"Ik was liever hetero geweest"

Beminnen en bemind worden
Rabbijn Ralbag heeft spijt van zijn opmerking dat homoseksualiteit een ziekte is en minister Schipper heeft vastgesteld dat de christelijke organisatie Different geen homo’s wil genezen. De beide stormen die eerder deze maand in Nederland oplaaiden, zijn weer gaan liggen. Het is wachten op de volgende. Die komt zeker.
Homoseksualiteit en religie. Het blijkt steeds weer een explosieve combinatie. Waarom toch? Waarom is het debat dat daarover wordt gevoerd zo ongekend fel? Misschien wel omdat het over de essentie gaat van ons mens-zijn: de behoefte om te beminnen en om bemind worden.

Debat van uitersten
Wat me opvalt aan het debat is dat alleen de uitersten zichtbaar zijn. Ofwel homoseksualiteit is een enge ziekte waar je van kan, nee moet genezen. Ofwel het is de normaalste zaak van de wereld. Sterker nog: iets om trots op te zijn. Voor mij is het noch het één noch het ander.
Het debat gaat mij persoonlijk aan. Ik voel mij gezegend door Onze Lieve Heer met een aantal talenten waar ik heel blij mee ben. Helaas zit het talent een vrouw te beminnen daar niet bij. Helaas, zeg ik, omdat ik het liever anders had gezien.

Een kleine tekortkoming
Ideaal is het wat mij betreft niet. En hiermee begeef ik mij als christen op glad ijs. Voor de duidelijkheid: ik zeg niet dat het een ziekte is. Van een ziekte kan je in veel gevallen genezen, van homoseksualiteit niet. Het is wat mij betreft zoiets als een flapoor, een loensend oog of beter nog: linkshandig zijn. Het is soms hooguit onhandig.  Als je met een vulpen schrijft, maak je vlekken en met een normale schaar kan je niet knippen.
Een kleine tekortkoming dus.  Te klein en onbenullig om op wat voor manier dan ook een volwaardig en gelukkig leven in de weg te staan, laat staan dat het reden zou zijn iemand te discrimineren. Maar ik had het liever niet gehad en het is voor mij al helemaal geen reden trots op een boot door de Amsterdamse grachten te varen.

Wedgewood met een krasje
Toch merk ik dat de manier waarop ik tegen homoseksualiteit aankijk op grote weerstand stuit. Ik denk dat het komt omdat ik gelovig ben. Volgens velen iemand die er sowieso abjecte ideeën over homoseksualiteit op nahoudt. Wat mij dan steeds weer verbaast, is dat als bekende Nederlanders als Paul de Leeuw, Gordon of Marc Marie Huijbregts hetzelfde zeggen, niemand reageert. En alle drie heb ik het ze ooit horen zeggen: “Ik was liever hetero geweest.”
Met Marc-Marie Huijbregts was ik ooit in Rome voor opnames van het programma Kruispunt. Hij vergeleek homo’s en daarmee zichzelf met Wegdewood servies met een krasje er op.  Er was in het productieproces iets misgegaan. “Maar” zei hij,  “in Engeland heb je speciale winkels waar ze Wedgewood-met-een-krasje verkopen.“ Ik had verwacht dat deze opmerking nogal wat reacties zou oproepen, maar niks daarvan. Geen boze mail, geen brief op hoge poten, niets.

Volstrekt gelijkwaardig
Toch gaat Marc-Marie verder dan ik zelf zou willen gaan. Want Wedgewood-met-een-krasje is minder waard dan Wedgewood-zonder-krasje, terwijl ik heilig geloof dat homo’s en hetero’s volstrekt gelijkwaardig zijn. (Ik weet overigens zeker dat Marc-Marie dat ook vindt, maar uit zijn vergelijking zou je een verkeerde conclusie kunnen trekken.)  Er is dus sprake van selectieve verontwaardiging. Als een bekende Nederlandse homo beweert liever hetero te zijn, is er niets aan de hand. Doet een gelovige dat, dan is het land te klein.

Meetellen
Wat is dat toch dat mensen zo fel reageren op het woord ‘tekortkoming’? Wat zegt dat over hoe zij aankijken tegen mensen met een gebrek? Die mensen hebben in hun ogen blijkbaar iets ergs. Iets waardoor ze niet helemaal meetellen. Omdat homo’s, terecht, voor vol moeten worden aangezien moet het ‘gebrek’ eerst gepromoveerd  worden tot ‘Variant in de Schepping’. Want pas als je perfect bent, tel je echt mee.
En dat is wat me zo tegenstaat.  Dat je pas mee zou tellen als je perfect bent. Homoseksualiteit mag geen gebrek of tekortkoming zijn, omdat je dan iets zou mankeren. En als je iets mankeert, ben je zielig en tel je niet echt mee. Die visie verraadt dus iets over hoe iemand aankijkt tegen een leven dat niet perfect is. Dat is eigenlijk minder waard. En dat vind ik nou abject.

Wilfred Kemp

 Zie hier het fragment waar Marc-Marie Huijbregts vertelt over zijn homoseksualiteit: