Weblog Leo Fijen: La Grande Chartreuse

KARTUIZER MARCELLIN THEEUWES PRIOR LA GRANDE CHARTREUSE

Wie durft af te dalen naar zijn hart, voelt zich vrij als een vogel.
Ruim twee jaar probeer ik het al, maar het antwoord is altijd kort en duidelijk: nee! De baas van het strengste klooster ter wereld in de bergen rond Grenoble wil met zijn verhaal niet voor de camera. De prior van La Grande Chartreuse en de generaal-overste van alle kartuizers ter wereld, de Nederlander Dom Marcellin Theeuwes, geeft zelden interviews, houdt de wereld van de televisie op grote afstand en volhardt in wat hij het liefste doet: zwijgen om de weg naar het wezenlijke te kunnen gaan, achttien uur per dag stil zijn om zichzelf en God te leren kennen, teruggetrokken bidden en werken om in de intimiteit van zijn hart ruimte te maken voor God alleen, leven in de verlatenheid van de ruige natuur om alles los te laten en thuis te raken in de diepte van zijn eigen ziel, alleen zijn in de kluizenaarswoning om de beproeving en de weldaad van de eenzaamheid te ervaren als een weg naar het diepste geluk: de ontmoeting met God. Ik waag toch nog een poging, dit keer om mijn reis langs godzoekers in Europa te mogen afsluiten in La Grande Chartreuse. En ik doe dat op aandringen van de andere Nederlandse abten en abdissen die allen meewerken aan deze reis, hun verhaal in dit boek vertellen en me op het hart drukken dat op deze pelgrimstocht de Brabander Marcellin Theeuwes niet mag ontbreken. Hij hoort thuis in ons en jouw verhaal, vinden ze allemaal, omdat hij een levenslange weg is gegaan naar stilte, omdat hij als geen ander weet dat stilte het allerbelangrijkste is om de reis van je hoofd naar je hart te kunnen maken. Ik stuur hem een mailtje en schrijf dat de andere Nederlandse godzoekers vinden dat hij niet mag ontbreken. Ik voeg eraan toe dat ik rekening wil houden met al zijn wensen, geen enkele behoefte heb om te filmen in het klooster en al heel blij ben als we in de bergen rond Grenoble kunnen spreken over zijn levenslange tocht door de stilte. Ik verzeker hem dat er geen overlast voor het klooster zal zijn. En ik geef hem tenslotte mijn mobiele telefoonnummer. Een paar weken later, als ik tegen de avond nog op kantoor zit, gaat mijn mobieltje af. Ik herken het nummer niet en neem op. Een zachte stem, een voorzichtige presentatie, een Brabantse tongval: het is hem echt, Marcellin Theeuwes, de prior van het strengste klooster ter wereld, de monnik die alles weet van de stilte, hij verbreekt het zwijgen en belt me op kantoor. “Ja, u spreekt met Dom Marcellin, u had mij een mailtje gestuurd. Ik heb erover nagedacht, ik voel er wel wat voor, maar neem nog geen beslissing. Ik wil eerst links en rechts nog wat bellen en overleggen of het wel verstandig is. Ik bel u op Koninginnedag terug, op dit nummer”, zo spreekt hij af. Op 30 april ben ik niet meer uit de buurt van mijn mobiele telefoon te branden, maar moet ik wachten tot het eind van de middag. Hij houdt woord, want hij had beloofd om half zes te bellen. “Ik heb er nog eens over nagedacht en ik voel er nog steeds voor. U bent welkom. En ik heb ook al een datum in gedachten. Wat denkt u van de 26e juni? Dan meldt u zich, kunnen we even kennismaken en hebben we anderhalve dag om met elkaar te praten. U weet dat u niet in het klooster terecht kunt, maar in St Pierre de Chartreuse is een prima hotel, Beau Site, drie sterren. We zien elkaar op de 26e, tot ziens”, klinkt het met grote vriendelijkheid en beslistheid tegelijk.

Hier hoor je alleen je eigen hart als je maar luistert
Zo kan het gebeuren dat ik op het feest van Johannes de Doper aan de bel van de kloosterpoort trek. Maar al wat er gebeurt, geen Marcellin Theeuwes. Deze donderdag blijkt voor de kartuizers een feestdag, een zondag. Dat betekent dat de prior pas vanaf half vijf in de middag beschikbaar is. We hebben dus eigenlijk maar één volle dag. Ik vind het geen punt, want ik blijf het bijzonder vinden dat hij uren achtereen zijn levenspatroon aanpast, het zwijgen verbreekt en over zijn leven in de stilte wil praten. Als hij aan het eind van de middag naar buiten komt, lacht hij me tegemoet, zoals hij voortdurend ontspannen is, relativeert en met pretoogjes praat. “Iedereen wil zo graag binnen in het klooster kijken. Ik begrijp dat wel vanwege de beeldvorming dat we een streng klooster zijn, maar ik verzeker u dat ik binnen niet zoveel kan laten zien. Als ik voor u duidelijk wil maken wat er in mijn hart allemaal gebeurt, kan ik u beter meenemen naar buiten, de bergen in, de verlatenheid in, de ruigheid en steilheid in. Daar kan ik u veel beter uitleggen hoe het er aan toegaat in de intimiteit van mijn hart”, zo legt hij me uit. Hij neemt me dus mee, naar de plek waar de heilige Bruno in 1084 dit strenge leven begonnen is. Het landschap is inderdaad ruig, desolaat en grillig. We zijn in bergachtig gebied, hoog boven het klooster. Er liggen rotsblokken temidden van veel groen. De enorme stukken steen zijn hier terechtgekomen door een lawine en hebben eeuwen geleden de nodige doden veroorzaakt onder de eerste kartuizers. Daarna zijn de drie monniken die het overleefden, naar beneden getrokken, naar een meer veilige plaats waar het huidige klooster gelegen is. We staan dus op heilige grond, besef ik. Marcellin Theeuwes praat altijd al zachtjes, maar gaat vanzelf nog een toontje lager: “Bruno zocht bewust deze verlatenheid om het wezenlijke in het leven op het spoor te komen. Hier in deze afzondering hoor je alleen je eigen hart. Als je tenminste wil luisteren. Alleen daar in zijn hart leert een mens zichzelf kennen en komt er ruimte om God te zoeken. Daar leefde Bruno voor, daar leef ik voor”.