De grenzen aan de vrijheid van godsdienst
Soeterbeeck, 11 maart 2008
Weigerambtenaren, straatcoaches die vrouwen geen hand willen geven, scholen die homo’s weren. Nederland wordt de laatste tijd regelmatig geconfronteerd met de spanning tussen
grondrechten, bijvoorbeeld de vrijheid van godsdienst versus het verbod op discriminatie. Hoe tolerant zijn we ten opzichte van mensen die streng gelovig zijn? Maar ook: hoeveel begrip mag je
eigenlijk verwachten van mensen die streng gelovig zijn? Presentator Pauline Kuijper gaat in gesprek met drie gasten: COC-voorzitter Frank van Dalen, CDA-kamerlid Sybrand Van Haersma Buma en
hulpbisschop Everard de Jong van Roermond.
Tien geboden
Bisschop De Jong, die namens de bisschoppenconferentie contacten onderhoudt met het onderwijs, vindt dat streng christelijke scholen het recht moeten hebben om praktiserende homo’s te
weren. De basis hiervoor is de vrijheid van godsdienst. Grondrechten zijn voor hem in principe gelijk aan elkaar, maar tegelijkertijd hebben ouders recht op docenten die volgens
de tien geboden leven. Bisschop De Jong vindt dat daarom zowel samenwonende hetero- als homostellen in het bijzonder onderwijs geweerd moeten kunnen worden.
Vlnr. bisschop Everard de Jong, Frank van Dalen en Sybrand Buma (foto: RKK)
Uitsluiting en discriminatie
Uiteraard vindt hij in COC-voorzitter Frank van Daalen een opponent. “Je praat hier over uitsluiting en discriminatie. Natuurlijk hebben minderheden recht op een eigen mening, maar
dat mag niet ten koste gaan van de vrijheid van anderen.”
Onmogelijke arbeidsrelatie
CDA-kamerlid Sybrand van Haersma neemt in de discussie een tussenpositie in. Hij heeft geen enkel bezwaar tegen praktiserende homo’s maar op streng-christelijke scholen zouden ze
niet moeten willen werken. "Zo’n arbeidsrelatie is tot mislukken gedoemd.” Hij stelt dat mensen ruimte moeten proberen te laten voor afwijkende overtuigingen en stelt
tegelijkertijd vast dat hij zich als christen tegenwoordig steeds vaker in een hoek gedreven voelt.


