Hoffelijkheid



Soeterbeeck, 24 januari 2006


Bot en onbeschoft
Nederlanders zijn bot en onbeschoft. Dat is de klacht van veel buitenlanders over ons land. Ook Nederlanders zelf die na een verblijf in het buitenland terugkeren naar ons land, klagen over ons gebrek aan wellevendheid in het sociaal verkeer. We dringen voor in winkels, lopen mensen omver als we de trein in willen, raken snel opgewonden in het verkeer en vloeken bij de kleinste irritaties. Voor de Amsterdamse wethouder Laetitia Griffith is de maat vol.

 
Laetitia Griffith (foto: rkk)

Gastvrijer
Amsterdammers zouden gastvrijer moeten worden. ‘Ik zou willen dat iedereen zich ambassadeur van de stad voelt. Niet alleen de Japanse toerist moet zich welkom voelen, maar ook de bezoeker uit Groningen.’ Ook op straat mag het iets vriendelijker. ‘Je kunt toch wel iemand met een zware koffer of buggy helpen met uitstappen in de trein of tram?’

Geen oogcontact
Griffith betreurt het dat mensen geen oogcontact maken. ‘De stad is anoniem; je waant je er snel thuis omdat niemand vraagt wat je komt doen. Dat is ook de kracht van de stad. Maar je hoeft elkaar natuurlijk niet te negeren.’ Griffith hoopt met een publiciteitscampagne het tij te keren. Het is haar doel om hiermee de concurrentiepositie van Amsterdam te verstevigen.

 
Viktor Frölke (foto: rkk)

Welkom terug
Journalist Viktor Frölke beaamt dat hoffelijkheid te maken heeft met economische dienstverlening. En daar zit volgens hem het probleem: Nederlanders denken dat dienstbaarheid minderwaardig is. Frölke was correspondent in de Verenigde Staten. Als hij na negen jaar terugkomt in Nederland, wordt hij in korte tijd uitgemaakt voor eikel, klootzak en hoer. Welkom terug.

Publieke ruimte
Frölke staat paf. Ze zijn wellicht oppervlakkig en praten hard, maar Frölke vindt Amerikanen veel hoffelijker dan Nederlanders. ‘Wat geeft het als het een beetje nep is? Vriendelijkheid of hoffelijkheid gaat niet over vriendschap of eerlijkheid. Hoffelijkheid gaat over prettig functioneren in de publieke ruimte.’


Coen Simons (foto: rkk)

Niet vrijblijvend
Fatsoen is geen plezierige opsmuk, maar fundeert de beschaving, zegt filosoof Coen Simon. En dat is voelbaar in de publieke ruimte. Sterker nog, fatsoen maakt de publieke ruimte. Goedemorgen zeggen tegen collega’s bijvoorbeeld is niet vrijblijvend. Volgens Simon betekent het zoiets als: wij delen tijdelijk dezelfde ruimte, jij dáár en ik hier. De groet voorziet de situatie van een rede.

Pispaal
Simon waarschuwt voor het faciliteren van het onfatsoen. Hij geeft als voorbeeld de pispaal in Groningen. In plaats van de horeca te verplichten schone toiletten beschikbaar te stellen, plaatst de gemeente een pispaal. ‘Mensen laten zich vollopen met drank en laten hun broek zakken bij de pispaal. Je faciliteert hiermee onbeschaamdheid.’

Panel
Het panel ergert zich blauw en bestaat deze week uit Inez van Oord (hoofdredacteur Happinez), Reinildis van Ditzhuyzen (etiquette-expert en historica) en Sander de Kramer (schrijver/columnist).

Service-informatie
Coen Simon: Kijk de mens; filosofische etiquette. Uitgeverij Prometheus, Amsterdam. (Verschijnt begin februari.)