DEEL 1: DE GELOOFSBELIJDENIS
EERSTE SECTIE : 'IK GELOOF' - 'WIJ GELOVEN'
DERDE HOOFDSTUK: Het antwoord van de mens aan God
ARTIKEL 2: Wij geloven
III. Eén geloof
| 172 813 | Sedert eeuwen houdt de kerk niet op door middel van zovele talen, culturen, volken en naties haar ene geloof te belijden, dat zij van één Heer ontvangen heeft, dat door één doopsel overgeleverd is, dat in de overtuiging geworteld is dat alle mensen maar één God en Vader hebben.1 De heilige Irene³s van Lyon, getuige van dit geloof, verklaart: |
| 173 830 | 'In feite bewaart de kerk, hoewel verspreid over de hele wereld tot aan de uiterste grenzen, met zorg deze verkondiging en dit geloof dat zij ontvangen heeft van de Apostelen en van hun leerlingen en ze gelooft erin, alsof ze in één huis woont, op één en dezelfde manier, vanuit één ziel en hart en preekt de waarheid van het geloof, onderwijst het en geeft het door met eenheid van stem, alsof ze uit één mond spreekt'.1 |
| 174 78 | 'Want er zijn in de wereld verschillende talen, maar de inhoud van de Overlevering is overal één en dezelfde. De kerken die in Germanië gesticht zijn, wijken in geloof en overlevering niet af, noch die in Spanje of bij de Kelten, noch die in het Oosten, in Egypte of in Noord- Afrika, noch die in het centrum van de wereld gesticht zijn'.1 'De boodschap van de kerk is dus waar en betrouwbaar: zij wijst immers heel de wereld op één en dezelfde weg van het heil'. |
| 175 | 'Dit geloof dat wij van de kerk ontvangen hebben, bewaren wij met zorg; als een kostbare inhoud in een goed vat bewaard, wordt dit geloof onder de werking van de heilige Geest telkens weer jong en verjongt het ook het vat waarin het zit'.1 |
Terug naar de inhoud | Terug bladeren | Vooruit bladeren



