Leo Fijen - Geen FC Twente maar FC Maria
Koos Smits, in geloofsgesprek als gids door drukke samenleving van vandaag
Goedlachs
Een kudde zonder herder, een kudde die het niet meer weet. Zo kijkt Koos Smits meer dan eens naar alles wat er gebeurt in de samenleving van vandaag. De goedlachse en
sympathieke pastoor van de Lambertusbasiliek in Hengelo vindt het belangrijk dat kerk en leven met elkaar verbonden blijven. Daarom zoekt hij vaak het plein voor de kerk op, daarom wil hij er
zijn voor mensen buiten de kerk, daarom doet hij er van alles aan om de boodschap van de kerk te laten klinken in de samenleving. Want daar komen mensen samen, op meubelboulevards, in
voetbalstadions en rond terrasjes. En telkens zoekt Koos Smits de mensen daar op en vraagt zich dan af: wat drijft deze mensen en waar zijn er nog raakvlakken met het leven van Christus?
In processie naar de IKEA
Koos Smits is een wandelaar die goed kijkt, een pelgrim die met mensen op weg wil gaan en een missionaris die een brug wil slaan naar alles wat er buiten de kerk gebeurt. Hij is ook een
luisteraar en heeft soms wat weg van een monnik die verbaasd om zich heen kijkt. Zo neemt hij me mee naar de meubelboulevard van Hengelo. Het is een doordeweekse dag en we staan toch in de
file. Hij noemt het gekscherend een processie. Vroeger gingen de mensen massaal naar de kerk, nu gaan ze in processie naar de IKEA, ook op een gewone dinsdag. De parkeerplaats staat vol, de
snelweg van het leven raast intussen verder, de A1 van Hengelo naar Amsterdam valt nooit stil. Zo staat de pastoor als een verdwaalde en verwonderde monnik in het decor van vandaag. En zo
vraagt hij zich af of de mensen in de auto’s en bij de meubels ook nog andere behoeftes hebben. Is er naast deze buitenkant ook nog een binnenkant en waar leeft de ziel van, zo vraagt
Koos Smits zich hardop af.
Geen dure Clubkaarten, maar genade en voor niets naar binnen
We gaan van de meubelboulevard naar FC Twente. Het is een rechte weg van Hengelo naar Enschede, nog geen vijf kilometer. De Enschedesestraatweg volgen we. Koos Smits praat hardop over de mens
van deze tijd. En hij citeert Jezus die in het evangelie met meelijden naar de mensen kijkt. Want ze dolen doelloos rond, zijn als wezen en missen een richting. Ze zijn een kudde zonder herder.
Deze pastoor kent niet alleen het evangelie, maar weet ook de weg naar het voetbalstadion. Afgelopen seizoen was hij er te gast en keek hij zijn ogen uit. Op de tribune zag hij hoe koning
voetbal tienduizenden in beweging brengt en mijmerde hij hoe anders het vaak in de kerk toegaat. Geen tienduizenden, maar tientallen. Geen FC Twente maar FC Maria. Geen prestaties en
clubkaarten, maar genade en voor niets naar binnen. Geen Europees voetbal, maar verbonden met hemel en aarde tegelijk. Geen vijandige sfeer, maar nederigheid en dienstbaarheid.
God is er in de open lucht
Er is een andere wereld dan voetbal en meubelboulevard. En die wereld is ook in de open lucht te vinden. Koos Smits is een pelgrim in het prachtige landschap van Twente. Hij wil de kudde zonder
herder de weg wijzen. Daarom neemt hij me mee naar de oudste begraafplaats van Hengelo, op een steenworp van de Lambertusbasiliek. Ooit bouwde de Heer van Hengelo hier een huis voor zichzelf en
hij vond dat niet voldoende. Want daar hoorde ook een Huis voor God bij. Koos Smits wijst me op de fundamenten. Tussen de graven en eeuwenoude bomen stond daar een Huis voor God. En zo is er
veel meer in de open lucht. Meer dan voetbal en koopboulevard, meer dan geld en massaconsumptie, meer dan titels en nieuwe stoelen. God is er ook, zomaar in de open lucht, gratis, voor
niets.
Kerk komt naar mensen toe
De pastoor van de Lambertusbasiliek weet ook wel dat steeds meer mensen de kerk links laten liggen. Daarom wijst hij op plekken die er gratis zijn en waar mensen zuurstof kunnen tanken voor hun
ziel. Ze hoeven de kerk niet in, de kerk komt naar de mensen toe. Drie kilometer verder ligt de oude kern van Borne. Het is er oogverblindend mooi. In de luwte van deze moderne tijd staat een
prachtige kapel, in Romaanse stijl, met een middeleeuwse aanblik, gedragen door Bentheimer zandstenen. Alles ademt rust en ruimte, stilte en inkeer, geloof en devotie. Moeder Maria nodigt ons
uit naar voren te komen. De bomen ruisen van de herfst in deze zomer, ik loop door een ouderwets tafereel. Ik geniet ervan. Hier hoeft niets gezegd te worden. Hier ademt alles dat Maria zich
over ons ontfermt. Hier klinkt in de stilte de stem van God die zegt dat Hij er altijd voor ons is. Ik moet spontaan aan Jesaja (49, 15) denken: ‘Een moeder vergeet haar kind nooit. En
als dat toch op een of andere manier het geval is in je leven, weet dan: God vergeet jou nooit’.
Kruis als rustpunt in drukte van onze tijd
Toch wil Koos Smits niet pessimistisch zijn. Onder de oppervlakte van de haast en de drukte van onze tijd blijft altijd dat religieuze vuur. Dat smeult in de harten van zo velen, zo weet hij
zeker. Op een laag pitje. Maar het vuur is niet gedoofd. En de kerk heeft de opdracht om dat verlangen naar religie aan te wakkeren en daar bij aan te sluiten. In Zenderen gebeurt dat op een
ontroerende manier. We zien het klooster van de karmelietessen in de verte liggen, tussen het karrenspoor en de maïsvelden in. De tijd heeft hier stilgestaan, de aanblik alleen al heelt de
opgejaagde ziel. Maar de zusters zijn niet blijven steken in het verleden. Ze bieden Christus in hedendaagse beelden aan. Op de buitenmuur is een kruisweg te zien, in 2012 afgebeeld in veertien
staties. Elke wandelaar en zoeker die worstelt met zijn of haar gebrokenheid, ziet haar de spiegel van het lijden van Christus. Daarmee is het eigen lijden niet weggenomen. Maar het helpt dat
Christus het lijden van onze tijd helpt dragen. Die beelden en gedachten komen in me op als ik de kruisweg van 2012 aan de muur van het klooster zie. En als ik samen met Koos Smits wil weggaan,
stoppen we bij het kruisbeeld even verderop. We lezen de regels daaronder en worden stil: ‘Moge dit kruis in deze jachtige tijd voor elke bezoeker een rustpunt zijn in de drukte van onze
samenleving’.
Leo Fijen



