Leo Fijen - Van provo tot katholiek
Leo Jacobs, de dwarse Amsterdammer met een opmerkelijk geloofsverhaalActievoerder in het spoor van Christus
‘Sinds wanneer is deze oude anarchist katholiek geworden.’ Die vraag kreeg Leo Jacobs steeds vaker wanneer hij naar de kerk in Amsterdam ging. En daarom nam hij het besluit om er ook helemaal bij te horen en vroeg of hij gedoopt kon worden. Dat was ruim tien jaar geleden, op 14 januari 2001. De provo van weleer, de anarchist die het graf van Karl Marx in Londen bezocht, de actievoerder van Amsterdam, hij koos er voor om het spoor van Christus te volgen. De man die door het leven ging als ongelovige en ook zeker wist dat er voor hem geen God bestond, werd geraakt door een allesbepalende ervaring en wilde gedoopt en gevormd worden. Leo Jacobs, de journalist van het vrije woord, het dwarsgebakken broodje van Amsterdam zoals hij zichzelf noemt, viel voor de persoon van Christus en werd katholiek. En dat deed hij met overtuiging.
God bestaat
Wat een verhaal is dit. Ik werd er op attent gemaakt door Jim Schilder, de journalist die een paar jaar geleden voor de katholieke kerk koos en binnenkort zelfs tot
priester wordt gewijd. Hij wees me op het bijzondere geloofsverhaal van Leo Jacobs dat vijftien jaar geleden begon met een speciale ervaring in de Franse Alpen. De Amsterdammer was daar met
zijn gezin voor een skivakantie en wist dat de lunchtijd de ideale gelegenheid is voor een oude man om naar de piste te gaan. In de skilift gebeurde het. ‘Een onmetelijk en onbegrijpelijk
gevoel. Ik kon wel janken van blijdschap. Ik was een ongelovige, God vond ik gezwets. En toen na die verpletterende ervaring wist ik het zeker: God bestaat. Van de ene op de andere dag geloofde
ik in God en tot op de dag van vandaag doe ik dat nog steeds’, aldus Leo Jacobs.
Onmetelijk gevoel van geluk
Het gaat me allemaal te vlug in het geloofsgesprek dat ik met hem mag voeren in de Amsterdamse Vredeskerk. Ik wil weten wat er gebeurde in de uren en de
dagen daarna. Leo Jacobs kan daar prachtig over vertellen. Dat hij terugkwam van de skipiste en dat iedereen zag dat er met hem wat aan de hand was. Toch duurde het nog even voordat hij er over
kon praten. Want in zijn hoofd zat ook de stem van zijn vader die zich altijd had afgevraagd waar God was in de Shoah. En in zijn hele lijf trilde mee zijn opvoeding die van geen God wilde
weten. En toch had hij daar in de skilift dat onmetelijke gevoel van geluk ervaren.
Van top tot teen, een diep weten
Zijn vrouw en kinderen zagen aan hem dat er wat veranderd was. Hij was ook zo aardig ineens. ‘Ben je soms verliefd op een ander’, vroeg
zijn vrouw. ‘Nee’, antwoordde Leo, ‘ik ben bang dat ik gelovig ben geworden, ik weet zeker dat ik God heb ontmoet. Maar ik kan het niet uitleggen, ik heb er geen woorden
voor.’ Zijn jongste zoon kon hem niet volgen en vroeg: ‘Kun je niet concreter worden? Wie is God en wat is geloven dan?’. En Leo Jacobs had er andermaal geen woorden voor:
‘Het was er, van top tot teen, een diep weten. Ik noem dat God. Geweldig aanwezig, een diep weten. Maar zonder woorden’. Hij moest denken aan het lied van Ramses Shaffy. Sammy, kijk
om hoog, want daar is iemand die van je houdt. Zo ongeveer voelde het. Zoals Ramses het had bezongen.
Geloof niet opdringen
Toeval of niet, juist in die dagen las Leo Jacobs het boek van Hélène Nolthenius over ‘De man uit het dal van Spoleto’, over Franciscus
dus. Toen werd zijn bekeringsverhaal concreter. Want zoals Franciscus wilde hij leven. Hij zocht toenadering tot kapucijnen en franciscanen, bezocht weekends, voelde in de communie de presentie
van Jezus Christus en wilde er helemaal bij horen. Hij wilde het spoor van Jezus en Franciscus volgen. En hij merkte dat er overeenkomsten waren met zijn tijd als provo. Ook toen zocht hij de
heelheid als mens, ook toen droomde hij van een samenleving waarin mensen konden groeien en bloeien. Dat herkende hij in de levens van Christus en Franciscus. En toch vroegen de paters
capucijnen en franciscanen om geduld en afstand. Niet te snel de doop, de eerste communie en het vormsel. Geen zieltjeswinnerij. Geen binnenhalen wat je kunt binnenhalen. Leo Jacobs is daar
achteraf dankbaar voor. Het geloof is hem niet opgedrongen. De paters hebben hem geleerd dat je het geloof moet uitdragen door je manier van leven. Je verkondigt door je leven. En als ze je
vragen waarom je zo leeft, begin je te vertellen. Zo groeide hij toe naar de eerste communie en het vormsel.
Dwarsligger uit Amsterdam buigt voor Christus
Hij is naar de kapel gelopen waar hij door de week naar de kerk gaat. In die intimiteit viert hij zijn geloof. Hij wijst naar Christus
aan het kruis. Die is er altijd. In de eucharistie. Hij vertelt dan over zijn eerste communie. Wat was hij nerveus. Een communicant van 65 jaar. Wat was hij bang dat hij niet goed kon uitleggen
waarom hij deze weg gegaan was. Op 14 januari 2001 was het zover, in de kerk aan de Lijnbaansgracht. Hij las voor dat hij het niet alleen kon. Christus is er altijd, maar Leo Jacobs heeft de
gemeenschap nodig om die Christus te blijven ervaren, om te delen in het mystiek lichaam van Christus. Hij wijst naar het kruis en is gelukkig. Een dwarsligger uit Amsterdam buigt voor
Christus. Dat maakt hem vrij en doet hem beseffen dat hij leeft van de genade. Zo veel genade dat hij zich steeds weer de vraag stelt: waar heb ik dit aan verdiend? De meeste mensen stellen die
vraag wanneer het hun slecht gaat. Leo Jacobs is ook hierin eigenzinnig. Het gaat hem beter dan ooit. Ruim tien jaar na de doop, de eerste communie en het vormsel, jonger dan ooit als
77-jarige. Zijn ogen stralen en juist daarom stelt hij nu die vraag: waar heb ik het aan verdiend?
Leo Fijen




