Jeroen Pauw
‘Wij willen het belangrijkste televisieprogramma zijn’ Een prikkelaar en een klierderaar. Televisiepresentator Jeroen Pauw (49) wordt beschouwd als een slordig zondagskind onder de televisie-interviewers. Zijn stijl is vilein, maar steevast doeltreffend. Met Paul Witteman tekent hij dit seizoen voor de vierde jaargang van de veelbekeken talkshow Pauw & -Witteman.
‘Ik ben een loner. Ik maak geen deel uit van iets. Hooguit van een geheel dat van korte tijd is, zoals een programma met een redactie die zeer aanminnig is of met een directe collega als Paul Witteman, met wie ik een goede relatie onderhoud. Maar verder maak ik geen deel uit van een beweging. Ik maak geen deel uit van een godsdienstige groepering of een politieke beweging. Ik stem zelden twee keer achter elkaar op dezelfde politieke partij. Ik ben ook geen lid van Amnes-ty International, noch van enige omroep. Mijn bindingsangst zit in alle vezels van mijn lichaam.’
Jeroen Pauw geldt als een begenadigd interviewer met een niet na te bootsen eigen stijl. Met Paul Witteman presenteert hij dit seizoen voor het vierde achtereenvolgende jaar de latenighttalkshow Pauw & Witteman. Hij is ongemeen scherp, maar wekt in de ogen van de kijker soms de indruk er maar een beetje bij te hangen. De realiteit is zo geheel anders. ‘Een nadeel van mijn kijk op de wereld is dat ik bij heel veel dingen weleens denk: ach, wat maakt het eigenlijk uit? Het is vast heel erg dat Roman Polanski misschien terug moet naar Amerika, maar wat maakt het eigenlijk uit? Het verschijnsel-Wilders: wat maakt het allemaal uit? Het houdt ook vanzelf weer op. Dat is de ene kant. De andere kant is dat ik denk: kom op, je had er veel scherper op moeten zitten. We moeten zorgen dat er bij ons aan tafel wat gebeurt! Het bijzondere is dat Paul en ik elke dag samen deze uitzending maken zonder dat wij onderling enige afspraak hebben. Het is cadans. Paul noemt het soms muzikaliteit. Ik zeg vaak: We lopen in ieder geval even hard, terwijl we toch niet aan elkaar vastzitten en dus de ruimte hebben om naar links of naar rechts uit te zwenken.’
Jeroen Pauws vader Jaap was radiotechnicus. Ettelijke KRO-uitzendingen heb ik in het verleden met technische assistentie van Jaap Pauw gemaakt. Echt aardig vond ik hem niet. ‘Ik geloof ook niet dat “aardig” het woord is dat mij te binnen zou schieten als het over mijn vader gaat. Ach, er waren wel momenten van aardigheid, maar ik zou het zeker niet tot zijn corebusiness willen rekenen. Ik vond hem eigenlijk een vrij autoritaire man. Hij is nu dood. Ik wil ook nergens mijn ouders de schuld van geven. Zij hebben hun best gedaan en konden niet meer dan dat. Jammer is het wel. Het heeft op mij veel invloed gehad. Ik wil om die reden ook geen gezin, want als je iets – waarvan je zelf als jong kind deel uitgemaakt hebt – niet leuk vindt, ga je niet zeggen: “Dat wil ik later ook!” Ik weet niet of het invloed op mijn werk heeft gehad. Dat is moeilijk te psychologiseren.’

Jeroen Pauw en Gerard Klaasen (foto: Harry Meijer)
Ambitieus
Onafhankelijk, dwars, fladderig, klierig en flegmatiek zijn termen die van hem geroepen worden. Hij vindt die termen wel kloppen. Ongemakkelijke werktijden die zijn baan als presentator bij
Pauw & Witteman met zich meebrengt, neemt hij op de koop toe. ‘Wij beginnen eigenlijk vrij vroeg, zo tussen acht en half tien, met het lezen van de krant en het kijken van een
stukje Goedemorgen Nederland en het NOS Journaal. Wíj, dat zijn Paul en ik en een gedeelte van de redactie. De ochtend is hét concurrentiemoment voor een
televisieprogramma als het onze. ’s Ochtends moeten immers de gasten worden uitgenodigd die, als we daar te laat mee zijn, al elders zitten. En als de gast elders zit, meestal in een
programma dat eerder wordt uitgezonden dan het onze, zijn wij feitelijk die gast kwijt. Daarna is er een grote ruimte waarin je, zoals je dat tegen je kinderen zou zeggen, iets voor jezelf mag
doen, tenzij er nog een boek gelezen moet worden of een dvd’tje van een film of een voorstelling bekeken moet worden. Ik heb in zekere zin een door anderen voorgeschreven leven, dat ik er
op bepaalde tijden moet zijn en dat er van mij op die tijden een zekere helderheid verwacht wordt. Ik moet ook eerlijk zeggen dat mijn privéleven feitelijk altijd ondergeschikt wordt
gemaakt aan het werkleven. Dat kan ook niet anders met het soort werk dat ik doe. Bovendien ben ik zeer ambitieus: als ik iets doe, wil ik het ook goed doen. En als we met onze redactie bij
elkaar zijn, wil ik ook dat de anderen het goed doen. Dan wil ik ook niet dat iemand anders de boel verslapt. Bovendien: wij willen immers graag elke dag het belangrijkste programma van de
Nederlandse televisie zijn. Ik zeg niet dat we het zijn, maar het is wel de ambitie.’
Er bestaan misverstanden over je manier van zitten. Voor veel kijkers lijkt het alsof je ongeïnteresseerd bent.
‘Nee, het is eigenlijk vrij simpel. Paul is een stuk kleiner dan ik. Als wij allebei zonder tafel op eenzelfde stoel rechtop zouden zitten, ziet dat er niet uit. Mijn stoel staat dus al
wat lager, maar dat betekent dat ik mijn benen niet goed kwijt kan. Ik probeer dan een beetje te strekken en als je je benen strekt, ga je al een beetje hangen. Ik hang dan ook nog een beetje
naar achteren, zodat ik niet de camera’s afdek die -eromheen staan. Dat geheel wordt soms uitgelegd als: “Ach, het interesseert hem ook niet echt. Hij hangt er maar een beetje
bij.” Of: “Zou hij nog wakker zijn?” Ach, ik laat dat maar zo.’
Grote Leider
Twee weken geleden zei Geert Wilders: ‘De redactie van “Pauw & Witteman” belt elke dag wel naar onze fractie om mij in de uitzending te krijgen. Tegenwoordig reageert onze
fractie niet eens meer op hun verzoeken.’ Hij veegt een beetje de vloer aan met jullie. Maar hij komt niet!
‘Geert Wilders heeft een vrij doorzichtige strategie. Hij verzet zich tegen alles wat volgens hem een vertegenwoordiging van het establishment is. Zo zijn wij, zegt hij dan, een
“gruwelijk links programma” waarin hij nooit wil komen. Wij vinden dat jammer en blijven hem met enige regelmaat uitnodigen. Tegelijkertijd komen fractiegenoten van Geert Wilders
wél bij ons aan tafel. In die zin is hij natuurlijk helemaal niet principieel. Hij gebruikt zijn weigering als een vorm. Als hij ons een verschríkkelijk programma noemt, vinden al die
maatschappelijk teleurgestelden die zich door Wilders aangesproken voelen dat weer fantastisch van de Grote Leider. Dat hij dat zomaar gezegd heeft. Ach, denk ik dan: laat gaan.’
Circus Renz
Hij zegt geen godsdienst aan te hangen. ‘Mijn vader was gereformeerd en mijn moeder was niks. Ik heb behoorlijk geleerd hoe het er in de Bijbel allemaal voor staat. En verder geloof ik er
niet in.’
Geestelijke voorlieden uit katholieke of protestantse kring worden nauwelijks waargenomen bij Pauw & Witteman. ‘Wij hadden nog niet zo lang geleden een meppende predikant aan tafel met Jan van den Bosch ertegenover. Maar bisschoppen? Ik vind eerlijk gezegd zo’n bisschop wel leuk, maar toch ook een beetje folklore. Als je er van een afstand naar kijkt, is het natuurlijk toch wel een beetje het Circus Renz.’
Wat drijft je?
‘Ik denk iets vrij egocentrisch: geluk. Ik ben nieuwsgierig, al van jongs af aan. Ik wist wat ik wilde worden, namelijk: journalist. Proberen achter dingen te komen die je nog niet weet,
of mensen dingen vertellen die ze nog niet weten. In het werk dat ik nu doe, is dat helemaal het geval: ik spreek dagelijks allerlei mensen die dingen beter weten dan ik en die de moeite nemen
mij daarover te vertellen en mij de kans geven daar ook nog vragen over te stellen.’
Hij toont mij een foto van zijn ouders die hij, naar eigen zeggen, nog niet zo lang in zijn bezit heeft. ‘Ik heb eigenlijk moeite deze dierbare zaken mee te nemen, omdat ik vind dat je dierbare dingen, als ze écht dierbaar zijn, voor jezelf moet houden en niet moet delen met anderen. Want dan zijn ze toch minder dierbaar, want niet meer alleen van mij maar opeens van iedereen. Maar goed: dit zijn mijn ouders, zeer waarschijnlijk op hun bruiloft. Ik vind de foto bijzonder, omdat ik mijn ouders hier toch beiden een zekere mate van geluk zie uitstralen en zo vaak heb ik ze niet gelukuitstralend meegemaakt. Deze foto staat dicht bij me en ik realiseer me telkens dat ze er niet meer zijn. En ja, ik ben natuurlijk ook een soort rinkelende kerstboom met die sieraden die ik aan mijn linkerarm draag. Het zijn sieraden die ik gekregen heb van de liefdes uit mijn leven, van dames dus. Ik hecht eraan omdat ik om allerlei redenen nog weleens wil wisselen van vriendin, in elk geval omdat de relatie na een aantal jaren ophoudt. Het zou wel heel oppervlakkig en zeer onbevredigend zijn als je al die happen uit je leven laat weglopen.’
Rilling van geluk
‘Pauw & Witteman’ is alweer bezig aan zijn vierde seizoen. In Hilversum gaat soms de mare dat zo’n talkshow ook weer niet te lang kan duren, want dan wordt het format
sleets.
‘Dat is een gevaar dat dreigt. Er wordt echter nog altijd veel naar ons gekeken, dus de aandacht van de kijker is er nog steeds wel, maar de vraag is of de aandacht van de makers er nog
steeds is. Paul en ik hebben in principe de afspraak gemaakt dat wij altijd een jaar langer doorgaan dan het moment dat we zeggen: “En nú houden we ermee op.” Stel dat wij dit
jaar stilletjes tegen elkaar zouden zeggen: “Ik weet het niet hoor, maar misschien moeten we er maar eens mee ophouden!” Dan zouden we altijd nog het volgende seizoen doen. Dit jaar
doen wij uiteraard de hele serie uitzendingen en wat ons betreft volgend jaar dus ook.’
Jij sprak van geluk. Ben jij gelukkig?
‘Op het gevaar af een ontwijkend antwoord te geven, wil ik toch zeggen dat geluk een fase is die je vaak gedurende korte tijd hebt. Daarna is het weer weg en dan komt het weer terug. Er
zijn vele momenten op de dag dat ik mij gelukkig voel. Ik ben gezegend – en dat zeg ik zonder ironie. Ik ben gezegend met een zeer goede gezondheid. Ik ben nooit ziek. Ik heb geen
huisarts. Ik heb een betrekkelijk goed stel hersenen. Een goeie betrekking. Veel geld. Leuke vrienden en vriendinnen. Samen met de intellectuele bevrediging en nog zo wat dingen zijn dat
aspecten die geluk maken. En: ik ben oppervlakkig, dat scheelt ook. Dat maakt ook dat je daardoor nog iets sneller gelukkig bent. Ik kan al gelukkig zijn als de zon schijnt en ik een mooi
muziekje heb opgezet. Dan kan ik al een rilling van geluk hebben, terwijl het espressoapparaat loopt. Zoiets.’


