Speciale Gedachtenis Zalige Johannes Paulus II
15 januari 2012
VERKONDIGING
Speciale Gedachtenis Zalige Johannes Paulus II
St. Lambertusbasiliek te Hengelo door Mgr. Wim Eijk
Schriftlezingen:
Jesaja 42, 1-3
1 Korintiërs 12, 4-13
Johannes 14, 23-29
Broeders en zusters in Christus Jezus onze Heer,
De heilige apostel Paulus maakt in de tweede lezing duidelijk dat alle leden van de Kerk weliswaar dezelfde Heilige Geest ontvangen, maar niet in dezelfde mate. De Heilige Geest geeft allen de
heiligmakende genade die nodig is om aan Jezus gelijkvormig te worden en deel uit te kunnen maken van Gods Rijk, nu in deze wereld en in het eeuwige leven na onze dood en onze verrijzenis. Maar
daarnaast is er ook een verscheidenheid aan gaven van de Geest. Bijzondere geestesgaven zijn in de Kerk verbonden aan het gewijde ambt, dat van de diaken, de priester en de bisschop. De hoogste
geestesgaven - waar het gaat om het leergezag - zijn in de Kerk toevertrouwd aan de opvolger van Petrus, de eerste van de apostelen, namelijk de bisschop van Rome, de paus. Vandaag vieren we de
speciale gedachtenis van paus Johannes Paulus II, wiens indrukwekkende en langdurige pontificaat ons nog op het netvlies staat gegrift.
We zijn Johannes Paulus II vooral erkentelijk omdat hij ons allen zo edelmoedig heeft laten delen in de gaven waarmee de Heilige Geest hem had overladen. In de diverse perioden van zijn leven
heeft hij dat op heel verschillende manieren gedaan. Specifiek voor een paus is uiteraard zijn bijzondere optreden als leraar in het geloof. Zijn talrijke encyclieken, andere publicaties en
toespraken getuigen daarvan. Hij sprak daarbij niet alleen vanuit een leerstellig of theoretisch perspectief, maar tevens vanuit een grote en zeer gevarieerde persoonlijke levenservaring. Beide
ouders en zijn broer verloor hij op jonge leeftijd. Zijn studie aan de theologische faculteit van Krakau moest hij tijdens de Tweede Wereldoorlog onderbreken om als arbeider in een chemische
fabriek te gaan werken om deportatie te ontlopen. Al jong kende hij het lijden en de donkere kanten van het leven uit eigen ervaring.
De essentiële verwevenheid van leer en leven blijkt in het bijzonder uit zijn kritiek op zowel het communisme als het ongebreideld kapitalisme. Zijn kritiek op het communisme in
Oost-Europa, waaronder hij zelf gebukt was gegaan, droeg bij aan de val van de muur in 1989. En hoe profetisch zijn waarschuwing was tegen het verafgoden van de vrije markt in zijn encycliek
Centesimus Annus uit 1991 (nr. 40) leert ons de huidige financiële crisis.
Niet in het minst door zijn talrijke reizen liet hij mensen overal over de wereld delen in de rijke gaven die God hem als mens en als paus had gegeven. Wat weinigen is gelukt, daarin is hij ten
volle geslaagd: want hij wist met de Blijde Boodschap de harten van grote aantallen jongeren te raken. Hij nam in de jaren tachtig het initiatief tot de Wereldjongerendagen, we kunnen rustig
zeggen het grootste jongerenevenement over de hele wereld.
Ook deelde hij zijn rijke gaven als mens en paus met andersdenkenden. Door het optreden van Johannes Paulus II kwamen de Rooms-Katholieke Kerk en de Oosters-Orthodoxe Kerken nader tot elkaar.
Op 31 mei 1980 sprak hij de gedenkwaardige woorden die hij meerdere keren zou herhalen: ‘Wij kunnen als christenen, of liever gezegd als katholieken niet met één long ademen:
wij hebben twee longen nodig, een oosterse en een westerse long.’ Met beide longen doelde hij op de Westelijke en Oostelijke Kerk.
Ook heeft hij bijgedragen aan betere verhoudingen tussen de Rooms-Katholieke Kerk en de Joden. Als eerste paus bezocht hij een synagoge, namelijk die te Rome. Bij zijn bezoek aan het
Holocaust-herinneringscentrum Yad Vashem toonde hij zijn verdriet om de slachtoffers van de Holocaust. Hij sprak met liefde en respect over de Joden als ‘onze oudere broeders’.
Grote indruk maakte op de Joden zijn bezoek aan Israël in maart 2000, bij welke gelegenheid hij in een groef van de klaagmuur te Jeruzalem een geschreven gebed achterliet met als tekst:
‘We zijn diep bedroefd om het gedrag van hen die in de loop der geschiedenis het lijden van deze uw kinderen veroorzaakt hebben, en U om vergeving vragend willen wij ons verplichten tot
een zuivere broederschap met het volk van het verbond’.
Mgr. Zimowski, de voorzitter van de pauselijke Raad voor het leven, heeft Johannes Paulus II gekwalificeerd als ‘groot in leven, groot in lijden en groot in de dood’.
Na 1993 manifesteerde zich de eerste tekenen van zijn lichamelijk verval. Door de ziekte van Parkinson werd hem het spreken gaandeweg steeds meer bemoeilijkt. Het was voor hem een grote
teleurstelling dat hij er enkele dagen voor zijn dood niet meer in slaagde om de menigte op het St. Pietersplein toe te spreken. Maar verbergen wilde hij zijn lichamelijk gebreken niet.
Aftreden, hoe vaak ook gesuggereerd, wilde hij niet, omdat hij het als zijn roeping van Gods wege zag om tot de dood toe aan te blijven. Tegen alle kritiek hierop van de kant van de Westerse
prestatiemaatschappij die geneigd is alleen jonge, gezonde en getalenteerde mensen kansen te gunnen, getuigde hij dat er bij God geen discriminatie bestaat vanwege leeftijd of handicaps. In
zijn brief over de christelijke zin van het menselijk lijden had hij geschreven dat iedere mens die door eigen lijden getroffen is, wordt opgeroepen deel te nemen aan het verlossende lijden van
Christus (Salvifici Doloris [Over de christelijke zin van het menselijke lijden], nr. 19, 1 februari 1984). Tot aan zijn dood bleef hij ook in dit opzicht een trouw getuige van Christus’
Evangelie in leer en werken.
Daarbij putte hij kracht en troost uit zijn toewijding aan de heilige Maagd Maria. Dit bracht hij aan begin van zijn pontificaat ook tot uitdrukking in zijn pauselijk wapen. Het gouden kruis
verwijst naar het kruisoffer van Christus. De gouden hoofdletter M daaronder verwijst zowel naar de plaats die Maria volgens het Johannnesevangelie onder het kruis innam als naar haar unieke
plaats in de heilsgeschiedenis, hetgeen nog wordt benadrukt door de Maria-blauwe achtergrond.
Voor de edelmoedige en onbaatzuchtige wijze waarop paus Johannes Paulus II ons allen op zeer uitlopende manieren heeft laten delen in de gaven van hoofd en hart die hij van nature en die hij
als genadegaven van de Heilige Geest had ontvangen, blijven wij hem uit de grond van ons hart uitermate dankbaar.
Bidden wij op zijn voorspraak dat wij in navolging van hem in kracht van de heilige Geest mogen groeien in geloof, hoop en liefde.
Amen.