DEEL 1: DE GELOOFSBELIJDENIS
TWEEDE SECTIE : DE BELIJDENIS VAN HET CHRISTELIJK GELOOF DE GELOOFSBELIJDENISSEN
TWEEDE HOOFDSTUK: Ik geloof in Jezus Christus, de enige Zoon van God
ARTIKEL 5: 'Jezus Christus is nedergedaald ter helle, de derde dag verrezen uit de doden'
PARAGRAAF 2: Hij is de derde dag verrezen uit de doden
III. Zin en heilsbetekenis van de verrijzenis
| 651 129 274 | 'Wanneer Christus niet is verrezen, is onze prediking zonder inhoud en ons geloof eveneens' {1 Kor. 15,14}. De verrijzenis is voor alles de bevestiging van alles wat Christus zelf gedaan en geleerd heeft. Alle waarheden, zelfs die welke voor de menselijke geest het minst toegankelijk zijn, vinden hun rechtvaardiging, als Christus door te verrijzen het definitieve bewijs van zijn goddelijk gezag heeft gegeven, zoals Hij beloofd had. |
| 652 994 601 | De verrijzenis van Christus is de vervulling van de beloften van het Oude Testament1 en van de beloften die Jezus zelf tijdens zijn aardse leven heeft gedaan.2 De uitdrukking 'volgens de Schriften'3 wijst erop dat de verrijzenis van Christus deze voorspellingen in vervulling doet gaan. |
| 653 445 | De waarheid van de godheid van Jezus wordt bevestigd door zijn verrijzenis. Hij had gezegd: 'Wanneer gij de Mensenzoon omhoog zult hebben geheven, dan zult gij inzien dat Ik ben' {Joh. 8,28}. De verrijzenis van de Gekruisigde liet zien dat Hij werkelijk 'Ik ben' was, de Zoon van God en God zelf. De heilige Paulus heeft ten overstaan van de joden kunnen verklaren: 'God heeft de belofte, aan onze vaderen gedaan, voor ons vervuld door Jezus te doen verrijzen, zoals ook geschreven staat in de tweede psalm: Gij zijt mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt' {Hand. 13,32-33}.1 De verrijzenis van Christus is nauw verbonden met het mysterie van de menswording van de Zoon van God. Zij is er de voltooiing van, overeenkomstig de eeuwige heilsbeschikking van God. |
| 654 1987 1996 | Het Paasmysterie is tweeledig: door zijn dood bevrijdt Christus ons van de zonde, door zijn verrijzenis verschaft Hij ons toegang tot een nieuw leven. Dit leven bestaat allereerst in de rechtvaardiging die ons weer herstelt in Gods genade1 'opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden leiden' {Rom. 6,4}. Dit leven bestaat in de overwinning op de dood door de zonde en in een nieuw deel hebben aan de genade.2 Dit leven schenkt de mensen het kindschap door aanname, want zij worden broeders van Christus. Zo noemt Jezus zelf zijn leerlingen na zijn verrijzenis: 'Gaat aan mijn broeders de boodschap brengen' {Mt. 28,10} ; {Joh. 20,17}. Niet broeders van nature, maar door de gave van de genade, omdat het toonschap door aanname werkelijk doet delen in het leven van de enige Zoon, dat zich volledig geopenbaard heeft in zijn verrijzenis. |
| 655 989 1002 | Tenslotte is de verrijzenis van Christus - en de verrezen Christus zelf - oorsprong en bron van onze toekomstige verrijzenis: 'Christus is opgestaan uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn (...). Zoals allen sterven in Adam, zo zullen ook allen in Christus herleven' {1 Kor. 15,20-22}. In afwachting van deze vervulling leeft de verrezen Jezus in het hart van zijn gelovigen. In Hem ervaren de christenen 'de krachten van de toekomstige wereld' {Heb. 6,5} en hun leven wordt door Christus meegevoerd naar de schoot van het goddelijk leven,1 'opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die terwille van hen is gestorven en verrezen' {2 Kor. 5,15}. |
Terug naar de inhoud | Terug bladeren | Vooruit bladeren



