Politicus Gert-Jan Segers over ons 'dikke-ik'
24 april 2009
Samenleven op grond van een contract is te mager, vindt Gert-Jan Segers, directeur van het wetenschappelijk bureau van de ChristenUnie en coming man in zijn partij. ‘We moeten een verbond sluiten tussen autochtone en allochtone Nederlanders’, zegt hij tegen Soeterbeeck-presentator Pauline Kuijper.
Ontevreden ego
Segers is de tweede gast in een serie van vier gesprekken over ‘ons dikke-ik’, in het programma Soeterbeeck. De serie draait om de vraag hoe we ons te dikke en permanent ontevreden ego moeten laten afslanken, nu de crisis duidelijk maakt dat we keuzes moeten maken.
Zendeling
Gert-Jan Segers (1969) woonde van 2000 tot 2007 met zijn gezin in Egypte, waar zijn vrouw en hij protestants zendeling waren. Daarna studeerde hij een jaar in de Verenigde Staten. Bij terugkeer ervaart hij Nederland als een rijk maar klagerig land. “De dominante waarde is de hebberigheid geworden”, zegt hij. “Er is iets fundamenteel misgegaan.”
Heilzaam
Volgens Segers is dat te wijten aan de loskoppeling van de economie en de moraal: “het kapitalisme is ontstaan in een moreel kader van spaarzaamheid, eerlijkheid, hard werken. Er was toen een zekere oudtestamentische aandacht voor mens en schepping, en dat is iets anders dan de nadruk op targets en output. We moeten meer bezig zijn met wat heilzaam is”, betoogt Segers in Soeterbeeck.
Brugfunctie
Maar wat kan je doen als kleinste partij in de coalitie? Volgens Segers heeft de ChristenUnie een brugfunctie: “we hebben de politiek-maatschappelijke agenda verbreed: de pro life-discussie hebben we verloren, maar vooral de jongere generaties hechten aan zorg voor de schepping en ontwikkelingssamenwerking. Het is alleen jammer dat men zo snel denkt dat de ChristenUnie een geheime agenda heeft”.

Gert-Jan Segers in gesprek met Pauline Kuijper
Roeping
De reden om in 2000 samen met zijn vrouw als zendeling naar Egypte te vertrekken verklaart Gert-Jan Segers als een roeping van God: “zij werkte daar in een weeshuis en met gehandicapten, ik gaf boeken uit en gaf trainingen. Egypte is een bestuurlijke chaos, maar de mensen zijn er warm en hartelijk. En hoewel je geen moslims mag bekeren – we werkten er vooral voor de christelijke bevolking – kom je er gemakkelijk in gesprek over God en geloof. De mensen zijn daar heel open in, heel anders dan hier”.
Kansen voor iedereen
Regelmatig krijgt Segers de vraag voorgelegd of hij de cultuur in Egypte ‘achterlijk’ vindt. “Dat is een denigrerende term, die bovendien verdoezelt dat er in de westerse cultuur ook veel mis is. Maar ook de mensen in Egypte verlangen naar het westen: naar het respect voor het individu, naar kansen voor iedereen, naar recht dat functioneert”.
Godsdienstvrijheid
Het belangrijkste onderwerp in het gesprek met Nederlandse moslims is volgens hem godsdienstvrijheid: “eigen aan het westen is de vrijheid van het individu, inclusief de vrijheid om afscheid te nemen van een godsdienst”.
Experiment
In de roman ‘Twee broers en een meisje met geel haar’, beschrijft Gert-Jan Segers zijn ervaringen in Egypte en wijst hij op twee fundamentele verschillen tussen christendom en islam: het ontbreken van het idee van vergeving èn van een wederkerige relatie met God. In het christendom is hij liefde, in de islam verdient hij aanbidding. “Er zijn verschillen tussen onze godsdiensten, maar er zijn ook gedeelde waarden, op grond waarvan we kunnen samenwerken én elkaar de ruimte geven. We weten de uitkomst niet van het grote experiment van de komst van moslims in onze cultuur. We hebben geen andere optie dan heel erg ons best te doen om er samen iets van te maken”, licht Segers toe.
Roman 'Twee broers en een meisje met geel haar', ISBN: 9789023992639


