Leo Fijen - In het binnenste van de ziel verbonden met de wereld

Edith Stein, zeventig jaar na haar sterven, leeft verder

Auschwitz
De mens is ertoe geroepen in zijn binnenste te leven. Alleen van hieruit kan hij de dialoog aan met de wereld. Woorden van Edith Stein, een bijzondere vrouw die verbonden bleef met de joodse traditie, op zoek bleef gaan naar de waarheid, die vond in de persoon van Christus en daarom in 1934 haar intrede treed in de Karmel van Keulen. Regels van een vrouw, in Duitsland geboren uit joodse ouders, in 1938 verhuisd naar de Karmel van Echt in Limburg en op 2 augustus 1942 gedeporteerd via Amersfoort naar Westerbork om op 9 augustus aan te komen in Auschwitz en daar vergast te worden. Zeventig jaar later wordt in Echt dat sterven herdacht.

Waarheid
Dit is de bijzondere levensweg van Edith Stein die in 1987 zalig en in 1998 heilig is verklaard en voortleeft, ook in haar geschriften. Daar getuigen de eerste regels van. Die zeggen alles over haar zoektocht naar de waarheid. Ik sta in de Landricuskerk van Echt en kijk naar een schilderij van Edith Stein. Maar ik zie daar ook de afbeelding van Theresia van Avila. Die hangt daar niet voor niets. Want deze stichteres van de Karmelorde leerde Edith dat de waarheid een Persoon kan zijn. En aan die Persoon, Jezus Christus, wilde Edith zich helemaal geven. Daarom koos ze voor intreden bij de Karmel van Keulen.

Geen vervreemding
Terug naar die eerste woorden en zinnen. Want Edith Stein wilde steeds dieper doordringen in de burcht van haar ziel, precies zoals Theresia van Avila haar geleerd had. Omdat ze ontdekte dat daar God is te vinden en in God de verbondenheid met de wereld. Die zoektocht van Edith Stein betekende geen vervreemding van de wereld, maar zij ervoer die als een kans om nog meer met de wereld verbonden te zijn. Zij droeg de noden van de wereld in gebeden voor aan God, ze wilde het lijden van haar joodse volk ook zo helpen dragen.

Protest tegen jodenvervolging
Dat kreeg voor haar een dramatische betekenis na de herderlijke brief van kardinaal de Jong om krachtig te protesteren tegen de jodenvervolging. Alle katholiek gedoopte joden in Nederland werden als represaille opgepakt. En dat gold ook voor Edith Stein en haar zus Rosa. Drie jaar eerder had Edith Stein al geschreven dat dit lot haar te wachten stond. Ze wist het, maar ze ging het niet uit de weg. ‘Reeds nu neem ik de dood die God mij heeft toegedacht in volledige onderwerping aan zijn heilige wil met vreugde aan’, zo schreef zij in 1939.

Verbonden met haar volk
Toen zij en haar zus Rosa op 2 augustus 1942 werden opgepakt door de Gestapo en uit hun kloostercel werden gehaald, sprak ze de beroemde woorden: ‘Kom, wij gaan voor ons volk’. Zij kende het lijden van haar volk, zij bleef daar juist in het klooster ook mee verbonden en wilde dat lijden dragen in haar eigen deportatie. Zo bleef ze tot in haar dood verbonden met haar volk. Ze zocht God, niet om weg te kijken van de wereld, niet om de ogen te sluiten voor de vernietiging van haar joodse volk, maar om daar meer dan ooit mee op te trekken.

Oog voor anderen
Zo heeft ze tot het laatst toe waargemaakt wat haar leefregel zou kunnen zijn: ‘De mens is ertoe geroepen in zijn binnenste te leven. Alleen van hieruit kan hij de dialoog met de wereld aan’. Zelfs in Westerbork bekommerde ze zich om kinderen van moeders die totaal niet meer konden zorgen. Zelfs op dat voorlaatste moment van haar leven had ze vanuit de zoektocht naar de waarheid oog voor anderen, aandacht voor haar volk.

Niet te bevatten
Zeventig jaar later kijk ik in de Landricuskerk naar de koormantel die ze droeg bij haar arrestatie. En loop ik langs de plekken in het Limburgse Echt die herinneren aan haar verblijf. Ik zie foto’s in het herinneringscentrum, ik sta voor een monument op het kerkplein, ik loop langs een straatnaambord  in het centrum, ik ben stil bij het klooster in de hoofdstraat en ik tuur naar een tegel die de plek symboliseert waar Edith en haar zus Rosa zijn afgevoerd. Om nooit meer terug te komen. Het is nog steeds niet te bevatten. Ook al lees ik een fotoboek door, ook al krijg nog meer uitleg van de pastoor en de vrouw van het documentatiecentrum. De gruwelijke waarheid blijft gruwelijk. Ook zeventig jaar later. Ik zwijg en bid voor alle slachtoffers van het nazisme. 

Leo Fijen