Oppassen op mijn kleinkind: niet vanzelfsprekend



Soeterbeeck, 28 maart 2006

Te zwaar
In 2003 passen oma en opa Schoots een groot deel van de week op hun twee kleindochters van 5 en 3 jaar. Dat vinden zij niet altijd makkelijk, maar zij willen graag dat hun dochter werkt. Een jaar later moeten zij toegeven dat het te zwaar wordt. Bij de supermarkt zien zij een briefje hangen van een oppas die zich aanbiedt. Dat lijkt een goede oplossing.

Gerda Schoots (foto: rkk)

Boterham
De werktijden van de dochter van het echtpaar Schoots komen na verloop van tijd niet meer overeen met die van de oppas. De dochter is het zat en staat op het punt haar baan op te zeggen. Daar steekt haar werkgever een stokje voor: werktijden worden aangepast aan schooltijden, en de kleinkinderen blijven voortaan op school over. Maar wat doe je als je kleinkinderen vragen: 'Oma, waarom mogen wij niet bij jou een boterham eten?'

Marjan Berk (foto: rkk) Agenda
Marjan Berk, schrijver van Marjan Berk?s oma en opa boek, is een werkende oma. Zij heeft zes kleinkinderen in alle leeftijden. Als een van haar kinderen vraagt om op te passen, moet zij altijd haar agenda raadplegen. Haar kinderen weten dat en houden er rekening mee. Berk vindt het heerlijk om haar kleinkinderen om zich heen te hebben, maar is ook blij als ze weer worden opgehaald. Ze wordt nu eenmaal een dagje ouder.

Bloedband
Van Geeri Bakker verscheen onlangs Het oppasboek, met daarin speciale aandacht voor opa's en oma's. Opa's en oma's onderscheiden zich van andere oppassen door de bloedband: grootouders kun je niet inruilen. Het is daarom verstandig als ouders en grootouders regelmatig met elkaar spreken: hoe vind je dat het gaat? Zo blijft de verstandhouding goed.
Gerda Schoots en Geeri Bakker (foto: rkk)

Enquête
Het tijdschrift voor opa?s, oma?s en kleinkinderen Ook! heeft een onderzoek laten doen onder lezers van het blad en de site www.tijdschriftook.nl. De resultaten komen in het mei-nummer van Ook! uitgebreid aan bod, maar Soeterbeeck licht alvast een tipje van de sluier op.

  • 96% van de grootouders past wel eens op de kleinkinderen
  • 69% van hen past 1 of meer keer per week op
  • De belangrijkste reden voor het oppassen is dat de ouders van het kleinkind werken (76%) en dat de ouders van het kleinkind zo de mogelijkheid hebben om iets voor zichzelf te ondernemen (20%)
  • Nagenoeg niemand van de opa's/oma's krijgt betaald voor het oppassen
  • Een enkeling voelt oppassen als een verplichting. Als dat het geval is, dan wordt slechts in 50% van de gevallen het probleem besproken met de ouders van het kleinkind.
  • 1 op de 10 opa's/oma's is i.v.m. het oppassen gestopt met een aantal privé-activiteiten. Dit betreft dan vooral werken.

Het onderzoek is ook onder ouders gehouden, namelijk onder de bezoekers van de site www.jongegezinnen.nl. Hieruit komt nog het volgende interessante resultaat: meer dan driekwart van de ouders zou nog steeds de opa's/oma's kiezen als oppas als financiën geen rol zouden spelen.

Panel
In het panel zit deze week oppas-opa Koos Postema, Inez van Oord (hoofdredacteur Happinez) en Sander de Kramer (schrijver/columnist).

Service-info
Ook voor de kinderopvang door opa en/of oma bestaat er de mogelijkheid om subsidie van het Rijk te ontvangen. Op de website www.viaviela.nl kunt u hier meer informatie over vinden.