Leo Fijen - Wat is de weg naar geluk?
Hans van Winkel, een leven in de kerk, wijs geworden door contact met zieken
In dienst van de Kerk
Hij had zich de afgelopen dagen grondig voorbereid op het geloofsgesprek. Dus had hij de meeste decreten en constituties van het Tweede Vaticaans Concilie weer
doorgelezen. Want in het bisdom Rotterdam staan de geloofsgesprekken in het teken van Vaticanum II. Maar toen hij zijn verhaal begon, ging het vooral over zijn persoonlijke weg in het
priesterschap. En natuurlijk begon die met de euforie van het begin van het concilie en was er een vervolg in Rome dat bijna iedereen trots was op de katholieke kerk. Het leven van Hans van
Winkel was en is echter veel meer dan het Tweede Vaticaans Concilie. Daarom gaat het geloofsgesprek dit keer vooral om een leven in dienst van de kerk.
Venster van wereldgeschiedenis
Hans van Winkel is van 1936. De oorlog, het rijke roomse leven, de emancipatie van katholieken, de goede paus Johannes XXIII, het uitroepen van het
concilie, de doorwerking daarvan in de wereld en zeker ook in Nederland, de koude oorlog, de geloofsvervolging achter het IJzeren Gordijn, het vallen van de Muur, paus Johannes Paulus II die
met zijn moed en persoonlijkheid daar zo’n grote rol in speelde: ziehier een aantal historische momenten in het leven van Hans van Winkel. Hij heeft veel geschiedenis in en buiten de kerk
met eigen ogen gezien, hij stond vaak vooraan, met zijn neus tegen het venster van de wereldgeschiedenis. En hij beseft dat dit een groot voorrecht is, maar hij weet ook dat zijn priesterschap
in de kern niet veranderd is.
Trots
Hans van Winkel, een sympathieke man, een geboren Hagenaar, kind van een moeder met een zacht geloof en een vader met een strenge blik, deze Hans van Winkel zei als kind al
dat hij priester wilde worden. Die stem in hem is altijd blijven klinken. Die stem heeft hem uiteindelijk naar Hageveld en Warmond geblazen, klein- en grootseminarie. En als student keek en
luisterde hij met grote ogen naar de nieuwe wind in de katholieke kerk. De wekelijkse radioverslagen bij de KRO, de artikelen in de kranten, de ontroerende persoonlijkheid van Johannes XXIII:
ze gaven hem slechts één gevoel, dat van trots. Trots op de kerk die de deuren en ramen opende, trots op de goedheid en moed van de paus om dit avontuur te beginnen, trots op het feit
dat de kerk jarenlang op een positieve manier het wereldnieuws domineerde.
Sterven voor geloof
Hij kon niet wachten om in zijn eerste parochie te beginnen, daar in Noordwijk. En terwijl katholiek Nederland nadacht over de vraag hoe het concilie handen en
voeten moest krijgen in onze kerkprovincie, was Hans van Winkel domweg gelukkig in Noordwijk. De tegenstellingen bestonden nog niet, de kerk zat nog vol, het roomse leven was nog
vanzelfsprekend. En de jonge priester genoot, met volle teugen. Maar hij keek verder dan zijn eigen geluk. Hij ging kort na zijn priesterwijding naar het Oostblok. Daar besefte hij pas echt dat
Nederland een oase was. Daar leerde hij van mensen dat ze moesten vechten voor hun geloof. Daar zag hij dat mensen bereid waren voor hun geloof te sterven. De zachtmoedige en warme
persoonlijkheid van Hans van Winkel ontmoette daar de lijdende Christus in al die mensen die niet voor hun geloof uit mochten komen.
Ieder mens mag er zijn
Die lijdende Christus zou ook op een andere manier een rol spelen in zijn leven. En van toeval wil hij niet weten. Want hij heeft echt het idee dat zijn leven
geleid wordt. Ook in zijn rol als moderator van het ziekenapostolaat in Nederland. Daar werd hij keer op keer bevestigd in zijn priesterschap. Daar werd hij telkens opnieuw geroepen door de
mensen die aan bed gekluisterd waren en met ziekte en beperkingen moesten leven. Maar zij deden dat met zoveel moed, vreugde en geloof dat Hans van Winkel diep geraakt werd voor de rest van
zijn priesterschap. Daar leerde hij van zieken en gehandicapten dat het leven de moeite waard kan zijn, ondanks alle pijn en lijden. Dat lijden wil hij niet idealiseren, dat lijden wil hij
evenmin romantiseren. Hij wil ook nog eens duidelijk tegenspreken dat lijden loutert. Hij wil daar niet van horen. Maar hij weet wel dat mensen die onevenredig getroffen worden in het leven
vaak de weg naar een ander perspectief weten te vinden. Zij leren ons wat geluk betekent, zo zegt hij in het geloofsgesprek. Dat ieder mens er mag zijn. Dat ieder mens telt. Dat ieder de moeite
waard is.
Maria
Het werk met en voor de zieken heeft hem nooit meer losgelaten. Dat werk is vooral verdiept op de vele bedevaarten. En als hij dat woord uitspreekt, beginnen zijn ogen te
twinkelen en zijn wangen te lachen. Maria, klinkt het uit zijn mond. Zieken kunnen niet zonder Maria. Hans van Winkel kan niet zonder Maria. Een sterke vrouw die niet week toen haar zoon de
kruisdood stierf. Een voorbeeld voor iedereen. Een moeder voor iedereen. En hij heeft de woorden nog niet uitgesproken of hij is al weg. Waar naar toe? Naar de volgende bedevaart van zieken en
Hans van Winkel is daarbij. In Banneux. Lerend van de zieken, dicht bij Maria. En wetend: ieder mens is de moeite waard.
Leo Fijen



