Leo Vroman


Kruispunt Radio 9  augustus 2009

In Kruispunt-Radio’s Zomerserie een gesprek met de dichter Leo Vroman (94). Vroman is dichter, schrijver, bioloog, fysioloog, wetenschapper, PC Hooft-prijswinnaar prijswinnaar en naar eigen zeggen “disaster freak”.

Dichter én hematoloog
Zo bekend als hij in Nederland is als dichter, zo bekend is hij in de Verenigde Staten - waar hij sinds 1947 woont - als hematoloog. In 1940 gevlucht uit Nederland werd Vroman in het toenmalige Nederlands-Indië geïnterneerd in diverse jappenkampen. Pas in 1946 werd hij in de Verenigde Staten weer herenigd met zijn verloofde uit 1938, Tineke Sanders. Na jaren van verblijf in New York woont het echtpaar Vroman nu al jaren in Fort Worth in Texax (VS). Al bij zijn leven geldt Vroman - door Kees Fens getypeerd als de “vlakbijste dichter van Nederland” - by far als één van de grootste dichters van Nederland.

Fantastisch man
Joods van geboorte hangt Vroman geen enkele levensbeschouwing aan. ‘Ik heb mijn Bar Mitswa gedaan, ik ben één keer in een synagoge in Amsterdam geweest, daar moest ik wat voorlezen. Ik geloof zeker niet in de Bijbel als een boek waar ik aan vast moet houden. Ik vind het een mooi boek. Ik vind Jezus een fantastische man. Alleen, alleen: elk woord van Jezus, elk woord, is misbruikt, daar zijn oorlogen voor gevoerd. Ik vind dat walgelijk.’


Tineke en Leo Vroman (foto: rkk)

Stille Verdriet
Vroman’s dichtregel ‘Kom vanavond met verhalen, hoe de oorlog is verdwenen en herhaal ze honderd malen, alle malen zal ik wenen’ gaat anno 2009 nog steeds door merg en been. “Voor mij geldt dat mijn merg langzamerhand uitgeput is. Ik ween niet meer. Ik zou wel willen huilen maar ik doe het niet. Ik trek mij oorlogen en massamoorden erg aan. Ik zou dat gedicht goed vinden als daardoor de oorlog zou verdwijnen, maar ik heb nog niet gehoord van soldaten die zijn geweer neersmeet omdat hij mijn gedicht gelezen had.” Vroman werd met deze befaamde regels ‘de dichter van het Stille Verdriet’. Hij dicht onverkort door, praktisch elke dag. “Niet elke dag, onverkort zou niet zo best zijn, zo verkort mogelijk. Laat ik zeggen: ik probeer niet de gang erin te houden, ik word in de gang gehouden.”

Bijna dood
Veel gedichten gaan bij hem over de dood. “Ja, want die komt tenslotte dichterbij, de dood, en het is een interessant probleem. Het probleem om niet te bestaan, vind ik boeiend. Ik weet niet hoe je dat doet. Ik ben een paar keer bijna dood geweest en die paar keren waren zo verschillend van elkaar, dat ik er achterdochtig door geworden ben.”

Vlakbijste dichter
De literator Kees Fens noemde hem lang geleden al “de vlakbijste dichter”. Vroman vond dat een prettige omschrijving. “Ik ben graag vlakbij, vooral als ik er niet bij ben. Ik mag dan al 60 jaar in de Verenigde Staten wonen maar om ‘de vlakbijste dichter’ te zijn heb ík Tineke, nou ja, ik ‘héb’ haar niet, ik bedoel, we zijn samen, we praten altijd Hollands met elkaar tenzij in een lift een Amerikaan staat. Maar vlakbij is inderdaad vlakbij. Ik zou het aanstellerig vinden om niet vlakbij te zijn. Als je schrijft en je wilt publiceren, wat doe je dan anders dan contact zoeken met mensen? Om dat dichterlijk te gaan doen in de vorm van afstandelijk, dát vind ik onzinnig.”


Leo Vroman en Gerard Klaasen in gesprek (foto: rkk)

God
Vroman ziet God vooral als een systeem. “Ja, wij zijn allemaal onderdeel van een of ander systeem. Als mensen samen komen in een kerk en samen in iets geloven zijn ze daardoor met elkaar verbonden. Ik weet niet of ik geloof, ik hóóp te geloven. Je kunt het ook zien als een spinnenweb waar wij allemaal als vliegen in gevangen zitten.” Vroman wacht niet op de Messias naar zijn zeggen. “Nee hoor, ik wacht op mijn eigen dood en ik kijk dan of ik nog leef. Ik zou wel 120 jaar willen worden. De levens- grens is tegenwoordig verhoogd van 105 of zoiets naar 120. Tineke wil beslist geen 100 worden maar als je gezond bent, dan is het gewoon een kwestie van door leven.”

PC Hooftprijs
Vroman won ‘s lands meest prestigieuze literatuurprijs - de PC Hooftprijs - al in 1964. Ik realiseer mij immers, dat ik nu tegenover de PC Hooft-prijswinnaar van 1964 zit. Lucide roept hij uit dat het tijd wordt dat hij er nog eens eentje krijgt. “Ach nee, al die prijzen zijn wedstrijden en je krijgt hem omdat een ander hem niet krijgt. Zo leuk is dat niet.”

Urn
Achter hem staat een witte doos met een urn in. “Dat is voor wie van ons tweeën wint. Want één van ons tweeën gaat toch als eerste dood. Ik wil in elk geval gecremeerd worden en die urn blijft gewoon hier. Wij hebben in 1945 zwoele brieven aan elkaar geschreven in het jaar dat Tineke nog niet naar hier kon komen. Die brieven bevinden zich in het museum, allemaal ingepakt, en die mogen pas in 2025 open worden gemaakt. We hopen dat die dan helemaal verpulverd zijn en dan mogen ze ook mee in die urn. Ik zie ons dan in twee grote urnen en een kleintje daarbij.”

Kruispunt Radio, 9 augustus 2009 om 20:30 uur op Radio 1.