DEEL 1: DE GELOOFSBELIJDENIS
TWEEDE SECTIE : DE BELIJDENIS VAN HET CHRISTELIJK GELOOF DE GELOOFSBELIJDENISSEN
| 185 171 949 | Wie zegt 'Ik geloof', zegt 'Ik beken me tot wat wij geloven'. De gemeenschap in het geloof heeft behoefte aan een gemeenschappelijke taal van het geloof, die voor allen de normen stelt en die allen verenigt in het belijden van hetzelfde geloof. |
| 186 | Vanaf het eerste begin heeft de apostolische kerk haar eigen geloof tot uitdrukking gebracht en overgeleverd in korte en voor allen geldende formuleringen.1 Maar de kerk heeft al zeer spoedig ook het wezenlijke van haar geloof willen bundelen in organische, duidelijk gestructureerde samenvattingen, die vooral bestemd waren voor de kandidaten voor het doopsel: |
| Want deze geloofsbelijdenis is niet opgesteld volgens een idee van mensen. Uit de hele Schrift is het belangrijkste bijeengebracht als een samenvatting van de geloofsleer. Een mosterdzaadje bevat veel takken in een kleine kiem en zo balt de geloofsbelijdenis in weinig woorden het hele geloofsgoed van het Oude en het Nieuwe Testament samen. |
| 187 | Men noemt deze syntheses van het geloof 'geloofsbelijdenissen', aangezien zij het geloof, dat de christenen belijden samenvatten. Men noemt ze 'Credo', omdat de eerste woorden gewoonlijk 'Ik geloof' zijn. Men noemt ze eveneens 'geloofssymbola'. |
| 188 | Het Griekse woord 'symbolon' duidde de helft van een gebroken voorwerp aan (b.v. een zegel) dat men aanbood als een teken van herkenning. De gebroken gedeelten werden weer samengevoegd om de identiteit van de drager te verifiëren. Het geloofssymbolon is dus een teken van herkenning en van gemeenschap onder de gelovigen. 'Symbolon' duidt vervolgens een verzameling aan, een collectie of een samenvatting. De geloofsbelijdenis is de bundeling van de belangrijkste geloofswaarheden. Vandaar dat zij als eerste en fundamentele referentiepunt van de katechese dient. |
| 189 1237 232 | De eerste 'geloofsbelijdenis' heeft bij het doopsel plaats. De 'geloofsbelijdenis' is allereerst de geloofsbelijdenis bij het doopsel. Omdat het doopsel toegediend wordt 'in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest' {Mt. 28,19}, worden de bij het doopsel beleden geloofswaarheden geformuleerd overeenkomstig hun verwijzing naar de drie personen van de heilige Drieëenheid. |
| 190 | De geloofsbelijdenis bestaat dus uit drie delen: 'In het eerste deel wordt de eerste goddelijke Persoon en het wonderbare werk van de schepping behandeld; in het tweede deel de tweede goddelijke Persoon en het mysterie van de verlossing van de mensen; in het derde deel de derde goddelijke Persoon, beginsel en bron van onze heiliging'.1 Dat zijn 'de drie hoofdstukken van ons merkteken (van het doopsel)'.2 |
| 191 | Deze drie delen zijn, hoewel nauw met elkaar verbonden, verschillend. 'Deze delen van de belijdenis noemen wij met een door de Kerkvaders vaak gebruikt beeld artikelen. Immers, zoals de ledematen van het lichaam uit geledingen bestaan, die hen van elkaar doen verschillen en van elkaar scheiden, zo noemen wij ook in het geval van deze geloofsbelijdenis die onderdelen, die wij stuk voor stuk moeten geloven, terecht en toepasselijk artikelen'.1 Volgens een reeds bij de heilige Ambrosius bevestigde, oude overlevering is men ook gewoon twaalf artikelen van het geloof te tellen, waarbij het geheel van het apostolisch geloof gesymboliseerd wordt door het aantal van de apostelen.2 |
| 192 | In de loop van de eeuwen zijn er talrijke geloofsbelijdenissen of geloofssymbola geweest als antwoord op de noden van de verschillende tijden: de geloofsbelijdenissen van de verschillende apostolische en oude kerken1 , de aan Athanasius toegeschreven belijdenis 'Quicumque'2 , de geloofsbelijdenissen van bepaalde concilies (Toledo3 , Lateranen4 , Lyon5 , Trente6 ) of van bepaalde pausen, zoals de 'Fides Damasi'7 of 'Het Credo van het volk van God' van Paulus VI. |
| 193 | Geen enkele van deze geloofsbelijdenissen uit de verschillende fases van het leven van de kerk kan als achterhaald en nutteloos beschouwd worden. Zij helpen ons in deze tijd tot het geloof van alle tijden te komen en dit te verdiepen door middel van de verschillende samenvattingen die ervan gemaakt zijn. Onder al de geloofsbelijdenissen nemen er twee in het leven van de kerk een heel bijzondere plaats in: |
| 194 | De geloofsbelijdenis van de apostelen, zo genoemd, omdat zij terecht als de getrouwe samenvatting van het geloof van de apostelen beschouwd wordt. Het is de oude geloofsbelijdenis die de kerk van Rome gebruikte bij het doopsel. Haar grote autoriteit komt hieruit voort: 'Dit is de geloofsbelijdenis die de kerk van Rome bewaart, waar Petrus, de eerste van de apostelen, zetelde en waar hij de gemeenschappelijke verwoording gebracht heeft'.1 |
| 195 242 245 465 | De geloofsbelijdenis van Nicea-Konstantinopel ontleent haar grote autoriteit aan het feit dat zij de vrucht is van de twee eerste oecumenische concilies (325 en 381}. Nu nog bezitten de grote kerken van oost en west deze geloofsbelijdenis gemeenschappelijk. |
| 196 | Onze uiteenzetting van het geloof zal de geloofsbelijdenis van de apostelen volgen, die, om zo te zeggen, 'de oudste Romeinse katechismus' is. De uiteenzetting zal echter voortdurend aangevuld worden met verwijzingen naar de geloofsbelijdenis van Nicea-Konstantinopel, die vaak meer expliciet en nader uitgewerkt is. |
| 197 1064 | Laten wij, zoals op de dag van ons doopsel, toen heel ons leven 'aan de begin 1064 selen van de leer' {Rom. 6,17} werd toevertrouwd, het symbolum van ons leven schenkend geloof ontvangen. Het gelovig bidden van het Credo betekent in contact treden met God de Vader, de Zoon en de heilige Geest, het betekent ook in contact treden met heel de kerk die ons het geloof overlevert en waarbinnen wij geloven. |
| 1274 | 'Deze geloofsbelijdenis is het geestelijk zegel, het is de overdenking van ons hart en de voortdurend aanwezige hoedster, het is stellig de schat van onze ziel'. |
Terug naar de inhoud | Terug bladeren | Vooruit bladeren



