De rechterhand van de bisschop

22 oktober 2012 - Misbruik binnen de katholieke kerk is de rode draad in De rechterhand van de bisschop van de Canadese schrijver Linden MacIntyre. De verteller van het verhaal is priester MacAskill. Hij heeft jarenlang voor oplossingen gezorgd bij priesters die in de fout zijn gegaan. In zijn eigen parochie wordt hij geconfronteerd met het leed van een misbruikslachtoffer.

door Barbara Trappenburg

Priester MacAskill
Hoofdpersoon in De rechterhand van de bisschop is priester Duncan MacAskill. Een trouwe dienaar van de katholieke kerk, maar geen meeloper. Wel een soms wat naïeve man. Door zijn rol in de kerk is hij een buitenstaander: op verzoek van de bisschop handelt hij al decennia ‘netelige kwesties‘ af. Daaraan komt aan het begin van de jaren ’90 een eind als hij naar Creignish wordt gestuurd, om daar de parochie te leiden. In Creignish is zijn rol als ‘rechterhand’ van de bisschop uitgespeeld.

Creignish, Nova Scotia
Creignish is een klein dorpje met een gesloten gemeenschap, waarvan de bewoners katholiek zijn en meestal van Schotse komaf. Het ligt op Nova Scotia, het uiterste oostpuntje van Canada. Linden MacIntyre kent het gebied waar hij zijn boek situeert, goed. Hij groeide er zelf op, net als Duncan MacAskill.

Schuldgevoelens
Priester MacAskill was jarenlang decaan aan een katholieke universiteit. Hij heeft niet eerder een parochie geleid en voelt zich tekortschieten. De parochianen waarderen zijn preken, maar ervaren hem als terughoudend en ongezellig. Hij worstelt met zijn nieuwe taak en met zijn verleden. Beide zorgen voor schuldgevoelens.

Onkreukbaar instituut
MacAskill verwijst naar zichzelf als ‘de ontheemde purificator’. De bisschop stuurde hem af op priesters die misstappen hadden begaan. Ze verschillen van mening over wat het belangrijkste is. MacAskill: ‘Ik dacht dat het onze taak was om die mannen uit de circulatie te halen. (…) Ik dacht dat het voor ons het belangrijkste was om te overleggen met de gezinnen en de slachtoffers (…)’. MacAskill wil het verder aan de bevoegde instanties overlaten. Voor de bisschop is dat ondenkbaar: het allerbelangrijkst is de onkreukbaarheid van het instituut.

Celibaat als oorzaak?
Waar het over misbruik gaat gaat het ook over de oorzaak. Is het het celibaat, zoals veel parochianen denken? De eenzaamheid? Of is het iets voor ‘abnormalen’ zoals MacAskill het formuleert: ‘Is dit wat priesters gek maakt? Is er een verband tussen abnormaal gedrag en isolement?’ MacAskill probeert het te begrijpen, zonder het ook maar een moment goed te willen praten.

Boete doen
Boetedoening, dat is iets wat de verteller voortdurend bezighoudt. Zijn beste vriend en medepriester Alfonso had als motto: woorden zonder daden betekenen niets. ‘De enige ware akte van berouw was een daad die samenging met een opoffering.’ MacAskill vraagt zich af of hij medeverantwoordelijk is voor het voortduren van misbruik in de katholieke kerk. Hij heeft tenslotte geholpen om zaken in de doofpot te stoppen. Is hij medeverantwoordelijk voor het lot van de jonge Danny MacKay? Hij heeft zelf ook boete te doen voor een schuld uit het verleden. Uiteindelijk handelt MacAskill en maakt hij schoon schip.

Goed boek
MacIntyre heeft zijn boek goed geconstrueerd. Drie verhaallijnen lopen door elkaar: de ontwikkelingen in de parochie van Creignish, het verhullende werk van priester MacAskill in de afgelopen jaren en zijn herinneringen aan de ingrijpende periode in Honduras. MacIntyre laat priester MacAskill het verhaal vertellen. Dat vertroebelt de waarneming natuurlijk, maar zorgt automatisch voor spanning, doordat diens eigen rol langzaamaan duidelijk wordt. Het boek boeit vanaf het eerste moment: goed geschreven en authentiek. Goed boek.

Linden MacIntyre
Linden MacIntyre (Canada, 1943) is journalist en schrijver. De rechterhand van de bisschop verscheen in 2009 als The Bishop’s Man; MacIntyre kreeg er verschillende prijzen voor. Het boek is deel II van een trilogie (deel I: The Long Stretch (1999); deel III: Why Men Lie (2012)). The Long Stretch verscheen eerder in het Nederlands als Het lange eind (2008). Hoofdpersonen daarin zijn de neven John en Sextus Gillis, die ook figureren in De rechterhand van de bisschop. Het lange eind gaat over een schokkende gebeurtenis tijdens de Tweede Wereldoorlog in Friesland.