De gevolgen van militaire uitzending worden onderschat
Soeterbeeck 7 september 2004
Post Traumatisch Stress Stoornis
In Soeterbeeck het persoonlijke verhaal van de ex-marinier Jan Sieders die na zijn uitzending naar Cambodja in 1992-93 nooit meer de oude is geworden. Na jaren van klachten en problemen
werd bij hem een vorm van Post Traumatisch Stress Stoornis vastgesteld als gevolg van zijn ervaringen in Cambodja.
Problemen
Ook Klazien van Brandwijk kampt sinds haar uitzending naar Cambodja met gezondheidsproblemen. Zij was humanistisch geestelijk verzorger bij het Korps Mariniers en heeft jarenlang gevochten
voor erkenning van haar klachten. Zij gaat in discussie met Generaal majoor b.d. Adriaan van Vuuren en Jan Schoeman van het Veteraneninstituut over de stelling: de persoonlijke gevolgen van
militaire uitzendingen worden onderschat.
Panel
De discussie wordt op scherp gezet door het panel dat bestaat uit Yvonne van Gennip, Sander de Kramer (hoofdredacteur straatmagazine), filosoof Pim Willemsen en Theo Meijer (voormalig
Tweede- Kamerlid CDA).
Jan Sieders, ex-marinier
Jan Sieders is in 92/93 uitgezonden naar Cambodja op een vredesmissie voor 6 maanden. Daarvoor was hij eerder al uitgezonden naar Irak naar de 1ste golfoorlog
voor Provide Comfort, een humanitaire missie. In Cambodja kreeg hij te maken met de Rode Khmer. Er waren 3 geweergroepen, elk bestaande uit 8 mensen. Eén groep bleef altijd op
het kamp die andere twee, wisselden week op week af met patrouille rijden. Zijn patrouillegroep had net een week patrouille gereden toen de andere groep in een hinderlaag reed. Vijf
Nederlanders raakten zwaargewond en twee Jappanner kwamen om.
Sieders zat op een gegeven moment op de klep van een auto met een zwaargewonde in zijn armen. Zijn schedel die onder het bloed zat, lag op zijn schoot en hij dacht wat stellen we nu
eigenlijk voor? "Je bent als marinier opgeleid met het gevoel van wij als mariniers zijn onsterfelijk en kunnen alles aan. Ik dacht dat we heel professioneel waren maar wat zitten we nu te
prutsen." Jan Sieders heeft na de aanslag nog 2 maanden patrouille gereden. "Het gevoel van onmacht en dat je voor je veiligheid afhankelijk was van anderen. Dat heeft me genekt. Je was een
soort rijdende schietschijf."
Pas vele jaren na zijn uitzending is bij Jan een vorm van Post Traumatisch Stress Stoornis vastgesteld. Hij had toen al een lange tijd achter de rug waar de dingen zich
opstapelden. De PTSS is inmiddels onder controle en hanteerbaar maar bepaalde dingen doet hij nog steeds niet. Hij mijdt grote onoverzichtelijke mensenmenigten. In het
theater gaat hij dichtbij de uitgang zitten. Hij gaat liever niet met het openbaar vervoer.
Over vredesmissies zegt Sieders: "Ik vind dat militairen de risico?s van het vak erbij moeten nemen maar ik vind wel dat zoals in mijn geval dat als je maanden schietschijf bent dat je
mensen dan fatsoenlijk moet nabehandelen. Mensen kunnen de risico?s zelf niet overzien. Ook moet er wat aan de cultuur gebeuren bij het Korps Mariniers. Ik denk dat ze nog steeds tot de besten
van de wereld behoren maar je moet niet alleen het stoere en macho verhaal brengen maar ook ruimte geven aan gevoel. "Als mijn zoons later bij de mariniers willen sta ik niet te
juichen. Ik zal ze precies de andere kant van de medaille vertellen maar ik hou ze niet tegen."
Klazien van Brandwijk
Klazien van Brandwijk?Wiltjer (1951) maakt op 1 augustus 1981 haar entree als Humanistisch Geestelijk Raadsvrouw bij Defensie. Eerst is ze werkzaam op de
Veluwe bij de Koninklijke Luchtmacht en Koninlijke Landmacht. In 1985 maakt zij de overstap naar de Koninklijke Marine en is vanaf dat moment voornamelijk werkzaam als VLORA (Vlootraadsvrouw)
bij het Korps Mariniers. Op 4 december 1992 vertrekt zij met het mariniersdetachement CAMBO II, voor een half jaar naar Cambodja. Daar werkt zij niet alleen met het Mariniersbataljon, maar ook
met militairen van land? en luchtmacht die elders in Cambodja gestationeerd zijn. Na Cambodja kampt Klazien met ?vage klachten? die na verloop van tijd zo belemmerend zijn dat ze moet stoppen
met haar werk binnen het Korps Mariniers. Samen met kapitein Jan Mooij, die met dezelfde klachten kampt, bindt ze de strijd aan voor erkenning van klachten van de steeds groter wordende groep
ex?Cambodjagangers. Die klachten zijn inmiddels door defensie erkend.
Jan Schoeman, onderzoeker Veteraneninstituut in Doorn
"20% van de veteranen komt ooit in hun leven in psychische problemen. 5% moet echt professionele hulp zoeken, de rest komt eruit met het thuisfront, maten en lotgenoten. Je weet
als militair dat je gevaar loopt. Als je nu in dienst gaat dan weet 95% zeker dat je wordt uitgezonden naar doorgaans risicovolle plekken. 100% veiligheid kan niet en dat weten de
militairen. Probleem is dat de gevolgen nooit te voorspellen zijn, een situatie kan ineens veranderen. Het is ook onvoorspelbaar hoe mensen reageren."
Adriaan van Vuuren, generaal majoor b.d.
Adriaan van Vuuren volgt de missies al jarenlang op de voet en publiceert ook regelmatig hierover. Hij vindt dat je de risico's moet afmeten
aan het doel dat je stelt. "D-day kostte destijds 20.000 mensenlevens. Toch stelde niemand daar vragen over omdat het blijkbaar opwoog tegen wat je wilde bereiken ."
"De gevolgen worden nu niet meer onderschat, het was een leerproces voor defensie. In Libanon en Cambodja waren de militairen misschien nog niet goed voorbereid maar inmiddels is
er veel verbeterd aan de voorbereiding en nazorg."
Praat mee: het forum
Service-informatie
Waarom gaat het dan toch weer mis? : een poging tot begrijpen..., van Klazien van Brandwijk-Wiltjer.- [Zeist] : Dienst Humanistisch Geestelijke Verzorging in de Krijgsmacht,
1998
Ziek van Defensie : hoe een ministerie zijn militairen in de steek laat, van Oscar van der Kroon. ISBN: 90-204-5975-9
Samenvatting: Sinds de val van de Muur zet het ministerie van Defensie op grote schaal manschappen in bij internationale vredesoperaties. Zijn deze operaties wel goed voorbereid? Wat maken de
militairen mee? En hoe worden ze na hun terugkomst opgevangen? De auteur volgt de ervaringen van VN-soldaten in drie werelddelen over een periode van zes jaar en geeft een beeld van een
ministerie dat nauwelijks blijkt om te kijken naar zijn manschappen.


