Zingen voor de Hemelpoort, 16 maart 2008

We staan op de drempel van de Goede Week. Op plaatsen waar men dat gewend is - en die plaatsen zijn er zeker - zullen op Witte donderdag, Goede Vrijdag en Paaszaterdag de Lamentationes, de  Klaagliederen van Jeremia gezongen worden. Het zijn heel geladen teksten, die ons vandaag de dag nog veel te zeggen hebben over het lijden van mensen en het lijden van Christus. Martin Hoondert, byzonder hoogleraar muziek en christendom aan de Universiteit van Tilburg, vertelt over de achtergronden van deze recitatieven.


Klagen hoort bij het leven....



Als er sneeuw is
Als er mist is
Als het ijzelt en je minnaar een sadist is
Als dat allemaal je lot is
En je vraagt of er een god is
Sla dan woedend met de deuren
Ga je avondjurk verscheuren
Maar niet zeuren

Regels uit een lied van Annie M.G. Schmidt, die Martin Hoondert graag citeert, als hem gevraagd wordt of klagen nog wel van deze tijd is. Verdriet, leed moet een plek hebben, geuit kunnen worden, gedeeld, zodat verwerking mogelijk wordt. Verhalen, teksten zijn daarbij wezenlijk. 

  Martin Hoondert (foto: RKK)

De Klaagliederen van (of althans toegeschreven aan de profeet) Jeremia bezingen onbeschrijfelijk leed: Jeruzalem ligt in puin, het volk is weggevoerd, er is totale ontreddering.
Niet voor niets hebben ze vanouds een plaats in de liturgie tijdens de week voor Pasen, de Goede Week, waarin lijden, sterven en opstanding worden herdacht en gevierd. In de Donkere Metten, het nachtelijk koorgebed van Witte Donderdag, Goede Vrijdag en de Paaswake worden steeds drie delen gereciteerd uit de vijf hoofdstukken van het bijbelboek Klaagliederen, de Lamentationes Ieremiae Prophetae. Het boek begint als volgt:

Ach, hoe eenzaam zit zij neer, de eens zo levendige stad.
Een weduwe is zij geworden, zij die groot was onder de volken.
De vorstin van de gewesten is tot slavernij vervallen.
Heel de nacht weent zij, haar wangen zijn nat van tranen.
Er is niemand die haar troost, niemand van haar vele minnaars;
geen vriend bleef haar trouw, alleen zijn haar vijandig gezind.
(Klaagliederen 1 - De Nieuwe Bijbelvertaling, pag 1173)

In het Hebreeuws zijn de Klaagliederen een achrosticon, een lettervers, waarbij de verzen steeds beginnen met de opeenvolgende letters van het alphabet: Aleph, Beth, Ghimel, Daleth etc.. In de bijbelvertalingen zijn die hebreeuwse letters gehandhaafd.
De Klaagliederen of delen er van zijn op allerlei manieren op muziek gezet. Op verschillende Gregoriaanse melodieën en daarna door heel wat componisten. Opvallend is dat de beginletters - in navolging van de gregoriaanse formule, die daarop een melisma, een notenreeks zingt - heel nadrukkelijk zijn getoonzet. Uiteraard hoort u daar klinkende voorbeelden van.
Zoals de tweede lezing van Goede Vrijdag – uit Klaagliederen hoofdstuk 2, speciaal voor de 'Hemelpoort' gezongen door Simon Paul van de Schola Cantorum Amsterdam. Verder composities van Palestrina en Couperin. En een eigentijds klaaglied van Friese fado-zangeres Nynke Laverman.

Informatie
Matribus suis dixerunt
2e Lezing Goede Vrijdag

Lesson I for Maundy Thursday
G.P. da Palestrina
Oxford Camarata o.l.v. Jeremy Summerly
CD 'Lamentationes'
Naxos 8.550572

Troisième Leçon de Ténèbres pour le Mecredi Saint
F. Couperin
La Sfera Armoniosa
CD 'FRançois couperin - Lesson de Ténèbres
Channel classics CSS SA 20306

De Iensumen
Nynke Laverman
CD 'Sielesâlt'
FAMA 198001

De Donkere Metten worden ook dit jaar weer uitgevoerd door o.a. het Utrechts Studenten Gregoriaans koor