DEEL 1: DE GELOOFSBELIJDENIS
TWEEDE SECTIE : DE BELIJDENIS VAN HET CHRISTELIJK GELOOF DE GELOOFSBELIJDENISSEN
DERDE HOOFDSTUK: Ik geloof in de heilige Geest
ARTIKEL 9: 'Ik geloof in de heilige, katholieke kerk'
PARAGRAAF 2: De kerk - volk van God, lichaam van Christus, tempel van de heilige Geest
IN HET KORT
| 777 | Het woord ' 'ekklesia' (kerk betekent 'bijeenroepen '. Het duidt de samenkomst aan van hen die door het woord van God samengeroepen worden om het volk van God te vormen, en die, gevoed met het lichaam van Christus, zelf lichaam van Christus worden. |
| 778 | De kerk is tegelijkertijd de weg en het doel van Gods heilsbeschikking: voorafgebeeld in de schepping, voorbereid in het Oude Verbond gesticht door de woorden en de daden van Jezus Christus, verwezenlijkt door zijn verlossend kruis en zijn verrijzenis, wordt zij als heilsmysterie zichtbaar gemaakt door de uitstorting van de heilige Geest. Zij zal voltooid worden in de heerlijkheid van de hemel als de vergadering van alle verlosten van de aarde. 1 |
| 779 | De kerk is tegelijkertijd zichtbaar en geestelijk, een hiërarchische gemeenschap en het mystiek lichaam van Christus. Zij is één, samengesteld uit een menselijk en goddelijk element. Dat is haar mysterie en slechts het geloof kan dit aanvaarden. |
| 780 | De kerk is in deze wereld het sacrament van het heil, het teken en het instrument van de gemeenschap van God en de mensen. |
| 802 | 'Christus Jezus heeft zichzelf voor ons gegeven om ons van alle ongerechtigheid te verlossen en ons te maken tot zijn eigen volk, gereinigd van zonde' (Ti t. 2,14}. |
| 803 | 'Gij zijt derhalve een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk' {1 Petr. 2,9}. |
| 804 | Men treedt toe tot het volk van God door het geloof en het doopsel. 'Tot het nieuwe volk van God zijn alle mensen geroepen';1 opdat alle mensen in Christus 'één gezin en één volk van God vormen'2 |
| 805 | De kerk is het lichaam van Christus. Door de Geest en zijn werking in de sacramenten, vooral de eucharistie, maakt de gestorven en verrezen Christus de gemeenschap van de gelovigen tot zijn lichaam. |
| 806 | In de eenheid van dit lichaam bestaat een verscheidenheid aan ledematen en functies. Alle ledematen zijn met elkaar verbonden, in het bijzonder met hen die lijden, die arm zijn en die vervolgd worden. |
| 807 | De kerk is het lichaam, waarvan Christus het hoofd is: zij leeft vanuit Hem, in Hem en voor Hem; Hij leeft met haar en in haar. |
| 808 | De kerk is de bruid van Christus: Hij heeft haar liefgehad en zich voor haar overgeleverd. Hij heeft haar door zijn bloed gereinigd. Hij heeft van haar de vruchtbare moeder van alle kinderen van God gemaakt. |
| 809 | De kerk is de tempel van de heilige Geest. De Geest is als de ziel van het mystieke lichaam, oorsprong van zijn leven, van de eenheid in verscheidenheid en van de rijkdom van zijn gaven en charismata. |
| 810 | 'Zo verschijnt dan de universele kerk als 'het volk, verenigd uit de eenheid van de Vader en de Zoon en de heilige Geest''.1 |
| 866 | De kerk is één: zij heeft één Heer, zij belijdt één geloof, zij wordt uit één doopsel geboren, zij vormt slechts één lichaam, bezield door één Geest, met het oog op één, enige hoop.1 Als deze hoop is vervuld, zal alle verdeeldheid overwonnen zijn. |
| 867 | De kerk is heilig: de allerheiligste God is haar grondlegger; Christus, haar bruidegom, heeft zich voor haar overgeleverd om haar te heiligen; de Geest van heiligheid bezielt haar. Ook al heeft zij zondaars in haar midden, toch is zij, 'bestaande uit zondaars, zonder zonde' : In de heiligen schittert haar heiligheid; in Maria is zij reeds de volmaakt heilige. |
| 868 | De kerk is katholiek : .zij verkondigt de totaliteit van het geloof; zij draagt de volheid van de heilsmiddelen in zich en dient die toe; zij is gezonden tot alle volken; zij richt zich tot alle mensen; zij omvat alle tijden; 'zij is van nature missionair'.1 |
| 869 | De kerk is apostolisch: zij is gebouwd op duurzame grondstenen: 'de twaalf apostelen van het Lam' {Apok. 21,14; zij is onverwoestbaar1 ; zij blijft onfeilbaar behouden in de waarheid: Christus bestuurt haar door Petrus en de andere apostelen en samen met hun opvolgers, de paus en het college van bisschoppen. |
| 870 | 'Dit is de enige kerk van Christus, waarvan wij in de geloofsbelijdenis belijden dat zij één, heilig, katholiek en apostolisch is (.), deze kerk heeft haar bestaanswijze in de katholieke kerk, bestuurd door de opvolger van Petrus en door de bisschoppen in gemeenschap met hem, ofschoon men buiten haar verscheidene elementen van heiliging en waarheid vindt'.1 |
| 934 | 'Krachtens goddelijke instelling zijn er onder de christengelovigen in de kerk gewijde bedienaren, die in het recht ook clerici genoemd worden; de overigen worden echter leken genoemd' : 'In elk van deze beide groepen zijn er christengelovigen die zich door de professie van de evangelische raden aan God toewijden doorgeloften of andere gewijde bindingen (..) en de heilszending van de kerk dienen'.1 |
| 935 | Om het geloof te verkondigen en zijn rijk te stichten zendt Christus zijn apostelen en hun opvolgers. Hij laat hen delen in zijn zending. Van Hem ontvangen zij de macht in zijn persoon te handelen. |
| 936 | De Heer heeft Petrus tot zichtbaar fundament van zijn kerk gemaakt. Hij heeft hem de sleutels ervan overhandigd. De bisschop van de kerk van Rome, de opvolger van de heilige Petrus, is 'het hoofd van het bisschoppencollege, plaatsbekleder van Christus en herder van de gehele kerk hier op aarde'1 |
| 937 | 'Krachtens goddelijke instelling komt de hoogste, volledige, rechtstreekse en universele bevoegdheid inzake de zielzorg toe' aan de paus.1 |
| 938 | De door de heilige Geest aangestelde bisschoppen zijn de opvolgers van de apostelen. Zij zijn 'ieder voor zich het zichtbare beginsel en fundament van de eenheid in hun particuliere kerken'.1 |
| 939 | Geholpen door de priesters, hun medewerkers, en de diakens hebben de bisschoppen de taak op authentieke wijze het geloof te onderrichten, de goddelijke eredienst, vooral de eucharistie, te vieren en hun kerk als ware herders te leiden. Tot hun taak behoort ook de zorg voor alle kerken, samen met en onder leiding van de paus. |
| 940 | 'Omdat het aan de staat van de leken eigen is dat zij hun leven leiden te midden van de wereld en van de tijdelijke zaken, zijn zij in het bijzonder door God geroepen om, in een vurige christelijke geest, als een zuurdesem hun apostolaat in de wereld te verrichten'.1 |
| 941 | De leken nemen deel aan het priesterschap van Christus: zij ontplooien, steeds nauwer met Hem verenigd, de genade van het doopsel en het vormsel in alle dimensies van het persoonlijk leven, het gezinsleven, het sociale en kerkelijke leven en zij verwezenlijken zo de oproep tot heiligheid die tot alle gedoopten gericht is. |
| 942 | Dankzij hun profetische zending 'zijn de leken geroepen om in alle omstandigheden, in het hart van de menselijke samenleving, getuigen van Christus te zijn'.1 |
| 943 | Dankzij hun koninklijke zending hebben de leken de macht aan de zonde haar heerschappij te ontnemen in zichzelf en in de wereld door hun zelfverloochening en de heiligheid van hun leven.1 |
| 944 | Het aan God gewijde leven wordt gekenmerkt door de publieke professie van de evangelische raden van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid, in een blijvende door de kerk erkende staat van leven. |
| 945 | Overgeleverd aan God, die hij boven alles bemint, wordt hij die in het doopsel al aan Hem toegewijd werd, in de staat van het gewijde leven nog inniger toegewijd aan het goddelijk dienstwerk en aan het heil van de kerk. |
| 960 | De kerk is de 'gemeenschap van de heiligen ': dit betekent allereerst: gemeenschap van 'heilige zaken '(sancta). Voor alles wordt daarmee de eucharistie bedoeld, waardoor 'de eenheid van de gelovigen die in Christus één lichaam vormen, uitgebeeld en verwezenlijkt wordt'.1 |
| 961 | Deze uitdrukking verwijst ook naar de gemeenschap van de 'heilige personen' (sancti) in Christus, die 'voor allen gestorven is'; zodat al wat ieder doet of lijdt in en voor Christus, vrucht draagt voor allen. |
| 962 | 'Wij geloven in de gemeenschap van alle christengelovigen, d.w.z. van hen die nog pelgrims zijn op deze aarde, van hen die overleden zijn en gelouterd worden, en van hen die de hemelse gelukzaligheid genieten. En wij geloven dat allen tezamen één kerk vormen. Tevens geloven wij dat in deze gemeenschap onze gebeden steeds gehoor vinden bij de barmhartige liefde van God en zijn heiligen'.1 |
| 973 | Door bij de boodschap het 'fiat' uit te spreken en in te stemmen met het mysterie van de menswording, werkt Maria reeds mee met heel het werk dat haar Zoon moet verrichten. Waar Hij Heiland en hoofd van het mystiek lichaam is, daar is zij overal moeder. |
| 974 | Nadat de allerheiligste maagd Maria haar aardse levensloop voltooid had, werd zij met lichaam en ziel opgenomen in de heerlijkheid van de hemel. Daar heeft zij reeds deel aan de heerlijkheid van de verrijzenis van haar Zoon, en zo loopt zij vooruit op de verrijzenis van alle ledematen van zijn lichaam. |
| 975 | 'Wij geloven dat de allerheiligste moeder van God, de nieuwe Eva, de moeder van de kerk, vanuit de hemel haar rol van moeder ten opzichte van de ledematen van Christus voortzet'.1 |
Terug naar de inhoud | Terug bladeren | Vooruit bladeren



