Stille Nacht in Oberndorf dl.2



Kruispunt, 24 december 22.40 uur

Zonder Stille Nacht geen Kerstmis

Oberndorf
Zoet en kruidig is de geur die je doet verlangen naar een slokje. Op de adventsmarkt in het Oostenrijkse Oberndorf is er overal en nog wel de hele dag glühwein te koop. Oberndorf is een klein plaatsje zo'n 20 kilometer van Salzburg waar een gewone sterveling nooit naartoe zou gaan, als daar een wereldberoemd lied niet voor het eerst was gezongen.


Het koor van Oberndorf voor de Stille Nacht kapel (foto: RKK)

Christelijk kerstlied
Oberndorf in het Salzburgerland is de bakermat van hét christelijke kerstlied bij uitstek, Stille Nacht. Daar op de trappen voor de kleine kapel bij de rivier de Salzach, wordt het elk jaar op 24 december om vijf uur in de middag gezongen. Door twee solisten met één gitaar. Want zo is het in 1818 op deze datum en deze plek ook gezongen, door kapelaan Jozef Mohr ( die de tekst had geschreven) en de organist Frans Grüber uit het naburige Arnsdorf, die in tijdsbestek van een paar uur, de melodie componeerde.

   

Verlangen naar vrede

Kapel in Oberndorf (foto:RKK)
1816. Salzburg had net opgehouden te bestaan als een zelfstandige staat. De gevechten van de Duitsers, de Fransen onder leiding van Napoleon en Oostenrijkers hadden ook in dit gebied veel dood en verderf opgeleverd. De jonge kapelaan Jozef Mohr, de vierde zoon van een ongetrouwde vrouw, werkte in de parochie van Mariapfarr, toen hij de tekst voor Stille Nacht, Heilige Nacht schreef. Twee jaar later, Mohr was overgeplaatst naar Oberndorf, weigerde met kerst het kerkorgel en de kapelaan wilde met kerst toch een nieuw lied presenteren. Hij vroeg zijn organist uit het naburige dorp op die tekst een melodie te schrijven en dat sloeg aan. De combinatie van de wat devote tekst waarin het verlangen naar vrede doorklinkt, en de makkelijk mee te zingen wat dromerige melodie, maakte van het lied een wereldhit. Inmiddels in meer dan 200 talen verspreid is het in de christelijke wereld het meest gezongen Kerstlied.






Reinier Thiesen met cameraploeg Kruispunt (foto:RKK)



Behoeden voor commercie
Voor Kruispunt ging Teun-Jan Tabak met collega Ines ten Berge, cameravrouw Tijn van Neerven en geluidsman Geert van Poelgeest op zoek naar de wortels van het lied. Ze kwamen behalve de glühweinstalletjes drie musea tegen met de geschiedenis van het lied. Ze waren op de begraafplaatsen waar de componist en de tekstdichter worden geeerd en spraken met de vice-voorzitter van de wetenschappelijke stichting die het lied probeert te behoeden voor commercïele uitbuiting. Op de adventsmarkt in Salzburg vroegen ze passanten of ze het lied kenden. De meeste Duitsers en Oostenrijkers, of ze nu christen waren of atheïst, hadden het lied geleerd op de kleuterschool en zongen het lied nog elk jaar met Kerstmis.


Reinier Thiesen (foto:RKK)

Kunst en kitsch
Voor de uitzending op kerstavond 24 december ging ze op stap met Reinier Thiesen uit het Limburgse Meerlo. Hij verzamelt al jaren verschillende uitvoeringen van Stille Nacht en heeft er inmiddels meer dan 3000. Hij toonde  zijn passie en gaf in Oostenrijk tekst en uitleg bij de kunst en de kitsch van het Stille Nacht lied.