De tweede verlosser

21 juli 2010 - De tweede verlosser van Tomas Ross is een goed geschreven, spannend verhaal, met een vleugje Dan Brown, over hoe ver mensen willen gaan in naam van religie. Hoofdpersoon David Polak belandt met zijn gezin in een waanzinnige samenzwering met torenhoge inzet.
 
door Barbara Trappenburg

De tweede verlosser
Het motto van De tweede verlosser is een Bijbelcitaat: ‘Ziet, Hij komt met de wolken en alle oog zal hem zien’ (Openbaring 1:7). Met de proloog zet Ross het begin van de intrige neer. Een archeoloog vindt bij Jeruzalem een steen, die bewijst dat Jezus jaren bij de Essenen heeft doorgebracht: ‘Een godverlaten plek. Tenzij je geloofde dat juist Gods eigen zoon hier vele jaren had doorgebracht. Hij geloofde dat niet alleen, hij wist het zeker (…).’ Wie deze archeoloog is en wat die belangrijke steen betekent, wordt in het tweede deel van het boek langzaam onthuld.  

Prestigieuze zaken
In deel 1 introduceert Ross hoofdpersoon David Polak. Een succesvol strafrechtadvocaat, getrouwd met Sarah en vader van de 11-jarige Marije. Hij is verbonden aan een groot kantoor in Den Haag en behandelt prestigieuze zaken. Zijn laatste succes is de veroordeling van de terrorist Kashoggi, die onder meer actief was in het Midden-Oosten. De nasleep van deze zaak verdrijft David naar het ogenschijnlijk veilige Limburg, waar hij advocaat wordt bij het kantoor van de gerenommeerde Max Menning.

’s-Heerendal
Ross situeert het belangrijkste deel van zijn boek in het niet-bestaande plaatsje ’s-Heerendal, vlakbij Venlo. ’s-Heerendal, met zijn 3.000 inwoners, is een van de weinige plaatsen in Nederland die gezegend is met een basiliek. De Sint-Mattijs vormt uiteindelijk het decor van de nachtmerrieachtige ontknoping.

Hartelijke katholieke gemeenschap
David heeft niet veel op met religie. In ’s-Heerendal is dat lastig. Hij wordt er met zijn gezin door de katholieke gemeenschap met open armen ontvangen. Zijn vrouw en dochter vinden er al snel hun draai. Sarah wordt lid van het kerkkoor, tot ongenoegen van David. Maar hij beseft dat hij zich aan moet passen en er niet aan zal ontkomen om lid te worden van de Zwanenbroeders, waar Max Menning voorzitter van is.
 


Metgod en Dieudonné

Ross heeft zich uitgeleefd in het bedenken van toepasselijke namen voor zijn personages. Vooral veel inwoners van ’s-Heerendal zijn voorzien van een betekenisvolle naam. In een boerderij vlakbij het huis van David en Sarah wonen de sympathieke Simon en Elisabeth de Heer. Jo Metgod en Martha Dieudonné zijn 2 van Davids nieuwe kantoorgenoten. En sleutelfiguur Johannes Hoes, de priester van de ‘s-Heerendalse parochie, houdt er revolutionaire ideeën op na, net als de Tsjechische priester en hervormer Johannes Hus (± 1369-1415) in zijn tijd.

Goed en kwaad
De verwijzing naar de wederkomst van Christus geeft de plot van De tweede verlosser zijn geheimzinnigheid. Meer nog is het een boek over de rol van geloof, over goed en kwaad, over verraad en overleven. David staat er middenin: hij krijgt een moslimterrorist achter de tralies en wordt in Limburg geconfronteerd met diepreligieuze mensen voor wie niets te ver gaat om hun ideaal te bereiken.

Echt
Ross heeft zich voor De tweede verlosser flink door de werkelijkheid laten inspireren. Zo hebben de Essenen, een joodse religieuze sekte, echt bestaan. De Zwanenbroeders zijn een genootschap met 36 leden, onder wie koningin Beatrix, zoals Ross zijdelings laat vallen. Ross geeft kardinaal Oticelli de bijnaam Bankier van God. In werkelijkheid hoorde die bijnaam bij Roberto Calvi, die aan het hoofd stond van de Banco Ambrosiano en die in 1982 onder verdachte omstandigheden dood werd aangetroffen. 

Tomas Ross
Sinds begin jaren tachtig schreef Tomas Ross tientallen romans, thrillers en scenario’s. Hij is bekend om zijn complottheorieën o.a. over de moord op Pim Fortuyn (De zesde mei, 2003) en die op Theo van Gogh (De hand van God, 2005). Veel van zijn boeken zijn gebaseerd op feitelijke gebeurtenissen.

Barbara Trappenburg studeerde letteren in Groningen. Ze werkt als journalist, tekstschrijver, redacteur en recensent.