Religie bloeide in late middeleeuwen
Verum Bonum Pulchrum, 28 december 2008
Aards, betrokken en zelfbewust
Het geschiedbeeld van de religiositeit van de late middeleeuwen is voor een groot deel bepaald door Huizinga’s Herfsttij. Hij schetste
een wereld van uiterlijkheden en angst voor de dood.
De middeleeuwse bronnen van Utrecht leveren een ander beeld – geen versteende en veruiterlijkte vroomheid wardoor de komst van de Reformatie zoiets als een noodzaak werd.
Ook in de late middeleeuwen waren de aloude buurtstructuren werkzaam. De buurt had zorg voor openbare voorzieningen en voor elkaar. De armenzorg bijvoorbeeld. Er was sprake van een sociale cohesie, dwars door de scheidslijnen van rijk en arm. De kerk was het centrum van het buurtleven. De gepreekte vroomheid van de evangelische naastenliefde stond dicht bij het dagelijks leven van de buurtbewoners.
In de loop van de 16e eeuw kwam de verwevenheid meer en meer onder druk te staan.
Llewellyn Bogaers, Aards, betrokken en zelfbewust. De verwevenheid van cultuur en religie in katholiek Utrecht, 1300-1600 (Levend Verleden Utrecht, Utrecht).
Poëzie
Na de dood stond ik midden in het leven. Kopstukken van de naoorlogse Poolse poëzie. Gedichten gekozen en vertaald door René Smeets, Maarten Tengbergen
& Kris Van Heuckelom (Uitgeverij P, Leuven).


