Hans Teeuwen



'Freek en Youp hebben last van moraliserende praatjes'

De in Budel geboren cabaretier Hans Teeuwen (41) lijkt weer geheel van voren af aan begonnen te zijn. Hij is nu crooner. Hij was in elk geval Edison-winnaar en absurdist maar hij wilde wat anders. Sportleraar als zijn vader in Budel leek hem niets. Gerard Klaasen ontmoette de jazzzanger/televisie-internet-ondernemer in New York.

Ben jij de enige echte crooner in Nederland?
‘Zet mij in het rijtje van Sinatra, Dean Martin en Tony Bennett en ik pas erin. Maar ik weet eigenlijk nog steeds niet wat een crooner is.’

Hij croonde recentelijk in New York de zaal tot uitzinnige vreugde. Klassieke jazz vocals zong hij met zijn band in een onnavolgbare upbeat de zaal van de Hollandse Club tegenover Rockefeller Centre in. ‘We traden vorige maand drie keer op in Nova die in New York de Amerikaanse Presidentsverkiezingen versloegen vanuit die Hollandse Club. Ach, en dan wil ik voor die bekakte Nederlanders die in New York wonen wel een optreden geven. Het was héél leuk. En het ging heel goed.’

Eind 2006 en begin 2007 maakte Teeuwen een succesvolle carrièreverandering van cabaretier naar jazzzanger. Teeuwen was de gevreesde cabaretier die tamelijk kwetsende teksten in zijn theatervoorstellingen stopte maar ook een fameus typetjesmaker was. Bij delen van de Nederlandse bevolking kan hij geen kwaad, anderen noemen hem rondweg grof. Na 5 theatertournee’s wilde hij wat anders en werd verslaafd aan het zingen van jazz standards. Ik had een cd van Frank Sinatra in mijn auto en hoe meer ik hem beluisterde hoe beter ik hem vond. Sinatra was écht een héle goede crooner met fantastische arrangementen. Ik wilde gewoon weten of ik dat soort nummers op dezelfde ontspannen wijze kon timen. En dat kán ik.’

Charlie Parker

Regelmatig streelt Teeuwen tijdens zijn optredens met zijn rechtervoet de vloer. Het lijkt alsof hij het contact met de aarde op gezette tijden wil controleren. ‘Als honden geplast hebben doen ze dat in het zand en dekken dat toe, dat is een beetje de beweging die ik maak. Het is mijn manier om contact te maken met de vloer. Bizar maar vrolijk.’ In zijn theatervoorstelling Dat Dan Weer Wel liet hij al eerder van zijn jazzvoorkeur blijken in een prachtige saxsolo van Charlie Parker’s Bird Of Paradise. ‘Jáá, klópt! Hoe wéét jij dat? Charlie Parker was één van de eersten die ik echt ontdekte. Hij heeft mij de ogen geopend, of liever de oren. Toen ik besloot om in Nederland met een songprogramma op tournee te gaan, dacht ik ook maar meteen aan de állerbeste musici om mij te begeleiden: altsaxofonist Benjamin Herman, pianist Michiel Borstlap en gitarist Jesse van Ruller - niet de geringsten. Michiel doet af en toe mee, Benjamin heeft de rest van de muzikanten erbij gezocht. Hij koos bewust voor jonge muzikanten omdat die frisser tegenover dit soort muziek staan. Ze zijn in elk geval jonger dan ik. De pianist en de drummer zijn twintigers, de rest dertigers. Jééé!, ik ben van 3 maart! Ik ben de enige veertiger.’

Met vijf soloprogramma’s en één duoprogramma stond hij tot vorig jaar in het theater. Het is bekend: aan zijn periode als crooner ging een leven als cabaretier vooraf. ‘Ik treed alleen in Engeland nog wel op als standup-comedian in de Engelse taal. Het is dus niet zo dat ik het één heb ingeruild voor het ander, er is gewoon iets bijgekomen. Ik was op het laatst werkelijk dóódmoe van al die optreden in de Nederlandse theaters. Ik verveel me snel en als al die dagen dan op elkaar gaan lijken, dan word ik héél erg ongelukkig. Ik had al vijf keer hetzelfde stramien doorlopen: continue dezelfde theaters, wéér een try-out in het Betty Asfalt Complex, De Kleine Komedie, het ging me gewoon vervelen, ik vond het niet spannend meer.’

Niettemin werd je gezien als één van de grootste theatertalenten van de afgelopen 10 jaar?
‘Ja, maar dat maakt de verveling er niet minder op, begrijp je?’

Schuttingtaal

Zijn stijl werd gekenmerkt door onverwachte wendingen en soms het gebruik van schuttingtaal. Zelf noemt hij dat een té beperkte opsomming van zijn kwaliteiten. ‘Ik mag toch hopen dat er méér is! De manier waarop ik theater maakte ging uit van de idee dat er tijdens de voorstelling géén logische rationele rode draad was. Ik zette gewoon nummers achter elkaar, het ging meer om de verdeling tussen hilarisch, serieus of absurdistisch, en om het ritme. Het was gewoon een ketting van nummers zonder verband.’

Ging het ook ergens over?
‘Ik had geen vooropgezet plan of een vooropgezette mening. Ik maakte gewoon intuïtief nummers waaruit je naar eigen smaak enige betekenis uit kon opzuigen. Iedereen kan er in zien wat hij zelf wil.’ Onnavolgbaar was ooit Teeuwens bijbelinterpretatie van Jezus met een onversneden Jordanese tongval. ‘Ja, mijn Jezus had een raar soort Amsterdams accent: “Vroeger-had-ik-héél-veel-vrienden-hoor-maar-nou-niet-meer-zo”, zo klonk hij een beetje.’

Jij vertaalde de Bijbel op jouw manier?
‘Heel veel mensen zeggen katholiek te zijn terwijl ze de Bijbel nauwelijks kennen. De Bijbel is voor de meesten een boek met verhaaltjes, in die zin is het wel vreemd dat dat boek zo veel gezag heeft.’

Je kreeg ook kritiek van mensen die vonden dat je veel te ver ging zoals met de Koningin!
‘Ik ben nooit gehinderd om te maken wat ik wilde maken. Bij de omroep moet je aan elkaar verantwoording afleggen. Ik kon in het theater gewoon precies doen wat ik zelf wilde. Op televisie heb ik trouwens ook nóóit iets hoeven schrappen.’

Ook nooit een reactie gekregen uit Huis Den Bosch?
‘Nee, ze hebben zich heel rustig gehouden, dat was ook wel verstandig: ze deden alsof het niet gebeurd was.’

Als stand up comedian stond  je tot maart dit jaar in het Soho Theatre in Londen. Het Engelse koningshuis liet je geheel buiten beschouwing?
‘Nou, om gelijk al bij je debuut de Engelse koningin te grazen te nemen was ook wel een beetje teveel van het goede.’

Godsdienst

Met godsdienst zegt hij niets te hebben en van-een-kerk is hij ook niet meer. ‘Ik ben zo langzamerhand toch wel atheïst geworden, denk ik.’ Zijn moeder mocht dan vroeger wel in het Budelse rooms-katholieke kerkkoor hebben gezongen maar dat heeft Teeuwens geloof in een opperwezen naar zijn zeggen niet doen groeien. ‘Ik ben wel katholiek opgevoed maar mijn ouders verloren zelf geleidelijk aan hun interesse in het geloof. Mijn moeder is wel blijven zingen, als atheïstische sopraan.’

In 1996 openbaarde zich bij jou een artistieke crisis?
‘Een artistieke crisis? Ik was even moe, uitgeput. Ik moest de batterij opnieuw opladen. Daarna kwam ik weer terug met Trui, mijn derde programma. Het duurde twee uur en een kwartier zónder pauze, een slijtageslag. Ik hield het alleen vol door veel te slapen en verder weinig te doen. En gezond eten.’

Ook als crooner lever je een behoorlijke fysieke inspanning!
‘Het is je vak, daar werk je ook de hele dag naartoe. Het is tóch maar een uur, anderhalf uur dat je er dan echt knalt. Als je je daarop instelt, is het wel te doen.’

Geniet jij eigenlijk wel tijdens optredens?
‘Nee. Nou héél soms, als het echt héél erg goed gaat, als je voelt dat je er lekker inzit, maar meestal zit ik ondertussen te denken en probeer ik mijn concentratie vast te houden. Ik probeer dan eigenlijk alleen maar bezig te zijn met wat ik op zo’n moment aan het vertellen ben. Vaak heb ik eigenlijk helemáál geen zin om naar een voorstelling te gaan en blijf ik liever thuis. Bijna altíjd eigenlijk maar als ik er eenmaal sta weet ik “het gaat lukken vanavond!” Het is meer het-je-de-hele-dag-sparen en die spanning opbouwen dat zwaar is. Als je eenmaal oploopt ontlaad je je. Ik lúister wel heel erg goed wat er in de zaal gebeurt. Op het moment dat er gehoest wordt weet ik dat ik iets niet goed doe.’

Inmiddels is er ook Hans Teeuwen, tv-internetman. Er is tegenwoordig www.hansteeuwen.tv. ‘Die tak van sport staat nog in de kinderschoenen. Het is een site waar ik filmpjes op zet die geestig moeten zijn. We willen zoveel mogelijk mensen naar die site toe lokken zodat die zicht enslotte zelf kan bedruipen. Ik vind het fenomeen camera leuk. Als je een optreden hebt gedaan dan is dat daarna gewoon weg maar als je iets met de camera hebt gemaakt dan is dat er gewoon. Dit is een goede manier om te leren wat een camera doet. Zo heb ik een paar scènes met mijn tante Els gemaakt, héél grappig. Hhet is belangrijk dat je iedere dag iets nieuws op die site hebt, dat lukt me nu nog niet, het is nu drie keer in de week.’

Heb je er wel tijd voor?
‘Die maak ik dan maar.’

Moralistisch

Van collega-cabaretiers als Youp van ‘t Hek en Freek de Jonge is hij niet echt onder de indruk. ‘Ik bewonder Freek en Youp zeker om de dingen die ze gedaan hebben, maar ik houd niet van cabaretiers met moralistische praatjes. Bijna allemaal hebben ze last van een belerende manier van praten en uiteindelijk is alles wat ze vertellen een verzameling clichés die je zó allemaal weg kunt gooien. Er is ook niets dat op dat vlak bewaard blijft. De goede nummers van Toon Hermans blijven bewaard of liedjes die juist helemaal nérgens over gaan maar die gewoon heel goed gemaakt zijn. Al dat gezwatel van die domineesachtige, zweverige, goeroe-achtige types vind ik al jaren getuigen van een soort artistieke luiheid. Recensenten betitelen het wel als “sterk inhoudelijk” maar het is eigenlijk gewoon lui als je als artiest op het podium gaat staan en niets anders doet dan je mening verkondigen met een soort kwinkslag. Ik vind dat saai, lelijk en lui.’

Wie vind je wel goed?
‘Er zijn er meerdere, het duo Droog Brood - Bas Hoeflaak en Peter van de Witte - vind ik heel erg leuk. Ik kan iedereen aanraden om daar naartoe te gaan, die zijn léuk! En Theo Maassen natuurlijk.’

Jij hoort bij een club gelijkgestemde zielen van Column waar ook Theo van Gogh toebehoorde.
‘Ja, we hebben bij Column de afgelopen jaren vooral de discussie over vrije meningsuiting gevoerd. Ideeën moeten naar mijn idee altijd aangevallen kunnen worden, ze moeten ook altijd geridiculiseerd kunnen worden en soms beledigd. Als een idee of een ideologie dat niet verdraagt, dan deugt die ideologie niet.’

De vakbondsman van het vrije woord sprak?
‘Whatever. Maar met de afdeling humor ben ik nog lang niet klaar! Dat blijft mijn grootste liefde, nee, dat laat ik voorlopig nog niet in de steek.’