Ad Melkert



'Ik geloof niet dat mijn necrologie nu al geschreven hoeft te worden'

Na de voor hem dramatisch verlopen verkiezingen van 2002 tegen Pim Fortuyn kwam de Gouderakse kappers- zoon Ad Melkert (51) nog hetzelfde jaar weer bovendrijven in functies voor de Wereldbank in Washington en - later - de UNDP in New York. Hij wordt door Nederlandse collega-politici voor sluw gehouden maar zelf wijst hij liever op zijn sociale en tolerante inborst. Een gesprek met een strateeg, dossiervreter en een feilloos analyticus.

Bent u in ballingschap?
‘Nee, dat gevoel heb ik niet. Ik had eerlijk gezegd al in een eerdere fase van mijn carrière overwogen om naar de Wereldbank te gaan dus het was niet raar om dat ook werkelijk te doen. En nu, hier bij de VN is natuurlijk veel politiek gaande. Nee, die scheiding is voor mij nooit zo groot geweest’

Denkt u dat de mensen u in Nederland nog kennen?
‘Die vraag stel ik me niet zo vaak’
Ik wel! 
‘Het is belangrijk als je in Nederland een functie wilt vervullen. Ik ben nu hier maar ik voel me toch héél erg verbonden met Nederland. Nederland is helemaal niet zo ver weg als je het goed bekijkt’.

Op de 21e floor van de UNDP, het “Ministerie” van Ontwikkelingssamenwerking van de Verenigde Naties zetelt PvdA-politicus Ad Melkert. Zijn uitzicht op het grote gebouw van de VN en op de rest van New York is groots en wijds. Melkert gaat hedentendage over armoedebestrijding en levensontwikkeling van voornamelijk Derde Wereldlanden. In Nederland ging hij als PvdA-minister van Sociale zaken en Werkgelegenheid (1994-1998) in het 1e kabinet-Kok over voorstellen om langdurig werklozen aan werk te helpen door middel van gesubsidieerde banen bij gemeenten en overheidsinstellingen, de fameuze Melkert-banen. Als fractievoorzitter van de PvdA werd hij in 2001 lijsttrekker voor de verkiezingen tot Pim Fortuyn een dramatische streep door zijn politieke am- bities in Nederland haalde. Van de gevolgen van die dramatische meidagen in mei 2002 - de moord op Fortuyn, de dramatische verkiezingsnederlaag van de PvdA en andere politieke partijen - lijkt Nederland zich nu pas enigszins te hebben hersteld.   

U was bestemd voor minister-president?
‘Dat was de opzet, atlhans de kandidatuur daarvoor, ja. Zo zie je: in elke verkiezing gaat het om winnen en verliezen’

 Bent u erover heen dat u het niet werd?
‘Ja, ik heb het altijd aanvaard als iets dat bij het opgaan voor verkiezingen hoort. De omstandigheden in 2002 rond de moord op Fortuyn hebben het allemaal véél ingrijpender gemaakt dan hoe het zou zijn gegaan tijdens een normale verkiezing met “normaal” winnen of verliezen. Ik had vantevoren de mogelijkheid ingecalculeerd dat het niet zou lukken: je moet daar overheen kunnen stappen’.

“U miste uitstraling”, werd toen gezegd?
Ja, dat zal dan wel. Ik heb mijzelf toen gepresenteerd zoals ik wás én met het goede programma dat we toen hadden. Er is niets om met weerzin op terug te kijken, hoor’.

Hij ging door diepe dalen maar zijn díepste dal was naar eigen zeggen de enorme polarisatie in Nederland in die dagen en de wijze waarop mensen zich over elkaar uitlieten. Toen hij uit de Kamer vertrok sprak hij uit dat “(-) we in de Kamer in een tijdperk van normverval beland waren”. Het lijkt hem er in de Nederlandse politiek ondertussen niet beter op geworden. ‘De taal die tegenwoordig in de Kamer wordt gebruikt lijkt mij het slechtste voorbeeld om normen aan de samenleving door te geven. Een democratie is de organisatie van meningen die scherp tegenover elkaar kunnen staan en soms móeten staan om die democratie levend te houden. De Kamer heeft óók de functie om zekere normen te stellen hoe je met elkaar omgaat en elkaar aanspreekt. De manier waaróp je je uit moet wél gebaseerd zijn op elementair respect voor een andere mening en voor andere mensen. Ik denk dat Nederland daarmee worstelt. Ook hier in de VS zag je bij de recente verkiezingscampagne hoe de kandidaten elkaar hard tegen hard bevochten met methoden die niet deugden zoals het via de media verspreiden van pertinente onwaarheden.  Zoiets kan uiteindelijk een maatschappij ondermijnen want als mensen uitsluitend op basis van polarisatie met elkaar omgaan is het kwaad kersen eten. In tijden van nood heb je elkaar nodig’.

Hij is katholiek opgevoed maar zegt meegegaan te zijn met de grote stroom jongeren die zich in de jaren zeven- tig niet meer door het katholicisme aangesproken voelden. ‘De onderliggende waarden blijven waardenvol maar het betrof vooral de institutie en alles wat eromheen gebeurde’. In Gouderak - de plaats in Zuid-Holland waar hij opgroeide - bevonden zich eertijds twee katholieke gezinnen in een voor het overige  protestants dorp met een sterke SGP-kern. ‘Ik heb de waarden waarop religies zich baseren nooit verloren -,  tolerantie is mij met de pap- lepel ingegoten. Nu noem ik mij agnost, humanist moet ik eigenlijk zeggen’.

Ooit moet Melkert aan Cisca Dresselhuys van Opzij na een bezoek aan haar Feministische Meetlat een tweede kans gevraagd hebben om zijn uiteindelijke score na een teleurstellend eerste interview te verhogen. Melkert zegt zich er niet veel meer van te kunnen herinneren. ‘Ik ben blij dat Cisca het zich tenminste nog kan herinneren. Ik scoorde niet hoog, nou ja, dat is aan haar. Cisca was monumentaal maar met haar kón je ook niet in discussie gaan!’

Zij zei: "Linkse mannen lijken opvallend minder leuk dan rechtse mannen op die meetlat"?
‘Dat is dan haar voorkeur. Je kunt er weinig aan doen wat mensen aan voorkeur hebben’

Zij zei ook: "Linkse mannen hebben een opdracht, “Wij moeten verandering brengen” en daardoor zijn het vaak nogal krampachtige mensen. VVD’ers hebben iets lossers”
'Tsja, als zij op VVD’ers valt is dat toch haar keuze! Prima toch! Ik voel me helemaal niet aangesproken’.

Wat vindt u zelf: bént u eigenlijk een leuke man?
‘Ik heb daar geen enkel idee over. Leuk, dat is aan anderen om te beoordelen’.

Inmiddels is Melkert alweer bijna zes jaar in de Verenigde Staten, eerst Washington, daarna New York. In New York is hij sinds 2006 de tweede man van de UNDP, de VN-organisatie die zich inzet voor de verbetering van de levensomstandigheden van mensen en voor hun “vrijheidsgraden”. ‘Ik ben de Assosiated Administrator van de UNDP. De administrator, Kemal Dervis, komt uit Turkije. Wij hebben beiden de verantwoordelijkheid voor het leiden van de organisatie. Hij heeft de algemene leiding en werkt vooral samen met andere organisaties in de VN die zich met ontwikkelingsamenwerking bezig houden, om hen bij elkaar te brengen. Ik houd me meer bezig met het management van UNDP. Wij werken in ongeveer 150 landen met 10.000 mensen in programma’s die armoedebestrijding, democratisch bestuur, herstel en reconstructie na een conflict of een natuurramp en ook klimaatverandering tot onderwerp hebben. Voor dit soort grote onderwerpen leveren wij deskundige mensen die die programma’s uitvoeren samen met de regeringen van landen. Het is allemaal heel praktisch georganiseerd, het is vaak ook heel politiek maar het leidt vooral tot échte versterking van het bestuur van die landen en tot verbetering van het lot van mensen’.

Melkert zit nog steeds op zijn stoel als tweede man van de UNDP terwijl nog geen jaar geleden de neoconservatieve flank van de Bushadministratie hem met een heuse lobby probeerden weg te krijgen. Melkert  werd vrijgepleit van het zogenaamde ‘Cash-for-Kim’-schandaal waarbij Melkert beschuldigd werd van het tekortschieten met betrekking tot de besteding van gelden aan projecten in Noord-Korea. Hij zit er nog. ‘Vorig jaar was er een ernstig opgeblazen gedoe over een periode die zich afspeelde lang voordat Dervis en ik hier waren. Het is er hier toen even heet aan toegegaan maar gelukkig is er een rapport verschenen dat alles goed op een rij heeft kunnen zetten’.

Dacht u niet: “ Ad!, wat overkomt je nu weer?”
Ja, dat heb ik wel eens gedacht maar vooral vanuit het oogpunt dat je zo ongelooflijk veel energie kunt kwijtraken aan het bezig-zijn met de pers terwijl het echte werk wel door moet gaan. En dat échte werk ligt in de landen waarmee we samenwerken en dat werk kwam soms onder druk te staan. Gelukkig is die periode weer achter de rug’.

Ook al zal hij het niet hardop zeggen -, Melkert lijkt uit te kijken naar de dag dat ‘president-elect’ Barack Obama daadwerkelijk de drempel van het Witte Huis in Washington zal betreden, halvewege januari 2009. ‘De verkiezing van Obama brengt, vanuit het gezichtspunt van de VN, op korte termijn twee belangrijke veranderingen met zich mee: de acceptatie dat internationale afspraken over het tegengaan van klimaatverandering niet vrijblijvend kunnen zijn en dus ook de VS moeten binden, én méér belangstelling van de zijde van de VS in de rol van Multilaterale organisaties. Ik spreek met name over de VN, in de grote vraagstukken van deze tijd zoals het armoedevraagstuk, de wederopbouw na een conflict, de nucleaire proliferatie, het klimaat en de democratie. Het zou goed zijn als de audacity of hope nieuwe openingen zou bieden!’ Melkert noemt de kredietcrisis en de economische gevolgen die daarop volgde een ernstige tegenslag in de strijd tegen de armoede die juist in heel wat landen in de afgelopen jaren tot merkbare vooruitgang had geleid. ‘Veel ontwikkelingslanden zullen negatieve gevolgen ondervinden van een probleem dat is veroorzaakt op Wall Street en elders. Vanuit UNDP gezien staat nu méér dan ooit het belang voorop dat donorlanden zoals Nederland tenminste vasthouden aan de afspraken en de financïele steun die nog steeds nodig is om de Millenniumdoelstellingen in 2015 toch zoveel mogelijk te bereiken’.

Hij toont mij een buitengewoon mooi schilderij dat achter zijn bureau aan de muur van zijn UNDP-werkkamer hangt. ‘Mijn echtgenote Monica heeft dit geschilderd. Ik vind vooral de rust die er van het schilderij uitgaat bijzonder. Ik zie die lotusachtige bladeren in het water drijven, die geven mij constant  aanleiding tot mijmering. Mijn vrouw is een knappe schilderes’. Hij grijpt naar het Oxford Handbook On The United Nations dat op zijn bureau ligt. ‘Dit boek is belangrijk. De VN roept bij veel mensen liefde óf haatgevoelens op, in de zin van “Zou de VN niet veel meer dít of dat of effectiever kunnen zijn? Vaak kan dat eenvoudig niet omdat de VN uiteindelijk de optelsom is van de lidstaten. De belangrijkste lidstaten moeten uiteindelijk wél troepen willen leveren, geld beschikbaar kunnen stellen en ook het gezag van de VN en van de Secretaris-Generaal ten volle moeten er- kennen. Dat is allemaal lang niet vanzelfsprekend maar tegelijkertijd is die VN toch een unieke onderneming die nu al meer dan zestig jaar probeert de wereld bijeen te brengen’.

Begeert u een terugkeer in de Nederlandse politiek?
‘Nee, dat is geen doel op zich. Nee, écht niet. Dingen komen zoals ze komen. Uiteraard ben ik geïnteresseerd in de toekomst, in functies in of dichtbij het Openbaar Bestuur of in de publiek-private samenwerking want daar ligt natuurlijk mijn basisbelangstelling en mijn deskundigheid. Dat kan in binnen- én buitenland zijn. Ik voel me niettemin Nederlander, ook in de internationale wereld maar tegelijkertijd ben ik niet honkvast. Ik hoef ook helemaal niet persé terug naar Nederland want de wereld ligt open. In dat opzicht bevind ik mij in een goede traditie die Nederland al eeuwenlang hoog houdt’.

Heeft Pim Fortuyn uw politieke loopbaan in Nederland bij de verkiezigen van 2002 gesneefd?
‘Dat weet ik niet. Het is ik nog te vroeg is om daarover te oordelen. Ik geloof niet dat mijn necrologie nu al geschreven hoeft te worden. De dingen lopen zoals ze lopen, dat is zo simpel als wat’.

U vond Fortuyn indertijd wél de anti-politicus pur sang. Heeft hij u gestuit?
’Ik ga daar nu niet op terugkijken. Ik vind dat Nederland vooruit moet kijken want het is een hele moeilijke periode geweest. Ik geloof heel erg in het constant blijven aanpakken van dingen en van het kunnen omgaan met tegenslag’

Mooi gezegd maar ook erg voorbeeldig!
‘Nou ja, dat iedereen daar dan maar inspiratie uit moge halen’.