Politici doen te populair
Soeterbeeck, dinsdag 10 oktober, Nederland 2
De premier in een raceauto, de minister van integratie dansend op een carnavalspodium en een fractieleider chillend in de discotheek. Politici lenen zich volop voor allerlei vormen van
media-aandacht. Wilfred Kemp praat over de ‘versoaping’ van de politiek met Alexander Pechtold, lijsttrekker voor D66, Wouke van Scherrenburg, voormalig politiek verslaggever en
Willem Breedveld, politiek commentator van Trouw.
Publiciteitsmachine
De komende weken draait de politieke publiciteitsmachine op volle toeren. Dit in verband met de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november aanstaande. Alle politici willen dichter bij hun publiek
komen, maar hoe ver kun je gaan zonder je geloofwaardigheid te verliezen?

Alexander Pechtold (foto: RKK)
Boodschap
Alexander Pechtold vindt het een moeilijke kwestie. Hij wil het liefst zijn privé-leven afschermen. “Maar als het roddelblad Weekend je twee pagina’s aanbiedt, twijfel je toch even, omdat het blad zo’n enorme oplage heeft.” De lijsttrekker heeft uiteindelijk geen interview gegeven, omdat hij altijd iets van een boodschap kwijt wil. “Verder doe ik geen fysieke dingen, geen verkleedpartijen. Ik ga niet in de ballenbak bij Sterrenslag.”

Fatsoenlijke programma's
Wouke van Scherrenburg vindt dat meewerken aan verstrooiende tv-programma’s soms heel goed kan. “Kiezers onthouden vooral soundbytes. Het was goed dat Femke Halsema van GroenLinks laatst in het programma van BNN over straattaal zat. Zo bereik je jongeren die je anders niet zou bereiken. Het moeten natuurlijk wel fatsoenlijke programma’s zijn.”
Meer mogelijkheden
“De verleiding om te scoren is er bij politici altijd wel geweest,” zegt Willem Breedveld. “Nu zijn er alleen veel meer media dus veel meer mogelijkheden. In de jaren tachtig waren we met 60 parlementaire journalisten, nu lopen er 300 op het Binnenhof rond. En de media bieden tegen elkaar op. Vroeger had je nog het gevoel dat je een politicus kon betrappen in zijn eigen werkelijkheid. Nu is alles geregisseerd. Politici zijn zich heel bewust van alle camera’s en ze hebben eindeloos veel communicatieadviseurs.”


