Weblog Leo Fijen: Caldey Island

TRAPPIST DANIEL VAN SANTVOORT ABT CALDEY ISLAND 

Wie beperktheid van hart aanvaardt, krijgt ruimte voor ander. 
“Ontmoeten is niet moeten. Ontmoeten is luisteren naar de ander, openstaan voor de ander, niets willen invullen voor de ander. Ontmoeten is ook stil zijn, leeg willen stromen, werkelijk ontvankelijk zijn voor de adem van het leven. Ontmoeten is wachten en verlangen. Ontmoeten is eerst willen ontvangen en dan doorgeven.” Ik ben nog maar een paar uur op dit eiland voor de kust van Wales of Daniël van Santvoort, de abt van de trappisten op Caldey Island, maakt me al stil met zijn woorden. Het eiland heeft hem veel geleerd over het leven. Het maakt deze temperamentvolle en gedreven veertiger zachter, warmer en relativerender. Hij geniet hier van het bestaan en speelt als een Engelsman met droge humor. “De zee bepaalt hier ons leven”, zo vertelt hij lachend. “Dit eiland is wel eigendom van de trappisten, maar als het er werkelijk ruig aan toe gaat hebben we helemaal niets te zeggen. Ik moet soms voor de tandarts met de boot naar Tenby, maar weet nooit wanneer ik terugkom. Soms duurt het wel vier dagen, voordat ik terug mag. ‘Weather permitting’ is het sleutelwoord van dit eiland. Als het weer het toelaat. Hier heb ik leren luisteren naar het leven. Ik zei het al eerder: ontmoeten is niet moeten. Maar daar is wel innerlijke stilte voor nodig. Laat het leven spreken, laat je hart spreken, laat God spreken. In de muziek is vaak het rustpunt in een melodie het belangrijkst. Als je dat rustpunt niet eerbiedigt, gaat de hele melodie aan diggelen. Als je de stilte niet eerbiedigt, krijgt het leven geen kans, hoor je je hart niet meer, zie je de schepping ook op dit eiland niet en kan God niet bij je komen”

Wereld zonder einde
We lopen door het gras richting de kliffen, de stranden en de zee. Hij pakt me bij mijn arm en vertelt: “Hier lopen al sinds de zesde eeuw monniken. En toen zag het er net zo uit: wuivend gras, broedende meeuwen, uitzicht op water dat komt en gaat, prachtige stranden, steile kliffen die het gebeuk van de zee nooit moe worden en altijd wind, soms vreselijke storm. Het is toch fascinerend dat we over deze tijdloze en heilige grond lopen. Honderden jaren achtereen is hier niets veranderd. Hier voel ik de adem van het leven, hier geniet ik van de ruigheid van de natuur, hier ervaar ik de heiligheid van de grond waarop ik loop, hier kan ik niet anders dan stil zijn om de gulheid van God te ontvangen”. De Brabander Daniël van Santvoort buigt zijn hoofd en kijkt stil naar de horizon. Hij komt hier iedere dag tegen vieren, weer of geen weer, om zijn ziel weer schoon te maken, om zijn plaats in de schepping weer te kennen, om te delen in een wereld die veel groter is dan hijzelf, om te turen naar de horizon die soms geen einde kent, om even de tijd te vergeten. Diezelfde dag hoor ik hem als cantor in de mooie kapel voorzingen. Zijn stem zet de toon in de psalmen die altijd weer met de volgende woorden eindigen: wereld zonder einde. Beter kan niet gezongen worden wat hier elke dag gebeurt: de monniken leven in de eeuwenoude stroom van natuur en heiligheid, ze raken aan de eeuwigheid, alleen al door de plek waar ze bidden en werken. Hier bestaat soms geen tijd, hier is de eindeloosheid tastbaar.