DEEL3: HET LEVEN IN CHRISTUS

TWEEDE SECTIE: DE TIEN GEBODEN


TWEEDE HOOFDSTUK: 'Gij zult uw naaste beminnen als uzelf

ARTIKEL 10: Het tiende gebod
II. De verlangens van de Geest
2541

1718
2764:397
Het bestel van de wet en van de genade wendt het hart van de mensen af van de hebzucht en de afgunst; het ontsteekt in hem het verlangen naar het opperste Goed; het leert hem de wensen van de heilige Geest, die het hart van de mens bevredigt

De God van de beloften heeft de mens - vanaf het begin - gewaarschuwd tegen de verleiding van al wat goed scheen om te eten, een lust was voor het oog en wat aantrekkelijk was om naar te kijken {Gen. 3,6}.
2542

1963
De wet die aan Israël gegeven werd, heeft nooit volstaan om diegenen te rechtvaardigen, die er aan onderworpen waren; zij is zelfs het instrument geworden van 'de begeerte'.1  De kloof die er bestaat tussen het willen en het doen2 , wijst op het conflict tussen de wet van God, die 'de wet van de rede' is en een andere wet 'die mij gevankelijk uitlevert aan de heerschappij van de zonde over mijn daden' {Rom. 7,23}.
2543

1992
'Thans is echter, buiten de wet om, Gods gerechtigheid openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigenis afleggen. Gods gerechtigheid, die zich door het geloof in Jezus Christus meedeelt aan allen die geloven, zonder enig onderscheid' {Rom. 3,21-22}. En sindsdien hebben 'zij die Christus toebehoren, het vlees gekruisigd met zijn hartstochten en zijn begeerten' {Gal. 5,24}; zij worden geleid door de Geest1  en volgen datgene waar de Geest op zint.2 

Terug naar de inhoud | Terug bladeren | Vooruit bladeren