'Door mijn schuld' van Désanne van Brederode

24 november 2009 - Wat is erger? Onschuldig vastzitten voor een moord die je niet begaan hebt? Of schuldig zijn aan moord, maar niet geloofd worden? Geïnspireerd door de Deventer moordzaak beschrijft Désanne van Brederode die laatste situatie in haar nieuwste roman Door mijn schuld. Een fascinerend gegeven, dat de schrijfster bijna geheel weggeeft.

door Liesbeth Eugelink

Schrijver, essayist, columnist
Door mijn schuld - de titel is een allusie op de liturgische schuldbelijdenis - is de vijfde roman van Désanne van Brederode (1970). Zij debuteerde in 1994 met Ave Verum Corpus. Gegroet waarlijk lichaam waarmee de schrijfster het katholieke geluid opnieuw een plaats gaf in de Nederlandse literatuur. Met Mensen met een hobby, Het opstaan en Hart in Hart breidde de schrijfster haar oeuvre gestaag uit. Van Brederode schrijft daarnaast regelmatig kritische essays, waaronder het pamflet Modern dédain. Sinds 2006 is zij vaste columnist voor het televisieprogramma Buitenhof.

Bekentenis
In het korte verhaal The Tell-Tale Heart van de Amerikaanse schrijver Edgar Allan Poe (1809-1849) is de hoofdpersoon zo bang voor ontdekking van de door hem gepleegde moord, dat zijn eigen bonzende hart hem verraadt. Hij meent het hart van de vermoordde oude man te horen kloppen, zo luid dat iedereen het wel moet horen. Hij bekent zijn daad en wijst de plek aan waar hij het lijk heeft verstopt.

I-did-it
In Door mijn schuld, geschreven vanuit het perspectief van Gunnar de Wit, is de situatie precies het omgekeerde van The Tell-Tale Heart. Gunnar heeft zijn beste vriend Evert Oldenheuvel vermoord. Met uitzondering van de rechterlijke macht, gelooft echter niemand dat hij het gedaan heeft. Zijn vrouw, zijn kinderen, de publieke opinie, iedereen is overtuigd van zijn onschuld. Tijdens zijn gevangenisstraf heeft Gunnar zelf volgehouden dat hij onschuldig is. Maar eenmaal vrij bevangt hem het verlangen zijn schuld te bekennen. ‘Dit wordt geen whodunit. Dit is een I-did-it’, schrijft Gunnar meteen al in de proloog. Zijn leugen blijkt een grotere gevangenis dan de eerdere vier muren van zijn cel. ‘Ik ben niet bang dat ze erachter komen. Ik ben bang dat ze het niet ontdekken.’


Désanne van Brederode (foto: Leo van der Noort)

Werkelijkheid
Inspiratie voor haar roman haalde Van Brederode mede uit de Deventer moordzaak. Maar niet op de gebruikelijke manier. De televisiebeelden waarin Ernest Louwes zich hevig verzet tegen de rechterlijke uitspraak, zijn voor velen reden te geloven in zijn onschuld. Voor haar waren ze juist reden tot twijfel, zo vertelt ze in een interview met Volkskrant Magazine. ‘Maar wat nou als hij het wel heeft gedaan? En hij wil het zijn vrouw vertellen, maar die is in al die jaren dat hij in de gevangenis zat zo gegroeid in haar […] overtuiging dat hij onschuldig is, dat ze hem niet meer gelooft’, zegt ze daar. En ze vervolgt: ‘Dan moet hij zijn schuld alleen dragen.’ (Volkskrant Magazine, 17 oktober 2009)

Valt tegen
Een prachtige vondst. En tevens de voornaamste reden waarom ik het boek ben gaan lezen. Ik was zeer benieuwd naar wat een schrijfster die filosofie gestudeerd heeft en die tevens thuis is in de katholieke leer met heel duidelijke opvattingen heeft over schuld en boete, met zo’n gegeven doet. Daarin valt de roman echter tegen. De verwijzingen naar de Bijbel zijn tamelijk obligaat. Voor uitdrukkingen als ‘Hij die zonder zonden is, werpe de eerste steen’ of ‘Laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet’ is geen Bijbelkennis nodig; dat zijn al lang staande uitdrukkingen. De regel uit het Onze Vader is (‘Want dit is mijn bloed, voor u vergoten tot vergeving van de zonden’), is ook gevoeglijk bekend. Dieper inzicht in, of een samenhangend betoog over schuld en het verlangen naar biecht, boetedoening en vergeving ontbreekt echter. Waar is het berouw, het verdriet, de schaamte, het afgrijzen over de eigen daad? Gunnar zegt wel dat hij schuld wil bekennen, maar ik zie nergens dat hij werkelijk lijdt onder zijn schuld, en dus verlost wil worden.

Ernest Louwes
Ik denk dat dit aspect mede onvoldoende uit de verf komt, omdat Van Brederode te dicht bij de werkelijkheid van de Deventer moordzaak is gebleven. Gegevens uit de (media)werkelijkheid verwerkt ze bijna rechtsreeks in de roman. Zoals de reeds genoemde televisiebeelden van Ernest Louwes in de rechtszaal. Of het pleidooi van de populaire schrijver Constantijn Verwoerd voor Gunnars onschuld, een personage waarin we zonder veel moeite Maurice de Hond herkennen.

Karakter
Als psychologisch portret van een moordenaar in gewetensnood overtuigt de roman evenmin. Door mijn schuld is een kloeke roman, 359 pagina’s dik. Toch blijft het karakter van de hoofdpersoon tot het eind toe een raadsel. Werkelijk doorgronden doe je hem nergens. Wat heeft Gunnar bezield? Vele mogelijke drijfveren passeren de revue. Vreemdsoortige koortsaanvallen die hij als kind had. Plots opkomende driftbuien (die overigens nergens tot daadwerkelijke agressie jegens anderen leidden). Het zich een buitenbeentje voelen. Het juist te goed begrepen worden en op voorhand vergeven. Een eensluidend antwoord komt er niet. Wat we lezen is het zoekende, tastende verslag van een man op zoek naar eigen drijfveren, die ook voor zichzelf uiteindelijk een raadsel blijft.  ‘[…] het is alsof ik geen toegang heb tot mijn eigen gemoed’, schrijft Gunnar op driekwart van de roman. Dat kunnen we beamen, maar dat is tevens een tamelijk frustrerende leeservaring.

Wrok
Mede daardoor ben je geneigd dat motief uiteindelijk te zoeken in Gunnars wrok over het statusverschil tussen hem en de andere gezinsleden die allen op het gymnasium gezeten hebben en een goeie baan hebben. In tegenstelling tot Gunnar, die ver beneden zijn stand de koksschool heeft gedaan en meubelverkoper is. Wrok vormt in ieder geval de aanleiding tot moord. ‘Wie was hier te vergeten? Wie was hier lucht?' denkt Gunnar, vlak voordat hij de kei tegen het hoofd van Evert gooit. En ook elders klinkt die emotie gedurig op. Want zijn familie laat niet na hem dat standsverschil in te peperen, zo maakt Gunnar duidelijk. Dat ressentiment is op den duur stuitend, omdat er in dat voortdurende (zelf)beklag tevens iets van een rechtvaardiging te lezen valt. Door mijn schuld is daarin zelfs te lezen als een cultuurkritische roman over het huidige Nederland dat vervuld is van ressentiment en onverdraagzaamheid en haat als deugd weet te voorstellen.

Ontknoping
Het einde brengt de ontknoping niet dichterbij. De eerder gedane bekentenis I did it, komt op de laatste bladzijde letterlijk terug. Maar daar hebben de woorden geen betrekking op de moord, maar op het schrijven van het boek. ‘Mijn boek. Mijn roman. Mijn Zweedse roman.’ Zodat het nog steeds mogelijk is, dat Gunnar alleen maar verzint dat hij schuldig is. In fictie is alles mogelijk, zo lijkt de schrijfster te willen zeggen, de werkelijkheid zullen we nooit weten. Dat is een mooie gedachte. Maar als lezer had ik uiteindelijk graag meer in handen gehad.

Désanne van Brederode, Door mijn schuld, Querido (2009), ISBN 9789021437439


Liesbeth Eugelink is schrijver en essayist. Zij publiceerde essays en interviews in onder meer De Groene Amsterdammer, NRC Handelsblad en Trouw. In 2007 verscheen van haar Niets in mij gelooft dat (Ten Have) een studie naar (het taboe) op religie in de moderne Nederlandse literatuur. www.liesbetheugelink.nl