Leo Fijen - Ieder mens is geroepen tot heiligheid

Norbert Schnell, rector Bovendonk, conciliair kind, in geloofsgesprek over roeping

Het spoor van Christus volgen
Ieder mens is geroepen tot heiligheid. Dat is de meest fundamentele roeping die voor iedereen geldt: een heel mens worden door het spoor van Christus te volgen. Oud of jong, kwetsbaar of in de kracht van het bestaan, gehuwd of niet gehuwd, religieus of geen religieus, priester of gewoon als gelovige actief in de kerk: iedereen wordt geroepen om Christus na te volgen. Aan het woord is Norbert Schnell, rector van Bovendonk, de priester- en diakenopleiding voor late roepingen in het Brabantse Hoeven.

Zending in het leven van alledag
Hij vertelt zijn roepingenverhaal in de belangrijkste winkelstraat van Breda. Midden in de wereld, juist niet in de kerk. En daar heeft de sympathieke Norbert Schnell een reden voor. Want een mens wordt geroepen tot werk in de kerk, maar ook tot heiliging van de wereld. Dat willen we in de kerk nog wel eens vergeten, vindt rector Schnell. Roeping is ook een opdracht naar de wereld toe, een zending in het leven van alledag. Om met aandacht voor de ander te leven, om met open oor en oog in het hier en nu mens te zijn en de christelijke roeping waar te maken.

Vijftig jaar na Vaticanum II
Dat zegt Norbert Schnell allemaal in het geloofsgesprek dat in het teken staat van roeping. Vijftig jaar na het Tweede Vaticaans Concilie maakt de rector van Bovendonk de balans op. Wat zegt Vaticanum II over roeping? We worden geroepen om in gemeenschap rond God te leven, we worden geroepen om mee te werken aan de zending van de kerk en we worden geroepen tot heiligheid. En Norbert Schnell legt veel nadruk op die laatste roeping.

Van verpleegkundige tot priester
Ik heb de rector eerder gesproken in het kader van een geloofsgesprek. Dat vond toen plaats in de kapel van Bovendonk. Dat was een prettig gesprek over zijn weg in het leven. Dat was een goede ontmoeting die hem de kans bood om over zijn weg van de opleiding tot verpleegkundige naar de roeping tot priester te vertellen. Maar dit keer, een jaar later, is alles anders. We lopen in de drukste straat van Breda, we vergeten dat er een camera meeloopt, we voeren echt een gesprek over de betekenis van roeping.

Wat vraagt God van mij?
Roeping is een stem, een gebeurtenis, een activiteit of een ontmoeting. Roeping kan alles zijn, aldus Schnell. Er wordt een appèl op je gedaan. En dat gebeurt vaak wanneer je daar open voor staat. Door een ziekte in je familie, op een kruispunt van wegen in je leven, uit onvrede met je huidige bestaan, na weer een stap in je carrière. Je wordt geroepen. En dat betekent onrust, verlangen en ook wel het onvermijdelijke gevoel niets anders meer te kunnen en te willen. Natuurlijk word je bevraagd door de buitenwereld: weet je het zeker en waar begin je aan? En natuurlijk word je ook beproefd en slaat de twijfel meer dan eens toe. Maar tenslotte is er die ene stem: wat vraagt God van mij?

Geen romantisch verhaal
Die stem, aldus Norbert Schnell, hoor je eerder in de stilte. En die stem klinkt luider wanneer je de viering op zondag blijft opzoeken en elke dag in de Schrift blijft lezen. Discipline is nodig om zicht te krijgen op de richting die God van je vraagt. Die weg van God gaat niet altijd over rozen. Er kan in de tussentijd ook lijden zijn, er kan de duisternis van de nacht komen als je geroepen wordt. Roeping is geen romantisch verhaal. Geroepen worden door God betekent elke dag ja zeggen en hard werken om dat antwoord te kunnen herhalen. Elke dag weer, ook als priester. Maar wat voor een priester geldt, heeft ook betekenis in het huwelijk. Daar gaat het er ook om elke dag ja te zeggen.

Met Gods volk onderweg
Norbert Schnell weet waar hij over praat. Hij moest 20 jaar geleden ook ja zeggen. Hij moest ook loslaten, hij moest ook afstand nemen, hij moest soms stil worden. En dat allemaal om de roepstem van God te blijven horen. Die stem was gaan klinken in de vragen van patiënten aan het bed. Die stelden hem als verpleegkundige vragen over de zin van het lijden en over de zinloosheid van het sterven van een kind. God riep steeds luider en uiteindelijk gaf de verpleegkundige in opleiding antwoord. Hij koos voor de weg naar het priesterschap. Dat is hij nu al zeventien jaar lang. En hij is daar gelukkig in. Geen dag had en heeft hij spijt. Het is hem aan te zien, dit conciliaire kind. Vijf dagen na de opening van het Tweede Vaticaans Concilie werd hij geboren, oktober 1962. Daarom noemt hij zich een kind van het concilie. En wat betekent dat, vraag ik hem. Zo’n kind leeft vanuit het katholieke geloof, staat in de traditie van de kerk en gaat vol overtuiging op pad met het volk van God. Want dat wil hij: met Gods volk onderweg zijn.

Leo Fijen