Margriet van der Linden



‘Het wordt steeds lichter in mijn hoofd’

Margriet van der Linden (39) is sinds een jaar hoofdredacteur van het feministische tijdschrift Opzij. Daarnaast presenteert zij Zomergasten, waarin ze zondag in de tweede aflevering Prem Radhakishun ontvangt (20.15 Ned. 2). Een gesprek met een powervrouw met kwetsbare kanten.

Wil jij in veel, zo niet alles, de regie in handen houden?
‘Ik vind het wel prettig om tot op zekere hoogte controle te hebben over de dingen. Moet ook soms wel. Maar ik ben geen controlfreak, al zullen alle controlfreaks dat natuurlijk zeggen. Nou ja, ik zal het op onderdelen ongetwijfeld zijn.’

Zomergasten
Na 5 in het land, een correspondentschap in New York, het hoofdredacteurschap van de vrouwenglossy Blvd en dat van Opzij nam journaliste Margriet van der Linden een nieuwe (tijdelijke) uitdaging aan: de parttimebaan van zes afleveringen Zomergasten, als opvolger van schrijver Bas Heijne. ‘Ik was heel eervol verrast toen die vraag tot mij kwam. Ik heb het heel lang stil moeten houden, want rond dit programma bestaat toujours een soort geheimzinnigheid, waar je langzaam in groeit. Het is een programma met een lange traditie.’

Bijbelvast
Ze werd geboren in Nieuw-Lekkerland op de Zuid-Hollandse eilanden. Haar ouders staken, toen zij drie jaar oud was, de rivier over om in Ridderkerk te gaan wonen, in het huis van haar grootouders. Qua levensovertuiging behoren Van der Lindens ouders bij de bevindelijke en streng gereformeerde Hersteld Hervormde Kerk, een recente afsplitsing van de Nederlandse Hervormde Kerk. Haar jongste broer is predikant in die Hersteld Hervormde Kerk, standplaats Stellendam. De zware last van het geloof van haar jeugd heeft Margriet al jaren geleden afgeworpen. ‘Ik behoor niet meer bij die kerkelijke gezindte.’

De liefde
Bij Margriet kunnen op basis van haar grondige bijbelkennis – opgedaan op de School met den Bijbel – spontaan bijbelteksten uit haar mond vallen. Zo ook in dit gesprek. Een zin uit 1 Korintiërs 13: ‘Zo zijn dan geloof, hoop en liefde, maar de meeste daarvan is liefde.’ Uitgerekend de liefde werd in de benauwd gereformeerde omgeving van haar jeugd sterk beproefd toen Van der Linden vaststelde op meisjes te vallen. "Dat viel bij mijn ouders niet onverdeeld goed, want zo kon de ordening van het leven er bij mijn ouders vanuit de Bijbel niet uitzien. Mijn seksuele oriëntatie is voor hen een reden om de dood met angst en beven tegemoet te zien. Het is als een soort optelsom: het praktiseren van homoseksualiteit is vanuit de Bijbel een zonde, maar het volharden in die zonde leidt er vervolgens toe dat er na de dood weinig hoop is op het eeuwige leven." Aan een God in haar leven heeft Van der Linden sinds die tijd bij tijd en wijle behoefte. In de periode van de aanloop naar Zomergasten was eerder vriendin Kitty haar sparringpartner. ‘Ik heb heel veel aan haar. Ze werkt zelf bij de televisie, dus dat is mooi meegenomen. Op dat front is er een mooie balans.’


Margriet van der Linden en Gerard Klaasen (foto: KRO)

Doemdenken
Haar DNA is haar software op basis waarvan zij de wereld onderzoekt. "Onderzoekt alle Schriften en behoudt het goede”, zeg ik dan maar met de Schrift. Pas op de Evangelische School voor Journalistiek maakte ik kennis met katholieken. De eerste echt praktiserende katholiek die ik ontmoette, was mijn vorige uitgever Eugène van de Pas. “Margriet, het allerbeste wat jij kunt doen is katholiek worden”, zei hij. Het leek me gekscherend ook wel prettig om katholiek te zijn, want je kunt er de somberte en de zwaarte van het bestaan van je af laten vallen.’

De neiging tot doemdenken heeft je niet verlaten?
‘Nee, zeker niet. Dat is dat deel van mijn software dat maar liever weg kan. Maar het wordt wel lichter, hoor, in mijn hoofd. Gooi de ramen maar open!’

Feministisch boegbeeld
Sinds 1 september 2008 is zij hoofdredacteur van het feministische maandblad Opzij. Ze liet het tijdschrift na haar aantreden grondig verbouwen. ‘Het blad had een tamelijk verouderde doelgroep en de opdracht van de uitgever was om het weer iets meer te brengen naar een jongere doelgroep. De vergrijzing had toegeslagen in het lezersbestand van Opzij.’

Opzij was erg van het opgeheven vingertje?
Opzij was nog sterk verankerd in de traditie van de tweede feministische golf, waar dat opgeheven vingertje vaak erg noodzakelijk was. Nu zitten we in de derde feministische golf, waarin veel vrouwen én mannen zeggen: “We maken zelf wel uit hoe we erover willen denken, maar geef in elk geval de informatie over hoe we erover zouden kunnen denken!” De nieuwste golf feministen bestaat inmiddels ook uit mannen die zeggen: “Ik ben eigenlijk ook feminist.” Maar goed, ik vind dat Opzij terug moet naar waar het hoort: midden in het debat en dat betekent ook het agenderen van zaken.’

Jij ontmoet mensen die zeggen: ‘Ik durf nu weer met ‘Opzij’ in de trein te zitten!’
‘Ja, gek, hè? Dat had te maken met een imagoprobleem, waar ook het feminisme zelf last van heeft. Mensen dachten kennelijk: ik ga niet met dat blad in de trein zitten. Nu zeggen mensen: “Opzij is weer fris. Het ziet er anders uit en het gaat over dingen die mij aangaan. Ik durf er weer mee in de trein te zitten.”’

Ben je nu ook in Nederland het boegbeeld van het feminisme?
‘Toen mij de vraag werd gesteld of ik Opzij wilde gaan leiden, bedacht ik mij dat het een uitzonderlijke functie is, de enige in zijn soort in Nederland. Het is niet alleen maar hoofdredacteur zijn van een blad, het is ook heel veel naar buiten treden en aangesproken worden als feministe en als boegbeeld van een beweging. Wilde ik dat? Het is in elk geval niks om je voor te schamen. Het is strijden voor een goede zaak.’

Cisca Dresselhuys was bijna 28 jaar lang het icoon van ‘Opzij’. Onder die zware eik moest jij aan de gang.
‘Het was een eervolle exercitie om Cisca Dresselhuys op te volgen. Ze heeft het blad ruim 27 jaar geleid en dat is een prestatie van formaat. Alle hulde dus aan Cisca Dresselhuys. Het is totaal geen schande om in haar voetsporen te treden.’

In Zomergasten staat Margriet van der Linden vooral voor de rust van een lange televisieavond met één gast. De modekoningen Viktor & Rolf beten vorige week het spits af. ‘Ik moet mijzelf laten zien als interviewer, maar ook als primair reagerend mens op fragmenten die de gasten hebben gekozen en die ik in sommige gevallen zelf nog niet gezien heb. Er schuilt een heel complexe wereld achter Zomergasten. Je bent zo afhankelijk van zo veel dingen: de lengte, de stijl van interviewen. Maar ik heb gelukkig televisie-ervaring en ik weet wie de gasten zijn. Ik heb me ook goed ingelezen tijdens mijn vakantie. Ja, ik heb vertrouwen. Als je van interviewen en een goed gesprek houdt en je wilt je ingraven om dingen van mensen te horen, dan is Zomergasten heel eervol om te doen.’

Je brengt in ‘Zomergasten’ vooral het journalistieke interview?
‘Ja, de basis van het gesprek zijn de fragmenten en er is natuurlijk de interesse in de gasten. Cruciaal is de absolute nieuwsgierigheid en dat is journalistiek. Het mag uiteraard nieuws opleveren maar dat hoeft niet per se. Het zijn eigenlijk gewoon “de vijf W’s”, die je op de School voor de Journalistiek leerde: wie, wat, waar, wanneer, waarom.’

Kijk je veel televisie?
‘Best wel. Ik schijn ook erg goed te kunnen zappen. Ik kijk veel nieuws, veel actualiteiten en documentaires, misschien allemaal te keurig voor woorden. Maar ik kan ook erg goed blijven hangen in een speelfilm of een programma als De 25 ergste criminelen. Nou ja, wat op al die zenders te zien is. KRO’s Memories ook! De KRO heeft een behoorlijke familieoriëntatie die op de pijlers gevoel, emotie en liefde gebaseerd zijn. Knap gedaan!’

Van mode tot Bach
De Zomergasten zijn dit jaar buitengewoon divers: van Viktor & Rolf via Carice van Houten en Alexander Pechtold naar Jaap van Zweden. ‘Jaap van Zweden – hij is de allerlaatste in de reeks – spreekt natuurlijk over Bach. Ik mag wel verklappen: dat grenst waarachtig aan het religieuze. Alexander Pechtold zal een mooie sparring worden tussen twee mensen.’

Had je inspraak in de keuze van de gasten?
‘Ja. We hebben goede gesprekken gevoerd over de line-up van het programma, er zijn voortdurend lijstjes heen en weer gegaan. Dan stuurde ik een aantal namen en dan kwam er weer een aantal namen terug. Het is eigenlijk heel ingewikkeld om zo’n lijstje met beroemdheden samen te stellen, want het zijn vaak drukbezette mensen. Dus als ik nu namen ga noemen, dan zitten die misschien een beetje complex voor het volgende seizoen.’

Oorlogsjournalistiek
Ze wijst op een foto van de Amerikaanse oorlogsjournaliste Martha Gellhorn (1908-1998). ‘Gellhorn was een heel moedige vrouw, die aan het front over de Spaanse Burgeroorlog berichtte en daarnaast heel mooi kon schrijven. Ze is nog een poosje met Hemingway geweest en was oorlogscorrespondent tijdens de Tweede Wereldoorlog. De wereld van de oorlogsjournalistiek spreekt me aan. Het vereist moed en kracht. Dat moet maar in je zitten. Ik geloof niet dat het iets is wat ik zou willen.’

Is je roman al af?
‘Nee, die is niet af. Hij is, laten we zeggen, wel in de maak, maar niet af. Ik moet daar echt tijd voor nemen, maar ik kijk er wel naar uit. Hij gaat over bevrijding. Een mooi thema.’

Terug naar het begin: je ouders. Zijn ze niettemin trots op je en laten ze dat merken?
‘Ik denk dat ze heel trots zijn. Maar het is ook deze bevindelijken gegeven om daar vrij nederig in te zijn. Complimenten worden niet snel uitgedeeld. Maar zouden ze het me zeggen, dan zou het mij blij verrassen.’