en kleinschaligheid temidden van het verstedelijkte
gebied tussen Brussel en Mechelen, een abdij met oude papieren die teruggaan tot 1128 en van deze plek heilige grond maken, een parochiekerk die in 2000 verheven is tot basiliek en die aan het
marktplein ligt: dat is allemaal Grimbergen.
Niet kapot te krijgen
Het duizelt me omdat hij er zo goed in slaagt zijn verdriet niet te tonen in zijn werk als parochiepriester. Hoe doet hij dat? Wat is zijn diepe bron die hem energie blijft geven en het leven
werkelijk doet stromen? Waarom wordt hij geen bitter en teleurgesteld mens? Is het de jongen in hem die gelukkig altijd een beetje kind is gebleven? Ik zie hem vlak voor het vallen van de avond
nog in korte broek door het luik van de toren van Grimbergen klauteren, een triomfantelijke lach op zijn gezicht. Hij is niet kapot te krijgen, niet door zijn werk, ook niet door zijn verdriet.
Moeiteloos neemt hij na een vermoeiende dag nog 320 treden en zingt hij op 60 meter hoogte het mooiste Marialied naar de hemel toe.
Ik kan slechts leven
Bent u hier nou dichter bij God, vraag ik hem boven op de toren. Nee, juist niet, weet hij beslist. God is niet in de wolken maar in de ontmoeting tussen mensen. Mensen maken voor elkaar het
leven tot een hemel en een hel, zij kunnen God hier in Grimbergen tot leven laten komen. Maar net zo vaak is het een hel, ook in mij. Dan heeft de duivel het voor het zeggen en verlaag ik me er
toe om kwaad te spreken van een ander of te roddelen. Ook ik ontkom er niet aan vaak alleen maar de buitenkant van mensen te zien. Ik kan slechts leven, en dat is mijn grote troost, omdat God
wel weet wat er in het hart van iedere mens en dus ook in mijn ziel leeft.
Teken voor de mensen
‘Ik zocht U zingend in mijn jeugd en vond Uw Liefde zonder grenzen’, zo begint Gereon in alle vroegte op zaterdag de lauden met zijn
broeders. Heeft u God gevonden in uw leven, vraag ik hem een half uur later in een lege basiliek. Het is de tekst uit psalm 71, het is bijna letterlijk zijn levensverhaal. ‘En door Uw
Vreugde aangeraakt, werd ik een teken voor de mensen’, herleest hij nog eens hardop de regels van deze psalm. Hij breekt weer, vecht tegen de tranen en herneemt zich. Later die dag heeft
hij zijn verdriet beter onder controle en geeft hij me een kaart. Hij wil me laten zien hoe hij het volhoudt: door de ontmoetingen met mensen die hem de ogen van God laten zien.
Energie
Ik lees later op mijn kloosterkamer de tekst van de kaart. De handgeschreven woorden zijn van een vrouw die na een echtscheiding 13 jaar lang in haar eentje de
kinderen heeft opgevoed, Gereon dankt voor de troost van zijn vieringen in het Gregoriaans, blij meldt dat haar nieuwe vriend graag meegaat naar de basiliek van Grimbergen en tenslotte vraagt
of Gereon voor haar wil bidden bij Maria omdat ze aan haar voet geopereerd wordt. De tekst komt recht uit het hart en geeft antwoord op de vraag waar hij zijn energie vandaan haalt na zoveel
verdriet. Uit de ontmoetingen met mensen die beelden van God laten zien, uit de hemel op aarde die mensen zelf maken.
Boosheid
Het is nog steeds vroeg in de morgen als Gereon de volgende regels van de psalm leest: ‘Want Gij alleen kunt troosten wie geen tranen heeft’. Tranen
heeft hij niet meer, daarvoor heeft hij teveel geweend. Zijn stem schiet soms ook tekort om zijn verdriet weg te zingen. Er zijn dagen dat hij ook niet meer kan bidden voor roepingen. En op de
gekste momenten – na het ontbijt, bij een blondje Grimbergen op het terras, tijdens de voorbereiding van een huwelijk – komt de boosheid bovendrijven.
Bij de mensen
En toch houdt hij het vol om er voor de mensen te zijn. Ik mag dat van nabij meemaken als hij de communie komt brengen bij een vrouw die al twee jaar op bed ligt. Waarom ik, vraagt de vrouw.
Gereon luistert vooral en bidt op indringende wijze om steun en kracht. Ik zie het ook als hij op vrijdagavond in de Veldkantkapel de boeren en buitenlui een hart onder de riem steekt.
Verscholen tussen de velden ligt daar idyllisch deze kleine kerk uit 1883 die alleen in de zomer open is. Hij praat met de dorpelingen, viert de eucharistie en zingt het mooiste Marialied dat
ik ooit hoorde: ‘Lief Vrouwke, ik kom niet om te bidden, maar om een poos bij u te zijn. Ik heb u niets te vragen, niets te geven, deze dag. Ik bezit alleen de grote vreugde dat ik u
bekijken mag.’
Wat een leven dat stroomt!
Gij alleen kunt troosten wie geen tranen heeft. Gereon van Boesschoten wordt echt getroost door God, haalt zichtbare vreugde uit een lied voor
Maria en zingt op zondag voor een volle kerk zijn dank in het Gregoriaans naar God toe. Hoe houd je verdriet vol? Waarom slaagt hij er ondanks alle boosheid en teleurstelling in om de accu op
te laden? Omdat hij door alle tranen heen de weg naar de bron altijd weet te vinden. Ik zit op zondag temidden van het kerkvolk en zie hem het koor en de gelovigen dirigeren. Wat een overgave,
wat een plezier, wat een leven dat stroomt! Ik kan een gevoel van bewondering niet onderdrukken en word echt even opgetild door de prachtige gezangen die hemel en aarde verbinden. Na afloop
komt Gereon van Boesschoten handen tekort om kerkgangers te groeten. En in alle drukte vraag ik hem wat zijn boodschap voor de kijkers is op die ene vraag: wat moet je doen om het verdriet vol
te houden? “Langzaam in het spreken en vlug in het luisteren, zegt de Heer tot ieder van ons. Hij draagt ons in alles, vrede aan allen”, schrijft hij op de ansichtkaart van de abdij
en de basiliek. Een paar uur later zit hij in zijn eentje in de tuin, bessen plukken. Dan ben ik alleen met God, kan ik alles tegen hem zeggen en hoort Hij wat er in mijn hart speelt. Dan zwijg
ik, zegt hij lachend.
LEO FIJEN


