Weblog Leo Fijen: Het Lioba klooster Frankrijk
Barmhartigheid boven gerechtheidNergens op mijn reis langs Nederlandse godzoekers in Europa is de kennismaking zo overrompelend als in de Franse Provence. Want daar danst zuster Elaiè Bollen me tegemoet en overspoelt ze me met haar enthousiaste persoonlijkheid. Haar ogen schitteren als de mooiste zon, haar handen boetseren beelden bij haar woorden, haar stem gaat sneller dan de harde wind en haar lach reikt tot de blauwe hemel. We hebben elkaar nog maar nauwelijks begroet of de abdis van de benedictinessen van Lioba in het kleine plaatsje Simiane-Collongue wijst naar de hemel en begint met een stortvloed van woorden over haar ongeloof: "Het mooist van de Provence is de sterrenhemel in de nacht. Ik kan dan eindeloos turen. Ik krijg nooit genoeg van de grootsheid van de schepping, maar ik voel me tegelijk ook heel klein. Want als ik denk aan die miljoenen sterren die ik nog helemaal niet gezien heb, dan besef ik pas goed hoe nietig mijn mensenleven is. Ik word er bijna ongelovig van, het duizelt me dan altijd. Zou God nou werkelijk met ieder van ons persoonlijk bezig zijn, vraag ik me dan af. Dwaas, denk ik dan over mezelf, je bent een dwaas".
Ze kan niet anders dan voor de vrede leven
Als een wervelwind is ze over me heen gekomen, deze 59-jarige abdis die nu al ruim 40 jaar leeft, bidt en werkt in deze schilderachtige omgeving. Haar naam past bij het landschap, legt ze me in die eerste minuten ook nog even uit. Want overal om ons heen groeien olijfbomen. Die symboliseren de vurige wens tot vrede. Elaiè betekent letterlijk olijfboom, ze kan dus niet anders dan voor de vrede leven. En ze doet dat ook nog eens op heilige grond, want al ruim 1000 jaar wonen en bidden hier monniken. Elaiè mag dan leven op heilige grond, werken aan de vrede en de stilte van het klooster koesteren, ze doet me in niets denken aan een abdis die al 20 jaar leiding geeft aan een contemplatieve gemeenschap van zusters en een paar broeders. Sterker nog, ze maakt die eerste ogenblikken een bijna wereldse indruk op me. Ze bekent haar twijfel en ongeloof, ze noemt zichzelf een dwaas, het duizelt haar. Maar het duizelt mij ook, want ik zie een sterke vrouw met een ongelooflijke levensvreugde. Ze straalt in alles de levenskunst van het zonnige zuiden uit. Ik krijg er ook in de uren en dagen daarna niet genoeg van om te kijken hoe ze loopt, werkt, leest, zingt en geniet. Ze loopt niet door het paradijs van de Provence, maar ze danst met haar witte habijt als een engel door het heuvellandschap. Ze maakt in haar atelier niet zomaar gewaden, maar ze tovert daar met haar handen. Ze zingt en leest niet routineus de psalmen, maar ze verheft de eeuwenoude teksten tot mooie poëzie. Ze lijkt in niets meer de Hollandse zuster die ooit in Egmond intrad, ze is een blijmoedige dromer die nog elke dag met de verwondering van een kind naar de hemel kan staren. Ze is zo vol van die sterrenhemel dat ze me uitnodigt in de nacht samen te kijken naar het heelal.


