Jacco Verhaeren



‘Bij het zwemmen zijn we de weg een beetje kwijtgeraakt’

Hij geldt als onbevangen en open. Zwemmers noemen hem speels en enthousiast, maar ook iemand die weet wat hij wil. Jacco Verhaeren (40) is coach van het Nederlands zwemteam, dat deze week aantreedt voor de WK in Rome. Een bestaan in dienst van de zwemsport. ‘Ik leef in mijn droom.’

Beheerst zwemmen jouw leven?
‘Jazeker, helemaal. En ik vind het nog leuk ook.’

Op 14-jarige leeftijd wist Jacco Verhaeren het al zeker: ik word zwemcoach. In zijn jeugd verbleef hij volle zomers in het openluchtzwembad De Wildert in zijn geboorteplaats Rijsbergen. ’s Morgens trainen, overdag vrij zwemmen, ’s avonds trainen. ‘Het was een roeping. In mijn beleving heb ik ook nooit iets anders willen worden dan zwemtrainer. Ik heb geen moment gedroomd van een eigen sportieve carrière. Heel vreemd. Ik ben ook nooit een echt groot zwemmer geweest.’

Hoe kon je het dan Pieter van den Hoogenband leren?
‘Voor training geven moet je verstand hebben van zaken als fysiologie, techniek en biomechanica. Je moet er natuurlijk wel een gevoel voor hebben. Ik heb zelf wel wedstrijden gezwommen, dus ik weet hoe het voelt om hard te trainen.’

Ups en downs
Niemand die met mond en vingers in het zwembad zo’n schrille en knalharde fluittoon kan produceren als Jacco Verhaeren. Wereldwijd is de technisch directeur van de zwembond KNZB een van de meest gewilde zwemtrainers. Anno 2009, veertig jaar oud, heeft Verhaeren al vier Olympische Spelen op zijn cv staan: Atlanta, Sydney, Athene en Peking. Bij allemaal was hij coach van de olympische zwemploeg. ‘Ik was er vroeg bij. Ik kwam op mijn negentiende van het CIOS en werd direct trainer.’ Jacco’s doorbraak kwam in 1994 toen Eindhovenaar Pieter van den Hoogenband drie keer goud won bij de Europese jeugdkampioenschappen. ‘Dat was voor mij de eerste bevestiging dat we op internationaal niveau wat konden. Pieters titels, maar ook die van Kirsten Vlieghuis, die in 1996 twee keer goud won bij de Europese jeugdkampioenschappen, vormden een voorbeeld voor heel zwemmend Nederland. Toen Nederland bij de Spelen van Sydney in 2000, mede dankzij Pieter (twee keer goud), veel zwemmedailles haalde, was het hek helemaal van de dam.’


Jacco Verhaeren en Gerard Klaasen (Fotograaf: Mark Prins)

De laatste Olympische Spelen in Peking in 2008 verliepen voor Verhaerens zwemteam teleurstellend, ook al wonnen de dames goud op de 4x100 meter vrije slag. ‘Op die afstand waren we ook favoriet en dat hebben we waargemaakt, maar individueel vielen de zwemmers echt tegen. Pieter was nog de enige die een persoonlijk record zwom. Andere zwemmers had ik hoger ingeschat. Ik baalde echt als een stekker en vroeg mijzelf af: wat kan ik beter doen? Ik heb daarna vier weken vrij gehad, waarvan ik er drie heb geprobeerd niet aan zwemmen te denken. Daarna heb ik een week heel intensief aan zwemmen gedacht en die gedachten geëvalueerd met de zwemsters. We zijn daarop weer met elkaar aan de slag gegaan. Ik ben geen type dat met de teleurstelling van Peking heel lang blijft rondlopen.’ Nederland moet het de komende week bij de WK zwemmen in Rome onder anderen hebben van Marleen Veldhuis, Femke Heemskerk, Ranomi Kromowidjojo en Inge Dekker, de vier vrouwen die in Peking goud haalden op de estafette. Ook individueel worden de dames geacht hoge ogen te kunnen gooien. ‘Er zit genoeg in het vat. We gaan in elk geval voor goud, want als ik dat niet meer zou doen, zou ik morgen stoppen.’

Liefdesrelatie
Verhaeren had de afgelopen twintig jaar naast Pieter van den Hoogenband ook Inge de Bruijn onder zijn hoede. Met haar had hij als coach drie jaar een relatie. Was dat niet moeilijk? ‘Nee, dat viel eigenlijk wel mee. We zijn er vanaf het begin heel open over geweest, we hebben er geen geheim van gemaakt. Eigenlijk ging het wel vanzelf. Mijn coaching van Inge was in twintig jaar misschien nog wel de makkelijkste tijd.’

Je hebt haar in Eindhoven bij PSV in het begin tot drie keer toe uit jouw zwemploeg gehouden!
‘Als coach is het heel belangrijk dat je vasthoudt aan wat jouw visie op topsport is. Ik heb het met Inge achteraf ook niet verkeerd gezien. Inge is daarop op eigen houtje naar de VS gegaan en heeft daar een trainer gevonden die bij haar kon bewerkstelligen wat er wezenlijk in haar zat. Dat talent heeft er altijd in gezeten. In Nederland had ze dat resultaat, bij welke trainer dan ook, nooit gehaald.’

Kritische uitspraken
Voorafgaande aan Peking deed Verhaeren vorig jaar tamelijk kritische uitspraken over de mensenrechtensituatie in China. Zijn uitspraken werden Verhaeren niet door elke sportbestuurder in dank afgenomen: voormalig IOC-lid Hein Verbruggen noemde Verhaerens gedrag dat ‘van-zomaar-een-zwemtrainertje’. ‘Ik heb geen spijt van wat ik toen gezegd heb! De misstanden in China zijn nog steeds aan de orde van de dag. Ik wilde vooral een signaal afgeven, het zwijgen over die mensenrechtensituatie in China werd mij te gortig. De situatie werd ons mooier voorgespiegeld dan die was. Het heeft voor mij vooral bevrijdend gewerkt dat ik het kon zeggen. Ik heb nadien van diverse humanitaire instanties bedankjes
gekregen die dankbaar waren dat ik er aandacht aan had besteed.’

De Spelen van Peking betekenden het einde van Verhaerens vijftien jaar durende samenwerking met Pieter van den Hoogenband. Vanaf het eerste moment zag Verhaeren in Pieter een heel bijzonder zwemtalent. ‘Hij kon ongelooflijk hard trainen. Het is de combinatie van talent, hard werken en een absolute wilskracht om een kampioen te willen worden. Dat was bij hem allemaal aanwezig. Als je topsport bedrijft, dan moet het in een bepaalde periode van je leven ook echt het eerste agendapunt zijn. Je kunt het niet half doen. Topsport is geen padvinderij.’

Ontucht in het zwembad
Een maand geleden kwam in de provincie Noord-Brabant een ernstig geval van ontucht aan het licht: zwemleraar Benno L. bleek zich aan kinderen in zwembaden vergrepen te hebben. ‘Verschrikkelijk! Ik kende hem niet. Tussen zwemleraar en zwemtrainer zit natuurlijk wel een wereld van verschil. Ik ben echt bezig met de prestatiekant van de sport, hij leerde mensen zwemmen. Maar het is niet nieuw: je ziet het in de sport, maar ook in andere geledingen van de maatschappij. Het zou naïef zijn om te denken dat er in de zwemsport onder trainers geen enkel geval van zou rondlopen. Het is toch, excuseer, een soort afwijking als je als volwassen man niet van kinderen kan afblijven. Of je dat nu in de kerk doet, of in een zwembad of als voetbaltrainer: het is volledig af te keuren. Met het vak van zwemtrainer heeft het op zichzelf niets te maken.’

Bourgondiër
Zijn vader was metselaar, zijn grootvader had een slagerij en zijn oma dreef een café. Aan het katholieke geloof van zijn jeugd in het Brabantse dorpje
Rijsbergen doet hij naar eigen zeggen weinig meer. ‘Mooie verhalen vind ik het vooral. Ik kan ook eigenlijk niet zeggen dat ik echt heel erg gelovig ben. De Trappistenabdij Maria Toevlucht bij ons vroeger om de hoek in Zundert heb ik nooit van binnen gezien. Wij gingen in die tijd naar Meerseldreef in België en daar was een namaak-Lourdesgrot. Ook prachtig!’ Het cafégevoel heeft zich bij de bourgondiër Jacco evenwel voluit ontwikkeld. ‘Zéker. Maar ik ben nu getrouwd, heb twee kinderen, dus ik heb er nu niet zo veel tijd meer voor. Maar als de gelegenheid zich een keer voordoet, mag ik nog graag ergens iets gaan drinken.’
De toekomst van Jacco Verhaeren lijkt voorlopig glanzend vast te liggen. Zijn contract bij de zwembond loopt zeker door tot aan de Olympische Spelen van Londen in 2012 en zo mogelijk nog langer. ‘Ik heb het ook heel erg naar mijn zin. Ik leef in mijn droom. Ik zeg niet dat ik nooit eens iets anders zou willen doen, maar met alle faciliteiten die we nu in een land als Nederland hebben, hoop ik dat ik de Olympische Spelen van 2028 in Nederland nog mag meemaken. Alleen: het blijft de sportwereld. Je moet wel resultaat blijven leveren. Ik moet ook wel het gevoel hebben dat ik ook echt een bijdrage blijf leveren. Het kan immers ook zijn dat je op een gegeven moment voorbijgestreefd wordt door jongere, betere collega’s. Dan moet ik plaatsmaken.’

Koptelefoons en petten
Hij toont mij zijn Sennheiser, volgens hem de Ferrari onder de koptelefoons. ‘Muziek vind ik enorm belangrijk. Vroeger lag mijn hart bij harde rockmuziek, maar tegenwoordig kan ik ook van klassiek en popmuziek genieten. Het zal wel bij de leeftijd horen.’

Je mist deze week de concerten van U2!
‘Ik heb ze heel lang geleden een keer gezien in Rotterdam, helemaal geweldig. Ik ga regelmatig naar concerten. Mijn laatste concert was Metallica in Ahoy, waanzinnig goed. Het geeft wel aan van welke muziek ik zoal houd. Dit is een koptelefoon met een ruisonderdrukker, die ik in het vliegtuig gebruik om naar muziek te luisteren.’ Verhaeren is ook pettengek. ‘De meeste petten die ik draag zijn van mijn sponsoren. Dat is mooi, maar daar is het eigenlijk niet om begonnen. Ik droeg al petten voordat er überhaupt sprake was van sponsoren. Toen ik als zwemtrainer begon, startte de training om half zes ’s ochtends. Nu trainen we pas om half negen ’s ochtends. Ik heb nogal warrig haar en heb er  ’s ochtends geen zin in om mijn haren te kammen, dus die pet is eigenlijk uit gemakzucht ontstaan. Inmiddels is de pet een onafscheidelijk attribuut van mij geworden.’

Hang naar historie
Jij wilt het liefst weer gewoon terug naar de ouderwetse zwembroek!
‘Dat zou het mooiste zijn. Ik moet de ouderwetse zwembroek wel nuanceren, want ik bepleit geen zwembroek die afremt. Wat mij betreft mag het een strakke zwembroek zijn of zelfs een pak, maar met de prestatiebevorderende materialen die tegenwoordig aan de orde zijn, is een grens overschreden. Als ik naar een sport als atletiek kijk en ik zie iemand 100 meter hardlopen, dan kan ik die prestatie nog steeds vergelijken met tijden van twintig jaar geleden. Bij zwemmen zijn we wat dat betreft de weg een beetje kwijtgeraakt. Ik vind dat jammer, want historie hoort bij sport.’