Dennis van der Geest
‘Judo zal in mijn leven altijd heel belangrijk blijven’
De Haarlemse zwaargewicht Dennis van der Geest (33) geldt als de Nederlandse knuffelbeer van de judomat. In 2005 werd hij in Egypte wereldkampioen. Tijdens de Spelen in Peking lag hij er in de eerste ronde uit. Na vijftien jaar judo op topniveau kondigde hij vorige maand zijn afscheid aan.
‘Het leukste is als je je tegenstander in de maling kunt nemen. Je maakt een bepaalde beweging waarvan jouw tegenstander denkt: hij gaat mij naar achteren gooien. En dan blijkt dat je hem juist naar voren gooit. Je ziet hem dan ook echt in vertwijfeling denken: hoe ging dát nou? Dat is toch wel het allerleukste. Ik was daar – zeker tegenover die grote kerels – behoorlijk goed in.’Dennis van der Geest gold tot voor kort als een regelrechte killer op de mat, alsook daarbuiten. Voor een beetje knappe verwurging kon je bij Van der Geest met gemak terecht. ‘Je hebt de bloedwurging en de verwurging waarbij je iemand bij wijze van spreken kunt laten stikken. Bij Giel Beelen (VARA-dj, red.) heb ik een keer een bloedverwurging aangelegd. Hij raakte er bewusteloos door. Acht maanden later liep hij nog bij de fysiotherapeut, maar dat had, dacht ik, meer met het spiergestel van zijn nek te maken dan met mijn verwurging.’
Hij was een van de bekendste vechtsporters van Nederland. Van der Geest pakte vijf medailles op judo-WK’s, waaronder goud in Egypte in 2005, maar bij de Olympische Spelen in Peking in 2008 ging het mis. Hij leek te zijn bezweken onder de immense prestatiedruk. ‘De druk van Olympische Spelen is nét even iets zwaarder dan bijvoorbeeld een EK of een WK. Ik brak in de eerste partij mijn elleboog. Ik heb die wedstrijd nog uitgejudood met die gebroken elleboog, maar het bleef voor mij natuurlijk een enorme deceptie omdat ik heel graag nog één keer goed wilde presteren op de Spelen. Maar goed, we doen bij judo niet aan dammen, dus het kan gebeuren.’
In het rijtje gouden Nederlandse judoka’s in het zwaargewicht – Geesink, Ruska, Mark Huizinga – hoorde jij anders wel thuis.
‘Ja, helaas heb ik dat niet voor elkaar gekregen.’
Jij deed alles voor het judo?
‘Ik heb er inderdaad alles voor gedaan. Mijn uitgangspositie indertijd was niet de meest gemakkelijke: ik, mannetje uit Bloemendaal met vriendjes die allemaal aan hockey deden. Ik zeg
altijd: “Juist als beschermd opgegroeid jochie uit Bloemendaal moet je toch wel heel graag willen als je tegen die echte vechters uit Georgië, Oekraïne of Kazachstan wilt
knokken.” Ik heb die kerels uit die landen allemaal in mijn handen gehad.’
Om een Kazak van 180 kilo op je rug te hebben, lijkt mij niet altijd aangenaam!
‘Vaak zeg ik het zo: “Ik stoei met de spelingen der natuur.” Ik heb veel gewonnen, maar ik heb ook heel veel verloren. Ik heb enorme megaspetters uitgedeeld, maar ik heb ze
ook weleens tegen gekregen. Ik was niet de meest berekenende judoka. Als je onder zo’n Kazak van 180 kilo ligt, is dat wel even behoorlijk vervelend, maar je hoopt dan altijd maar dat hij
zo snel mogelijk opstaat, zodat je weer lekker naar je hotel-kamer kunt vertrekken om onder de douche te gaan staan.’
De zwaarste tegenstander tegen wie Van der Geest -gejudood heeft, woog 210 kilo. ‘Ik heb die vent toen een schouderworp gegeven en dan zie je toch wel ruim tweehonderd kilo door de lucht vliegen. Het is natuurlijk het leukste iemand zo’n doodgooi te geven. Mijn vader zei wel: “Ik heb Dennis sommige jongens ongelooflijke doodpegels zien geven!”’
Je moet trouwens het aanraken van al die tegenstanders ook maar willen?
‘Er zitten er, zeker op trainingskampen, sommigen tussen in wie je nadrukkelijk minder zin hebt! Als je ergens diep in Rusland een week in een trainingskamp zit met een paar van die
Russische judoka’s die hun pak aanmerkelijk minder vaak wassen dan jij, dan word je daar niet echt vrolijk van.’
Mooie vocalen
Het judo opende voor Dennis van der Geest in al die jaren tal van deuren. ‘Alle dingen die ik nu doe, zijn allemaal verweven met de sport. Judo zal altijd heel belangrijk blijven in mijn
leven, ook al ben ik er andere dingen omheen gaan doen. Mediadingen vond ik leuk om te doen en dat ging me ook aardig af, ook al werd mij dat lang niet altijd door iedereen in dank afgenomen.
Typisch Nederlands! Maar ik heb nog liever dat ze negatief of positief over je praten, dan dat ze denken: Dennis van der Geest, daar heb ik nog nooit van gehoord.’
Zijn judocapaciteit is hem ook op andere vlakken weleens goed uitgekomen, zegt hij. ‘Ach, ik heb weleens iemand die een deukje in mijn auto schopte “aangepakt”. Dan is het inderdaad wel handig dat je die judocapaciteit van huis uit hebt meegekregen.’
Voor RTL 5 deed hij in 2008 het tv-programma 71º Noord, waarvoor hij naar de Noordkaap trok. Maar hij was bijvoorbeeld ook panellid in diverse muziekprogramma’s. ‘Ik draai als dj onder mijn eigen naam Dennis van der Geest op bedrijfsfeesten, met een saxofonist en een zangeres erbij. Ik houd trouwens van het nachtleven. Muziek vind ik nog steeds heel leuk en ik wil ook kijken hoe goed ik daarin kan worden. In clubs vind ik het leuk om house te draaien, met mooie vocalen en lekkere drums, het hoeft niet te stevig te zijn. Ik draai wat ik zelf leuk vind. Ik ga niet draaien wat ik commercieel leuk zou kunnen uitbuiten.’
Levensbeschouwelijk gesproken zegt hij niet echt in iets te geloven. ‘Momenteel heb ik niet zoiets nodig als geloof. Dat mag raar klinken, maar zo werkt het nu eenmaal. Als je ziek bent “geloof” je misschien sneller in God. Ik ben daar op dit moment niet zo heel erg mee bezig. Maar: ik heb twee prachtige kinderen die gezond zijn. Mocht er een God zijn die daar iets mee te maken heeft, dan wil ik Hem daar bij dezen voor danken.’
Nieuwe doelen
Vorige maand kondigde hij zijn afscheid aan. Het moest naar zijn zeggen een keer gebeuren. ‘Het was natuurlijk geen beslissing die je binnen een week neemt. Ik was er al langer mee bezig.
Het gevoel om nog heel diep te gaan om een medaille te winnen, kon ik niet meer opbrengen. De olympische medaille die ik nog niet gewonnen heb, wordt pas in 2012 weer uitgedeeld. Dat is gewoon
te ver weg. Ik heb op WK’s vijf medailles gewonnen. Nog eentje erbij, op het WK Rotterdam in augustus dit jaar, had ik ook nog wel mooi gevonden. Bovendien ben je als 34-jarige judoka ook
niet meer de jongste. Ik ben vanaf mijn achttiende op het hoogste niveau bezig. Ik won in 1997 mijn eerste mondiale medaille, dat is inmiddels best wel lang geleden. Het wordt dus wel weer eens
tijd voor wat anders. Ik zal nieuwe doelen in mijn leven moeten zien te vinden. ’s Morgens, als ik opsta, trek ik vaak mijn trainingsbroek aan en dan kom ik er ineens achter dat dat
vandaag helemaal niet hoeft. Ik zal daar dus eerst even afscheid van moeten nemen voordat er ruimte komt om mij weer ergens anders helemaal in vast te bijten. Die ruimte zal ik mijzelf gewoon
moeten gunnen. Ik vind het heel leuk om televisie te doen, al kan je daar niet zo makkelijk je eigen stempel op drukken. Met het draaien van muziek kan ik veel meer mijn eigen ding doen, maar
wie weet: als er iets moois voorbij komt voor wat betreft radio of televisie, zal ik zeker geen nee zeggen. Voorlopig vind ik muziek hartstikke leuk, maar ik weet nog niet of dat echt helemaal
mijn ding is. Vraag het me over een maand weer en misschien zeg ik dan volmondig ja.’
Legendarische wedstrijd
Trots toont hij mij zijn WK-medaille uit 2005. Aan het boek Het gevecht, van de Amerikaanse schrijver Norman Mailer, zegt hij ook veel gehad te hebben. ‘Dit boek gaat over Mohammed
Ali, zoals hij aantrad in die legendarische wedstrijd in Zaïre tegen George Foreman in 1974. Ik heb ook veel aan dat gevecht gehad, door het boek én ook door de beelden van de
documentaire When we were kings. Het heeft me geholpen mijn eerste grote titel te winnen in 2000, Europees kampioen.’
Wie over Dennis van der Geest spreekt, spreekt -tegelijkertijd ook over jouw broer Elco en jouw -vader Cor.
‘Wij zijn volgens mij een mooie judofamilie. Het is dat de mensen ons van het judo kennen, maar daar kan je ook een streep doorheen zetten en gewoon zeggen: “Mooie familie.”
Ik hou van mijn broer en van mijn pa, mijn ouders zijn gelukkig nog steeds bij elkaar. Die ouwe van mij kan soms behoorlijk aanwezig zijn, maar hij heeft een hart van goud. Mijn broer gaat nog
een paar jaar door op het hoogste judoniveau, die gaat hartstikke goed.’
Hij zegt heel graag bij het judo betrokken te willen blijven, omdat die sport hem zelf veel gebracht heeft. Bij zijn club in Haarlem zitten talentvolle judoka’s die hij met zijn expertise verder hoopt te helpen. ‘Ik ambieer niet zozeer een trainersrol, maar mijn judopak wil ik nog niet zo snel aan de wilgen hangen. Ik zal het nog wel even blijven dragen.’
Frustrerend
Aftikken is er dus voor Dennis voorlopig niet bij, een teken dat onder judoka’s sowieso zo veel mogelijk vermeden wordt. ‘Alles is betrekkelijk. Vijfentwintig seconden lang in een
houdgreep liggen waar je niet uit kunt komen, is óók zeer frustrerend. Je ligt daar en voelt de secondes aftellen. Je probeert eruit te komen, maar die ander houdt jou in die
ijzersterke greep, dat schiet niet op.’
Is de echte Dennis van der Geest misschien te zien als hij op zijn Harley van Haarlem naar Bloemendaal rijdt?
‘Ik heb het gevoel dat ik jou een keertje links héél hard voorbij ben gereden! Ik houd heel erg van mijn vrijheid. Ik heb een leuke boot en een leuke motor en er is niets
lekkerder dan een keer met een beetje lekker weer heel erg stevig gas te geven.’
‘Ik wil natuurlijk voor de mensen in mijn directe omgeving gewoon goed zijn. Dat wordt je in het dagelijks leven wel lastig gemaakt, omdat we allemaal heel erg druk zijn met ons eigen ikkie. Ik heb als topsporter heel lang zeer egocentrisch geleefd, maar ik heb wel altijd geprobeerd om goede doelen te steunen. Als bekende Nederlander kun je op een betrekkelijk gemakkelijke manier daarvoor iets betekenen, door je gezicht eraan te verlenen of op een bijeenkomst je gezicht te laten zien. In die zin probeer ik goed te doen. Ik kan niet overal op ingaan, maar het is wel zo dat ik tegen mijzelf kan zeggen: “Niet alles wat je doet is alleen maar om je eigen egootje te strelen en je eigen leventje beter te maken.” Laat ik zeggen: links en rechts doe ik maatschappelijke dingen gewoon in een wat breder perspectief.’
‘Ik geef mijzelf een dikke voldoende. Volgens mij doe ik het best aardig allemaal. Ik vind een 9 ook wel mooi. Daarvoor moet je natuurlijk naar meerdere vlakken kijken: ik denk bijvoorbeeld dat ik een hartstikke leuke vader voor mijn kinderen ben. Ik heb daarnaast een schat van een vriendin, met wie ik vorige week ben getrouwd. Dat gaat allemaal helemaal perfect. Ik wilde altijd één ding heel graag, en dat was een groot kampioenschap winnen. Tot mijn veertiende was ik helemaal niet zo’n groot judotalent. Ik heb er dus heel veel voor overgehad en het uiteindelijk voor elkaar gekregen. Volgens mij mag ik daar best wel trots op zijn.’


