Simone Kleinsma
‘Ik moet die onzekerheid blijven voelen’
In de dertig jaar dat Simone Kleinsma (51) op het toneel staat, is ze uitgegroeid tot de musicalkoningin van Nederland. Vorige maand speelde ze de laatste voorstellingen van Sunset -Boulevard, nu heeft ze behoefte aan rust en ruimte. Op naar weer een nieuwe uitdaging. ‘Je moet jezelf blijven triggeren.’
Is voor jou uitgaan vooral thuisblijven? Zeker niet naar het theater gaan?
‘Ja, als je zo veel dagen per week in het theater staat, is het heerlijk om met je voeten op tafel
thuis lekker te genieten van een glaasje.’
Bühne-adrenaline
De afgelopen periode injecteerde Kleinsma zichzelf elke avond met bühne-adrenaline, nu is ze onmiskenbaar toe aan een paar weken rust. De
voorstellingen van de bekroonde musical Sunset Boulevard, waarin zij met verve de oudere filmdiva Norma Desmond speelde, waren slopend. ‘Het was zwaar, ondanks het feit ik de rol
deelde met Pia Douwes. We hebben om beurten gespeeld, dat scheelde wel.’
Je begon met een lelijke val op het toneel, waardoor ‘Sunset Boulevard’ één dag niet door kon gaan.
‘Dat was heel vervelend, vooral omdat we net
begonnen waren. Ik ging onderuit nadat we een prachtige première achter de rug hadden. We stonden in Nijmegen, ik gleed uit over een stukje stof. Pia had al wel gerepeteerd, maar zij heeft
het toch gepresteerd om de volgende dag op te gaan. Ik heb haar daar hooglijk voor geprezen, mijn hoogste hoed ging voor haar af. Gelukkig stond ik na stevige fysiotherapie binnen zes weken
weer op de planken.’
Waarom is musical bij uitstek jouw ding?
‘Misschien wel omdat ik geen keus kan maken tussen zingen, dansen en acteren, en dat zit natuurlijk allemaal in de musical. Het is
een theatervorm die heel erg bij me past.’
Gerard Klaasen in gesprek met Simone Kleinsma (foto: rkk)
Allure
De John Kraaijkamp Musical Award viel haar, krachtens het juryrapport, vooral ten deel omdat zij de rol van Norma Desmond met een huiveringwekkend inlevingsvermogen
en allure had gespeeld. ‘Ik was zeer vereerd toen ik dat rapport las. De rol was mij zeer dierbaar, een vrouw die na haar Hollywoodse stommefilmperiode geen nieuwe rollen meer krijgt en
ook nog eens verliefd wordt op de veel jongere scriptschrijver die haar probeert te helpen. Ik ben van die vrouw gaan houden, hoe grillig en raar ze ook in elkaar zat. Ik moet haar nu van mij
afschudden, want Sunset Boulevard is voorbij en Norma naar de eeuwige jachtvelden. Ik zal altijd met veel plezier aan haar terugdenken, want zo’n rol krijg je niet zomaar.’
Roepen veel mensen tegen je: en wat nu?
‘Ik vraag mij dat zelf ook weleens af: wat nu nog, qua rol dan? Ik wilde een paar jaar geleden, na alle luchtige musicals, eens wat
dieper in een rol kunnen duiken. Toen kwam het toneelstuk One flew over the cuckoo’s nest langs, met Victor Löw. Een heel andere wereld om in terecht te komen. Geen muziek
en daar moest ik heel erg aan wennen. Ik speelde daarna in het Judy Garland-dramastuk Aan het einde van de regenboog, achteraf gezien een voortraject voor het personage Norma Desmond.
Heerlijk vond ik dat. Voor zo’n rol als Norma
Desmond moet je uit vele laatjes kunnen putten, want het is een rol die je pas op een bepaalde leeftijd kunt spelen.’
Achter de kont
Ooit werd ze voor het theater getriggerd toen ze op de televisie de tv-serie Fame zag. Kleinsma werd met zestien jaar een bijzonder vroege leerling
aan de Kleinkunstacademie. Op haar negentiende speelde ze in Niemand weet dat ik Repelsteeltje heet, ‘achter de kont’ van Gerard Cox. ‘Ik kwam net van school en mocht
bij hem beginnen. Ik heb heel wat uurtjes in de coulissen gestaan om te kijken. En de kont van Gerard Cox, dat is niet de minste kont in Nederland waar je achter kunt staan. Als hij een nummer
zingt, hoor je precies elke komma en elke punt. Van hem heb ik veel geleerd.’
Sociaal leven
In 2004 ontving zij haar eerste John Kraaijkamp Musical Award, voor haar rol in Mamma mia!, waarmee ze twee jaar lang in het Beatrix Theater in
Utrecht stond. Twee jaar lang op één plaats: gaat dat niet vervelen? ‘Je kleedkamer wordt zo’n beetje je woning. Je sleept er ook van alles naartoe: je
koffiezetapparaatje, je kleedjes, je hangt dingen op en moet het een beetje gezellig maken. Het voordeel is dat je elk hoekje van het theater kent. Het nadeel is – en dat is inherent aan
een vaste productie – dat je zeven keer in de week moet spelen. Je komt weinig aan een sociaal leven toe. Je speelt van dinsdag tot en met zondag, en op zondag twee keer. Dan heb je
alleen de maandag vrij. Op een gegeven moment zijn er een aantal maanden om en ga je wisselen, want anders houd je het niet vol. Voor jou komt er een alternate, iemand die jouw rol
overneemt. Vanaf dat moment begint de tijd dat je het theater binnenkomt en op de lijst kijkt met wie je die avond speelt. Toen had ik wel iets van: ik weet niet of ik dit wel heel erg leuk
vind.’
Leven na de dood
Een aantal jaren geleden kreeg Simone Kleinsma een stevige dip. Haar carrière was naar haar zeggen altijd heel plezierig gegaan. ‘Ik kwam
geleidelijk aan steeds minder toe aan mijn persoonlijke ontwikkeling. Dan is het heel goed om eens eventjes een jaartje geen werk te doen en niet aan het werk te denken. Ik ben wat meer boeken
gaan lezen en ontmoette weer eens wat andere mensen. Dat heeft me zichtbaar goed gedaan. Je gaat een slag anders tegen je vak aankijken. Ik relativeer de boel veel meer. Als het om dingen gaat
waarvan ik denk: dat is niets voor mij, dan durf ik nu ook gewoon nee te zeggen. Dat was in die tijd daarvoor wel anders.’
Religieuze impuls
Van kerkelijken huize is ze niet. Ze is vrij opgevoed. Toch hoopt zij vurig dat het leven na de dood niet stopt. ‘Je krijgt die zekerheid
natuurlijk nooit. Ik hoop altijd een teken van deze of gene te krijgen dat er daarboven nog iets is. Dat zou toch kunnen? Ik zou me er nu al op kunnen verheugen als ik echt naar de andere kant
ga! Het moet daarboven volgens mij langzamerhand heel gezellig zijn.’ Dit seizoen verzorgde Simone Kleinsma in het kader van het Festival Classique in Den Haag drie inleidingen bij
uitvoeringen van het Stabat mater. Het leidde niet direct tot een religieuze impuls in haar leven, ook al gaat het verhaal over een heel universeel thema: het verlies van een
kind.’
Jij kreeg zelf een dochter, Teuntje, die voor haar geboorte overleed.
'Ja, het is inmiddels elf jaar geleden. Godzijdank hebben we het een plaats kunnen geven. Zoiets kleurt je
leven.’
Juwelendoosje
Zij toont me een doosje dat ze van haar echtgenoot Guus Verstraete – ‘dé man in mijn leven!’ – heeft gekregen naar aanleiding van de
première van de musical Sweeney Todd, in september 1993. ‘Ik doe daar elke dag nog steeds mijn sieraden in als ik ’s avonds de bühne op ga. Dan gaat het doosje
ook vast in mijn tas, want anders vergeet ik het. Dat ding heb ik dus elke dag bij me. En dit is die John Kraaijkamp Award. Je ziet: het is een trapje dat steeds hoger en hoger gaat. Kraaijkamp
is een ontzettend aardige man. Hij komt nu niet zo veel meer buiten, hij zit in het Rosa Spier Huis in Laren. Maar hij was er bij de uitreiking van de award wel bij.’
Vet spelen
In de populaire RTL-comedy Kees & co vertolkte Kleinsma een kleine acht jaar de rol van Kees. Hilarisch, maar ze viel naar haar eigen gevoel in
herhaling. ‘Er zat voor een actrice zoals ik geen ontwikkeling meer in. Zo’n sitcom kun je in principe 25 jaar doen, maar de karakters ontwikkelden zich niet. De Britten kunnen die
Engelse comedy’s zo retegoed spelen. Zoals Mollie Sugden, die Mrs. Slocombe speelde in Wordt u al geholpen?. Ze is net overleden. Ik noem dat altijd vet spelen. Dat kunnen alleen
die Engelsen. Of neem
Hyacinth Bucket van Schone schijn, dat kan alleen die vrouw! Als wij dat gaan doen, zullen we denk ik erg veel commentaar krijgen. Die stijl is niet geschikt voor Nederland. We zijn
trouwens wel aan het nadenken over iets nieuws, maar eerst moet ik Kees helemaal laten vervagen. Maar ik vind het wel weer een beetje tijd voor iets nieuws.’
Soloprogramma
Komend seizoen prolongeert Simone Kleinsma de avondvoorstelling Songs from the heart, een verzameling evergreens en musicalhits die het afgelopen
seizoen al volle zalen trok. ‘Ik ben verleden jaar met dit soloprogramma begonnen. Het zijn nummers die mij allemaal zeer na aan het hart liggen en waarvan ik altijd dacht: die wil ik
ooit nog eens zingen. Het is mijn keuze. Ik heb het verleden jaar al mogen doen tot het moment dat Sunset Boulevard startte. Het liep toen al zo goed dat we het vanaf november tot
maart 2010 weer op de bühne zetten. We hebben de arrangementen wat aangepast en er een aantal nieuwe nummers in gestopt. Daarna zie ik het wel weer. Ik ben niet zo’n enorme
planner.’
Denk jij nooit eens: o jee, Kleinsma, gaat dat been nog wel zo goed omhoog?
‘O ja. Ik moet steeds harder trainen om dat been omhoog te laten komen en doe het tegenwoordig
ook wat lager. Ik heb de drie disciplines – het spelen, het zingen en het dansen – altijd heel goed kunnen combineren, maar het dansen gaat toch als eerste wat moeilijker. Dat moet
je dan ook niet meer willen, denk ik. Dan zit dat been maar gewoon wat lager. Maar het moet er nog wel goed uit blijven zien natuurlijk. Ik moet aan de andere kant ’s avonds ook die
onzekerheid voelen: zal het wel lukken? Dat gevoel wordt steeds sterker. Je moet jezelf blijven triggeren om daardoor ook nieuwe wegen in te slaan.’


