Lourdes
16 maart 2010 - In het strak minimalistische gefilmde Lourdes (2010) laat de Oostenrijkse cineaste Jessica Hausner met humor, maar zonder de bedevaartsindustrie belachelijk te maken, zien wat het betekent om in wonderen te geloven. In het drukbezochte pelgrimsoord Lourdes volgt de film de jonge MS-patiënte Christine. Hoewel ze niet gelovig is, hoopt ze daar op een miraculeuze genezing.
door Marcel Elsenaar
Van bovenaf
De film begint met een beeld van een lege eetzaal in een pelgrimsverblijf in Lourdes. Vrijwilligsters dekken de tafels en
al gauw komen de pelgrims binnen. Doordat deze scene van bovenaf is gefilmd kijk je bijna naar deze gebeurtenissen vanuit het perspectief van God. De eetzaal is een centrale plek in de film,
waar je een goed beeld krijgt van de veranderingen die zich in de groep en bij de leiding voltrekken. De spanning die daarmee wordt opgebouwd doet soms denken aan Hitchcock. De humor die er ook
veel aan te pas komt is meer à la Tatí.
Op vakantie
Wij kijken als toeschouwers naar de pelgrims en vooral naar de jonge MS-patiënte Christine die in een rolstoel zit. Langzaam maar zeker komen wij er achter wat haar motief was om naar
Lourdes te gaan. Dat was niet zozeer ingegeven door geloof, maar meer door het verlangen om haar eenzame opsluiting thuis te doorbreken. “Zoveel mogelijkheden voor mensen in een rolstoel
om op vakantie te gaan zijn er niet”, zegt ze op een gegeven moment.
Sylvie Testud als Christine
Barmhartige blik
Doordat we de hoofdpersoon en ook de andere personages langzaam beter leren kennen worden ze geen van allen karikaturen. Eerder mensen met ieder een eigen geschiedenis waar je nieuwsgierig naar
wordt. De jonge verzorgster van Christine, de strenggelovige , de oude kamergenote van Christine, stuk voor stuk worden ze gefilmd zonder dat ze direct in een hokje geplaatst worden. Het is
meer een barmhartige blik die je als kijker confronteert met je eigen verlangen naar duidelijkheid: wie zijn hier de good guys en wie de bad guys. Zeker in een film over een uitdrukkelijk
katholieke wereld als Lourdes liggen daarbij allerlei clichés op de loer. Maar Jessica Hausner trapt daar niet in.
Het wonder het wonder laten
In de groep pelgrims wordt veel gesproken over de mogelijkheid van een wonder van genezing. Hoe maakt je de meeste kans om genezen te worden? Heeft iemand die vaker naar Lourdes is geweest meer
kans? Op welke deel van het bezoek kan het gebeuren: tijdens de baden, het bezoek aan de grot, of tijdens de mis? Als Christine hier naar vraagt krijgt zij van de priester in het gezelschap te
horen dat het niet om lichamelijke genezing gaat, maar allereerst om geestelijke genezing. Maar ja, hij zit dan ook niet in een rolstoel. Hij hoeft zich ook niet af te vragen waarom dit iemand
overkomen is.
Wreed sprookje
De kernvraag die Hausner ons stelt lijkt te zijn: Als je om een onverklaarbare reden getroffen wordt door een ziekte, waarom zou er dan een reden zijn voor een wonder? Zij noemde de film zelf
“een wreed sprookje”. “Lourdes is een plaats waar wonderen nog bestaan, het is een plek die synoniem is geworden voor hoop, troost en herstel voor de wanhopigen en stervenden.
Het komt me absurd voor dat mensen op het randje van de dood nog hopen op langdurig geluk.” Toch geeft zij met haar film behalve veel vragen ook een gelovig antwoord mee. Bij het bezoek
aan de Kruisweg horen de pelgrims dat ze niet bang hoeven zijn voor de dood want er is de verrijzenis, dat is de kern van het christelijk geloof. Hier komen we bij de kern van de vragen die de
filmmaakster wil oproepen: waar gebeurt verrijzenis in ons leven?
Bär
Philippe Bär, oud-bisschop van Rotterdam, was bij de première tijdens het internationaal filmfestival in Rotterdam (2010) aanwezig. Hij stelde dat het mooi is dat de filmmaker de
vraag of genezing voortkomt uit de liefde tussen mensen of van God afkomstig is, gelukkig niet beantwoordt. Het zou een valse tegenstelling zijn. “Maar”, zo zei hij, “het
verhaal houdt ons wel een spiegel voor over ons eigen geloof!” De film Lourdes toont ons het wonder als wonder. En dat is in onze tijd van technische beheersing en kennis iets
wat ons aan het denken zet over de kern van geloof. Geloof geeft ons God niet in onze vestzak. God is een god die zich niet aan onze menselijke regels houdt.
Vanaf 11 maart 2010 in de filmhuizen te zien.
Marcel Elsenaar, catecheet bij het Dekenaat Amsterdam, is bestuurslid van de KFA Filmbeschouwing. Zijn recensie verscheen eerder op de website van de KFA Filmbeschouwing.

