Leo Fijen - Je moet in de oecumene de Heilige Geest niet voor de voeten lopen
Ton van Eijk, over eenheid van kerken, vijftig jaar na Vaticanum II
Verlangen naar eenheid
Het is een zin uit de allerlaatste paragraaf van Unitatis redintegratio, het document over de oecumene van het Tweede Vaticaans Concilie. Ton van Eijk,
jarenlang docent oecumene en ecclesiologie, geruime tijd voorzitter geweest van de Raad van Kerken in Nederland en nog steeds met hart en ziel verbonden aan het verlangen naar eenheid met
andere christenen en hun geloofsgemeenschappen, leest de zin met nadruk voor. Een moeilijke zin, een ingewikkelde zin, een camouflerende zin, maar de woorden kunnen slechts deze betekenis
hebben: ‘Kerk, je moet de Heilige Geest niet voor de voeten lopen’.
Geen pessimist of cynicus
Met deze woorden besluit Ton van Eijk het geloofsgesprek. Zijn boodschap is niet mis te verstaan. De man van de oecumene gelooft nog steeds in de eenheid van christenen en hun kerken. En hij
denkt zelfs dat de Heilige Geest in dit proces meer ruimte moet krijgen van de kerken. Want de oecumene is niet alleen het domein van documenten en decreten, maar ook van de Heilige Geest. Ton
van Eijk blijft geloven in stappen die er nog gezet kunnen worden en wil vijftig jaar na het Tweede Vaticaans Concilie niet voor pessimist of cynicus versleten worden.
Rijke Oogst
Wat heeft Vaticanum II nou opgeleverd op het gebied van de oecumene? Dat is natuurlijk de standaardvraag die vaak gesteld wordt. Het antwoord komt in dit geloofsgesprek van Ton van Eijk. Hij
wil niet meedoen in het doemdenken rond oecumene, hij kijkt naar de feiten en hij komt met tastbare resultaten. Hij haalt daartoe een boek uit zijn kast, geschreven door Walter Kasper. Rijke
Oogst, heet het boek in Nederlandse vertaling. Rijke Oogst, daarmee doelt Kasper, jarenlang het gezicht en de stem van de Pauselijke Raad voor de Eenheid, op vier dialogen. Met de
anglicanen, de lutheranen, de gereformeerden en de methodisten. Deze dialogen leverden best veel op, eerstens het diepe besef om geloof met elkaar te delen en het eens te worden over de
Drie-ene God, over de rechtvaardiging door het geloof en over de figuur van Christus. Vooral de overeenkomst uit 1999 over de rechtvaardiging door het geloof mag er zijn.
Rechtvaardiging door geloof
Ton van Eijk is altijd een docent gebleven en legt nog eens uit wat de rechtvaardiging door het geloof betekent: ‘Een mens mag er zijn voor God, ondanks dat wat hem bezwaart door schuld.
Een mens mag zich voor en door God gerechtvaardigd weten’. Dat was een enorme stap vooruit in de oecumene. Dat mag hier nog wel eens gezegd worden, ook al weet Ton van Eijk dat het
leerstellig spreken van de kerk problemen blijft oproepen. Alle problemen in de toenadering tussen kerken zijn volgens Ton van Eijk te herleiden tot de theologie van de kerk.
Verlangen naar eenheid komt niet uit de lucht vallen
En toch, toch wil de oecumenische dromer de pluspunten naar voren brengen. Dat begint met het decreet over de oecumene,
Unitatis Redintegratio. Dat verlangen naar het herstel van de eenheid kwam niet uit de lucht vallen. De tijd was er rijp voor. Lumen Gentium (een ander document van het
concilie, dat handelt over de Kerk zelf) gaat niet over de oecumene, maar begint wel met een wereldwijd verlangen naar eenheid. Dat was het klimaat van het concilie. En dan kan het niet anders
of de eenheid van de christenen en de kerken komt ook ter sprake. Het decreet over de oecumene werd op dezelfde dag in stemming gebracht en gedateerd als Lumen Gentium, het document over
de kerk. Beide documenten moeten in verband met geïnterpreteerd worden, aldus paus Paulus VI. De oecumene staat niet op zichzelf.
Oecumenische geest
Een belangrijke zin uit Lumen Gentium noemt Ton van Eijk met name. De kerk van Christus realiseert zich niet alleen in de RK Kerk, zo vat Van Eijk het
samen. En hij voegt er aan toe dat het tot op de dag van vandaag een omstreden passage is waarover wel nooit het laatste woord gezegd zal worden. Maar de betekenis mag er zijn. En die betekenis
is typerend voor de sfeer van eenheid en openheid naar de andere kerken toe in de jaren van het concilie. Deze zin stond niet in het decreet over de oecumene, maar in het document over de kerk.
Het zegt veel over de oecumenische geest die het concilie kenmerkte.
Successen
Ton van Eijk besluit met een paar successen. Hij noemt het conciliaire proces over vrede, gerechtigheid en de heelheid van de schepping waar veel kerken wereldwijd aan deelnamen. Hij wijst op
belangrijke stappen in de wederzijdse dooperkenning. Nog maar recent werd een document door een grotere groep kerken ondertekenend. De vroegere hulpbisschop van Haarlem-Amsterdam, Jan van
Burgsteden, heeft hierin een goede rol gespeeld. Hij brengt de grotere rol van de Schrift ter sprake. ‘Een woorddienst als voormis, dat haalt niemand meer in zijn hoofd’, aldus Ton
van Eijk. Het is de ene tafel van woord en brood. Hij spreekt de namen uit van Willem Barnard, Ad den Besten en Jan Willem Schulte Nordholt, protestantse lieddichters die de katholieke bundel
hebben gehaald. ‘We vinden het heel normaal’, aldus Van Eijk die eraan toevoegt dat het goed is dat we het normaal zijn gaan vinden. En hij gebruikt het woord convenanten omdat
plaatselijk kerken zo kunnen samenwerken in vieren, leren en dienen.
Op zoek naar verstaanbare taal
Het is meer dan wat vaak naar voren komt. Ton van Eijk wil het maar even gezegd hebben, ook al is hij niet blind voor de problemen. Maar die problemen
worden al zo vaak naar voren gehaald. Dat wil hij niet. En zeker niet op het einde van het geloofsgesprek. Want daar zegt hij wat het hem persoonlijk heeft gebracht. Hij is nu zeer thuis in
vieringen van andere kerken en hij is in de katholieke kerk altijd op zoek naar een taal die andere christenen kunnen verstaan. Dat is de persoonlijke winst voor hem. Die oecumene is zijn lust
en zijn leven. En daarom wil hij ook niet de Heilige Geest voor de voeten lopen. Daarvoor is er nog te veel te doen in de relatie tussen de kerken.
Leo Fijen




