Ernest Louwes
'Ik ben harder geworden, maar niet verbitterd’
Weinig Nederlanders vochten zo hard om hun juridische zaak te winnen als Ernest Louwes (55). Hij werd in 2003 veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf voor de moord op de Deventer weduwe Jacqueline Wittenberg. Onlangs kwam hij vrij, maar de zaak is nog steeds niet gesloten. Louwes vecht door totdat zijn onschuld is bewezen.
Wie heeft de moord op de weduwe Wittenberg wel gepleegd?
‘Ik weet het niet.’
Het moet iemand zijn die ooit in uw buurt was en die u wellicht weleens ontmoet heeft.
‘Ik weet het echt niet.’
Ogenschijnlijk een grijze muis, deze Ernest Louwes. Het liefst zou
hij alle publiciteit mijden en hij vraagt zich af of alle media-aandacht zijn zaak uiteindelijk wel dient. 22 april 2009 kwam hij vrij, na tweederde van zijn straf uitgezeten te hebben. Hij
huilde naar eigen zeggen veel in de gevangenis. ‘Het waren slopende periodes van doffe ellende. Ik kan dat aan niemand uitleggen, zelfs niet aan mijn echtgenote. In het huis van bewaring
zag ik haar slechts één uur per week, in de gevangenis anderhalf uur per week. In zo’n overvolle zaal, waar je haast niet kon praten. De mensen kúnnen niet begrijpen hoe
ver een mens dan kan wegzakken in z’n denken.’
Hoe ver?
‘Ontzéttend ver. In je hoofd ga je situaties meemaken die je alleen maar overkomen als je gigántisch ver van de kaart bent. Echt, de uren in zo’n gevangenis zijn
ontelbaar!’
God zegt Louwes daar noch gezocht noch gevonden te hebben. ‘Als je, zoals ik, van huis uit geen levensovertuiging hebt, is het lastig iets te vinden waar je geen weet van hebt. Praktisch elke dag sprak ik in de strafgevangenis van Lelystad met pastoraal werker Anton Overmars, maar nooit over het geloof. Anton was een verademing. Mijn vader was Nederlands-hervormd, mijn moeder rooms-katholiek, maar vanaf hun achttiende deden ze daar helemaal niets meer aan.’
Als u zich niet aan het hogere kon vasthouden, waaraan dan nog wel?
‘Er is de zekerheid dat de volgende dag toch weer anders is. Als jouw celdeur opengaat, kun je niet gaan zitten janken. Je wordt ook harder, dus het lost zich binnen jouw systeem vanzelf
op. Tot de volgende avond. Ik heb voor een stuk mijn emoties afgeleerd, helaas. Dat is heel erg en heel eng. Huilen heb ik heel lang geleden voor het laatst gedaan. Misschien zou het, als de
omstandigheid zich voordoet, weleens lekker zijn, maar ik denk niet eens dat het mij nog zou lukken. Dat is wat het gevangeniswezen met je doet.’
De zaak zelf is inmiddels voldoende in de publiciteit gekomen. Dit gesprek gaat vooral over de persoon
Ernest Louwes. In de laatste fase van zijn detentie verbleef hij al buiten de gevangenismuren, gebonden aan bepaalde tijden en een enkelband. ‘Afschuwelijk! Ik moest me ook écht aan
strikte tijden houden. Als een trein vertraging had, kwam bij mij regelrechte paniek op, want je wordt zo weer teruggestuurd naar de gevangenis. Ik heb weleens meegemaakt dat mijn zoon mij
heeft moeten ophalen vanwege een treinstoring. Ik was uiteindelijk nét vijf minuten voor tijd binnen! Die enkelband had ik ook in de zomer, maar dat wil niet zeggen dat je dan bij je eigen
gezin in de tuin kunt zitten! Je moet bínnen de muren blijven. Ik moest dan aan de ene kant van de schuifpui zitten en mijn gezin in de tuin. Ik werk nu al bijna een jaar in Den Haag, maar
ben natuurlijk niet echt vrij, want ik ben nog steeds veroordeeld door de rechter. Ik heb een strafblad en dat belemmert me in het uitoefenen van bepaalde functies en bij het solliciteren. Nu
ik ben vrijgelaten, ijver ik met nog grotere kracht om te worden vrijgesproken. U moet niet denken dat ik dezelfde soort vrijheid heb als u.’
Fundamenteel bent u nu toch net zo vrij als ik?
‘Néé, dat is niet zo, maar dat kan ik aan niemand uitleggen. Als mensen u op straat herkennen, zullen zij niet denken: hé, die man heeft in de gevangenis gezeten! Bij mij
is dat wel zo en dat voelt als een zware
belasting. Ik ben niet iemand die graag opvalt, ook al denkt u misschien anders. Wel vind ik het geruststellend dat er niet meer zomaar iemand op mijn werk binnenvalt om te kijken of ik daar
wel ben.’
U bent inmiddels een bekende Nederlander geworden!
‘Ik zeg altijd: “Helaas ben ik een bekende Nederlander geworden.” Ik wil weer snel terug in de anonimiteit. Binnen een jaar ligt er stellig een herzieningsverzoek met
betrekking tot mijn vonnis en dan zal de media-aandacht er wel weer zijn, maar ik zit er helemaal niet op te wachten. Ik ben ervan overtuigd dat ik op enig moment word vrijgesproken, ook al zal
dat nog wel een tijd duren. Gelukkig heb ik nu een heel fijne baan en ben ik dik tevreden met mijn werk. Feitelijk ben ik sinds de jaren tachtig fiscaal jurist, daarvoor werkte ik tien jaar bij
de PTT. Ik vind het helemaal niet vreemd om elk soort werk aan te pakken. Alles is beter dan in de gevangenis. In Amstelveen werkte ik tijdens mijn resocialisatieproces in het magazijn van een
beddenzaak. Ik ging een keer languit vanwege een zware matras, daar konden mijn collega’s wel om lachen. So what?’
Valt er met u te lachen?
‘Ik ben niet grappig of zo. Ik ben geen getapte jongen.’
Ik houd Louwes de theorie voor van mensen die zeggen: Louwes is zo in zijn eigen verhaal gaan geloven dat hij er ook niet meer onderuit kan. Hij heeft alles onder controle, want hij moet wel door. ‘Die mensen zijn niet goed wijs.’
Er zijn ook mensen die u voor een geweldige narcist houden.
‘Er wordt veel meer over mij geschreven dan dat ik weet, maar ik kan dat niet allemaal volgen. Het interesseert me ook niet zo.’
De van huis uit fiscaal jurist Ernest Louwes kreeg in de gevangenis contacten met notoire misdadigers en zwaar gestraften, zoals Martin Hoogland, de moordenaar van crimineel Klaas Bruinsma. ‘Je kunt de omgeving waar je zit niet kiezen en zo veel contact heb ik nu ook weer niet met die mensen gehad. Door mijn achtergrond ben ik een tijd voorzitter van de gedetineerdencommissie geweest en dan kom je al heel snel in contact met mensen. Als je met die mensen op de luchtplaats loopt en met hen praat, is niets meer bizar. Het is dan eigenlijk wel bijzonder om de verhalen van sommigen aan te horen.’
Heeft u in de gevangenis vrienden gemaakt?
‘Ik heb enkele goede contacten met mensen die ik in de gevangenis heb ontmoet. Mijn vrouw vindt dat vreemd, maar dat is nu eenmaal zo. Ze zullen hier thuis bij ons in Lelystad de deur
niet binnenlopen, want mijn vrouw zou dat niet accepteren. Ik kan dat wel begrijpen. Het zijn mensen die ik heel lang heb meegemaakt. In een aantal gevallen zijn het veroordeelde misdadigers.
Ik vind nog steeds dat iemand die een misdrijf heeft begaan daarvoor gestraft moet worden. Ik ken ook mensen van wie ik ervan overtuigd ben dat ze onschuldig in de gevangenis zitten. Er
verkeren meer mensen in een situatie als de mijne die niet de mogelijkheid hebben om hun zaak voor de media te bepleiten. Dat is heel erg. Zelf heb ik mij, bij de uitspraak in Den Bosch,
één keer verzet. Ik kan die beelden met moeite terugzien, want het is niet de persoon die ik ben.’
Trouwring
Hij toont mij zijn trouwring. ‘Ik ben al 27 jaar gehuwd. Ik droeg deze ring nooit, want ik vind het heel vervelend om iets aan mijn vingers te hebben. In de gevangenis – gescheiden
van vrouw en familie – heb ik hem wél gedragen. Tijdens onze 25-jarige huwelijksdag zat ik in de gevangenis en kon ik helemaal niets vieren, maar had ik die ring om. En deze twee
fotootjes van de kinderen, zoals ze waren toen ik in hechtenis werd genomen, hebben altijd op mijn plankje boven het tafeltje gestaan. Ze zaten met een punaise vastgeprikt aan de foto van mijn
vrouw en die van de hond.’
Cynisch
Ik zeg hem dat je bij sommige mensen een soort metaalmoeheid ziet verschijnen als er ten aanzien van zijn zaak wéér nieuw bewijs op tafel komt. Louwes deelt dat gevoel niet. ‘Ik
ben juist heel gelukkig met het nieuwe DNA-onderzoeksmateriaal dat er sinds een week ligt. Het kromme van dit systeem is dat het Openbaar Ministerie overal gebruik van kan maken en jou van
alles kan beschuldigen, maar dat jij waanzinnige kosten moet maken om zoiets te weerleggen. 999 van de 1000 gedetineerden kunnen dat niet. Je wordt veroordeeld, terwijl je er niets tegen kunt
doen. Dat vind ik kwalijk. Zelf ben ik ook anders geworden in vergelijking met voor ’99. Een tikkie harder, cynischer wellicht. Maar niet verbitterd.’
Doorgaan
Begrepen voelt hij zich, behalve door zijn familie, na zijn vrijlating allerminst. Zeker niet door de rechterlijke macht. ‘De rechterlijke macht zal hopelijk dat begrip nog wel een keer
krijgen.’ Tezamen met zijn advocaat Gert-Jan Knoops zet hij zijn strijd voort. De gedachte aan rust is verre van hem. ‘Het kán simpelweg niet anders, ik moet hiermee doorgaan.
Ik ga door tot ik ben vrijgesproken of tot ik overlijd, maar dan gaan mijn nabestaanden wellicht nog door, want dat kan ook. Mijn vrouw zou het liefst zien dat het van de ene op de andere dag,
zonder allerlei toestanden, goed zou komen. Maar zo werkt het niet.’ Leven met de idee dat hij de zaak uiteindelijk niet zal kunnen winnen, kan hij naar eigen zeggen wel. Maar hij zou dan
wel ‘een heel groot probleem’ hebben. ‘Ondanks dit gaat het leven door. Ik kan er zeker niet van uitgaan dat ik het win, maar met de bewijslast de ik nu ken, kan ik me niet
voorstellen dat de rechter daaromheen kan gaan. Maar ik heb de afgelopen tien jaren ook doorstaan, dus dat doorsta ik dan ook wel. Mijn drive is om te worden vrijgesproken.’
Dat kan een levenslange opdracht zijn, Ernest Louwes.
‘Als je de goede feiten hebt niet. En die feiten heb ik.’
Foto's: Bastiaan Heus


