DEEL 2: DE VIERING VAN HET CHRISTUSMYSTERIE
EERSTE SECTIE : HET SACRAMENTELE HEILSBESTEL
TWEEDE HOOFDSTUK: De sacramentele viering van het paasmysterie
ARTIKEL 1: De liturgie van de kerk vieren
I. Wie viert er?
| 1136 795 1090 | De liturgie is een handelen van 'de gehele Christus' (Christus totus). Allen die haar nu al vieren op een manier die boven de tekens uitstijgt, bevinden zich logo al in de hemelse liturgie, daar waar het vieren een en al gemeenschap en feest is. |
De celebranten van de hemelse liturgie
| 1137 662 | De Openbaring van de heilige Johannes, gelezen in de liturgie van de kerk, openbaart ons allereerst 'een troon in de hemel, en op de troon is iemand gezeten' {Apok. 4,2} : 'God de Heer' {Jes. 6,1}.1 Vervolgens het Lam, 'staande, als geslacht' {Apok. 5,6}2 : de gekruisigde en verrezen Christus, de enige hogepriester van het ware heiligdom3 , dezelfde 'die offert en geofferd wordt, die geeft en gegeven wordt'.4 Tenslotte 'de rivier met het water des levens, die ontwelt aan de troon van God en van het Lam' {Apok. 22,1}, een der mooiste symbolen van de heilige Geest.5 |
| 1138 335 1370 | In Christus 'onder één hoofd gebracht' nemen deel aan de dienst van Gods lofzang en aan de vervulling van zijn heilsplan: de hemelse machten1 , de hele schepping (de vier levende wezens), de dienstknechten van het Oude en het Nieuwe Verbond (de vierentwintig oudsten), het nieuwe Volk van God (de honderdvierenveertigduizend)2 , in het bijzonder de martelaren die vermoord werden omwille van het woord van God {Apok. 6,9-11}, en de allerheiligste Moeder van God (de Vrouw3 ; de bruid van het Lam4 ), tenslotte 'een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen' {Apok. 7,9}. |
| 1139 | Aan deze eeuwige liturgie laten de Geest en de kerk ons deel hebben, wanneer wij in de sacramenten het heilsmysterie vieren. |
De celebranten van de sacramentele liturgie
| 1140 752 1348 | Het is heel de Gemeenschap, het lichaam van Christus in eenheid met zijn Hoofd, dat viert. 'Liturgische handelingen zijn geen private handelingen, maar vieringen van de van de kerk, die 'het sacrament van de eenheid' is, dat wil zeggen het heilige volk dat is samengebracht en gerangschikt onder de bisschoppen. Daarom raken zij het gehele lichaam van de kerk; dat manifesteren zij, daarop werken zij in, terwijl toch de afzonderlijke leden van de kerk er op verschillende wijze door worden beŽnvloed overeenkomstig de verscheidenheid van rangen, van functies en van actief deelnemen'. Daarom 'moet, wanneer de riten overeenkomstig hun eigen aard een gemeenschappelijke viering vragen waarbij de gelovigen in groten getale en actief deelnemen1 , nadrukkelijk worden aangegeven dat deze zo mogelijk de voorkeur dient te verkrijgen boven de particuliere en quasi-private viering'.2 |
| 1141 1120 | De vierende geloofsgemeenschap is de gemeenschap van de gedoopten die 'door de wedergeboorte en de zalving van de heilige Geest tot een geestelijke woonstede en een heilig priesterschap gewijd zijn om geestelijke offers op te dragen'.1 Dit 'gemeenschappelijk priesterschap' is dat van Christus, de enige priester, waaraan alle ledematen deelhebben2 : |
| 1268 | Onze moeder de kerk verlangt er vurig naar dat alle gelovigen tot die volledige, bewuste en actieve deelname aan de liturgische vieringen worden gebracht, waar de aard van de liturgie zelf om vraagt en waarop het christenvolk, 'een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, Gods eigen Volk' {1 Petr. 2,9}1 , krachtens het doopsel recht heeft en waartoe het verplicht is.2 |
| 1142 1549 1561 | Maar 'zoals het menselijk lichaam vele organen heeft met allerlei verschillende functies' {Rom. 12,4}, zo zijn bepaalde leden door God geroepen, in en door de kerk, tot een speciale dienst voor de gemeenschap. Deze bedienaars worden gekozen en geconsacreerd door het sacrament van de priesterwijding, waardoor de heilige Geest hen bekwaam maakt om in de persoon van Christus, het hoofd, te handelen ten dienste van alle leden van de kerk.1 De gewijde bedienaar is als het ware de 'icoon' van Christus-Priester. Aangezien het sacrament van de kerk zich ten volle manifesteert in de eucharistie; wordt het ambt van de bisschop, en in gemeenschap met hem dat van de priesters en diakens, allereerst zichtbaar in het voorgaan tijdens de eucharistie. |
| 1143 903 1672 | Ten dienste van de functies van het gemeenschappelijk priesterschap van de gelovigen bestaan er ook andere, bijzondere bedieningen, die niet bekrachtigd zijn door het wijdingssacrament en Waarvan de functie bepaald wordt door de bisschoppen volgens de liturgische tradities en de pastorale noden. 'Ook de akolieten, de lektoren, de commentatoren en de zangers vervullen een echt liturgische bediening'.1 |
| 1144 | In de viering van de sacramenten is dus de hele gemeenschap 'liturg', ieder naar zijn eigen functie, maar in 'de eenheid van de Geest' die in ieder menswerkzaam is. 'Bij de liturgische vieringen moet iedereen, hetzij bedienaar hetzij gelovige, bij de vervulling van zijn functie uitsluitend en volledig datgene doen wat hem krachtens de aard van de zaak en de liturgische richtlijnen toekomt'.1 |
Terug naar de inhoud | Terug bladeren | Vooruit bladeren



