'Kritiek van het oordeelsvermogen' van I. Kant

14 november 2009 - Kritiek van het oordeelsvermogen is de eerste complete Nederlandse vertaling van Kritik der Urteilskraft van Immanuel Kant. Dit werk bevat de eerste systematische esthetica. Maar niet alleen schoonheid wordt er in besproken, het gaat ook over het verhevene, het genie, vrijheid, de doelmatigheid van de natuur, zedelijkheid en God.

door Christian van der Heijden

Lelijkheid
Op 21 november heeft de paus in de Sixtijnse Kapel een ontmoeting met bijna 300 gerenommeerde kunstenaars. Met deze bijeenkomst wil het Vaticaan de dialoog tussen kerk en de hedendaagse kunst stimuleren. Dat is hard nodig, zei aartsbisschop Gianfranco Ravasi, president van de Pauselijke Raad voor de Cultuur. Te lang is geloof en kunst gescheiden geweest; het beste bewijs daarvan is volgens Ravasi de architectuur van veel moderne kerkgebouwen. "Die bieden geen schoonheid maar eerder lelijkheid", aldus de Vaticaanse prelaat.

Hume
Schoonheid en lelijkheid. Wat is schoonheid? Eeuwenlang werd gedacht dat schoonheid een eigenschap van het zijn is. Iets is mooi, omdat het mooi is. In de 18e eeuw begon men daar anders over te denken. De Britse filosoof David Hume schreef in zijn Essays, Moral and Political (1742): "De schoonheid in de dingen bestaat slechts in de geest die hen beschouwt." Platter gezegd: schoonheid zit tussen de oren.

Smaak
De eerste moderne denker die een systematische schoonheidsleer ontwierp was de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804). In navolging van Alexander Baumgarten noemde hij de wijsgerige reflectie over schoonheid voortaan esthetica, van het Griekse woord aisthèsis, dat zintuiglijke waarneming of gevoel betekent. Kant borduurde voort op Hume's opvatting dat schoonheid niet behoort tot de objectieve werkelijkheid, maar een wijze is waarop wij waarnemen en oordelen. Schoonheid is niet langer een kwestie van kennis, maar van Geschmack ('smaak'). Maar hoe komen wij eigenlijk tot een smaakoordeel? zo vragen esthetici zich af. En valt er over smaak wel of niet te twisten?

Derde Kritiek
Kants esthetica, die niet alleen het schone maar ook het sublieme bestudeert, staat in zijn boek Kritik der Urteilskraft, dat in 1790 werd gepubliceerd. Dit werk volgde op Kritik der reinen Vernunft (1787) en Kritik der praktische Vernunft (1788). Beide verschenen reeds bij Uitgeverij Boom in Nederlandse vertaling. Deze maand is Kants derde 'Kritik' aan de beurt: Kritiek van het oordeelsvermogen, de eerste volledige vertaling van Kritik der Urteilskraft. In 1978 verscheen bij Boom al Over schoonheid, een klein gedeelte daarvan.

Mogelijkheidsvoorwaarden
Kritiek betekent bij Kant "het onderzoek naar de oorsprong én naar de legitimiteit van meningen en overtuigingen, of het nu om ethische, metafysische, wetenschappelijke of religieuze overtuigingen gaat" (Thomas Baumeister, De filosofie en de kunsten, 1999). In de eerste Kritiek schrijft Kant over de mogelijkheidsvoorwaarden van wetenschappelijke kennis. De tweede gaat over de mogelijkheidsvoorwaarde van onze morele kennis: wat is goed en hoe moeten we handelen? In de derde antwoordt Kant op vragen als: wat gebeurt er eigenlijk als wij iets waar, goed of mooi noemen? waar is dit vermogen om te oordelen op gebaseerd? wat is er af te leiden uit de manier waarop wij over de werkelijkheid oordelen?

Bestaan van God
In Kritiek van het oordeelsvermogen gaat het dus niet alleen over esthetica maar ook over wat Kant het teleologische oordeelsvermogen noemt. Het voert hier te ver om uit te leggen wat daarmee bedoeld wordt, maar interessant is wel om te melden dat Kant in dit gedeelte de traditionele Godsbewijzen nog eens onder de loep neemt. Kant wijst die af, omdat onze rede niet in staat is de werkelijkheid an sich in ogenschouw te nemen. Dat wil volgens hem echter niet zeggen dat de mens als redelijk wezen niet een hele goede reden heeft om in God te geloven. Ofschoon we God niet kunnen kennen, dwingt de doelmatigheid van de natuur ons het bestaan van een scheppend opperwezen te aanvaarden. Dit doet erg denken aan hedendaagse natuurwetenschappers die veronderstellen dat de natuur, vanwege haar complexiteit, het resultaat moet zijn van een Intelligent Design.

Morele oorzaak van de wereld
Kant zegt verder dat ons oordeelsvermogen ons ook via ons moreel bewustzijn naar een opperwezen voert. We "moeten [...] een morele oorzaak van de wereld (een schepper van de wereld) aannemen om onszelf in overeenstemming met de morele wet een einddoel te stellen. En al naargelang dat laatste noodzakelijk is [...], is het ook noodzakelijk om het eerste aan te nemen, namelijk dat er een God is" (pp. 353, 354). In een voetnoot zegt Kant echter dat het hier niet om een objectief-geldig Godsbewijs gaat. "Het wil niet aan de twijfelaar bewijzen dat er een God is, maar aantonen dat wanneer hij moreel consequent wil denken hij deze stelling moet opnemen onder de maximes van zijn praktische rede."

Goede inleiding
De vertalers Jabik Veenbaas en Willem Visser, die eveneens de eerste en de tweede Kritik vertaalden, werden ook dit keer door een adviescommissie van gevestigde, academische filosofen bijgestaan. Veenbaas & Visser zijn dat weliswaar niet, maar hun inleidingen op de Kritieken bewijzen dat ze filosofisch zeer onderlegd zijn. Hun Ten geleide biedt niet alleen een knap overzicht van de thematiek, ook vatten ze Kants belangrijkste conclusies zo goed samen, dat je het boek zelf eigenlijk niet meer hoeft te lezen om te achterhalen wat erin staat.

Duitse klassiekers in het Engels
Bij elke Nederlandse vertaling van een filosofisch werk vragen critici zich af of het project wel zin heeft gehad. Wijsbegeerte is immers te moeilijk voor leken en vakfilosofen lezen de moderne hoofdwerken in de oorspronkelijke taal. Dat Kant te moeilijk is voor leken, lijkt me waar. Dat neemt niet weg, zo leren de verkoopcijfers, dat er veel belangstelling voor dit soort prachtboeken bestaat. En de vakfilosofen? Natuurlijk, een echte filosoof leest Kant in het Duits. Toch zou je de toekomstige vakfilosofen die geen Duits kunnen lezen de kost moeten geven. Veel studenten van tegenwoordig lezen Kant, Hegel, Schopenhauer, Nietzsche en Heidegger in het Engels. Gelukkig voor hen zijn de drie Kritieken nu vertaald in een taal die in elk geval dichter bij het Hoogduits staat dan het Engels.

Immanuel Kant, Kritiek van het oordeelsvermogen, Uitgeverij Boom, Amsterdam (2009), ISBN 9789085063483, € 52,90