Dick Berlijn
‘Ik vind het leuk dingen te doen die grensverleggend zijn’
De vroegere straaljagerpiloot Dick Berlijn (58) was tot april als Commandant der Strijdkrachten de hoogste Nederlandse militair. Hij besloot na zijn pensionering een pelgrimstocht op de fiets naar Santiago de Compostela te ondernemen. Van actief militair tot pelgrim op pedalen, je moet de omslag maar aankunnen.
Bent u een beetje een avonturier?
‘Ja, ik vind het leuk dingen te doen die grensverleggend zijn. Fietstochten maken over langere afstanden, waarbij je jezelf dwingt door te gaan, terwijl je lichaam aan alle kanten pijn
doet. Duiken vind ik geweldig mooi. Dat doe ik met mijn zoons. Ik hou van sporten waar avontuur in zit.’
Hij kwam met negentien jaar per ongeluk bij de strijdkrachten. Na de KMA volgde een vliegopleiding en werd hij straaljagerpiloot. Niet veel later – halverwege de jaren negentig – vloog hij in Bosnië. ‘Onze strijdkrachten zijn na het vallen van de Muur intensief ingezet in tal van conflicten: Bosnië, Tsjaad, Afghanistan, Irak, noem maar op.’
Berlijn raakte vanuit zijn militaire achtergrond
betrokken bij het conflict in voormalig Joegoslavië. ‘Dat was in 1993, een paar jaar na de oorlog met Irak. In die tijd zag je op de televisie gemartelde Engelse vliegers. Toen wij
naar Bosnië zouden gaan, wisten we dat het een hete oorlog kon worden, waarbij ons wellicht hetzelfde lot zou treffen. Ik stond hier in de keuken met een brok in mijn keel afscheid van
mijn familie te nemen – onze kinderen waren toen nog heel jong: twaalf en acht jaar. Je wist niet of je terug zou komen. Mijn overbuurman stond op dat moment zijn caravan in te laden.
Dát symboliseerde voor mij de totale ommekeer van vóór het vallen van de Muur en daarna. De keuze om als Nederland deel te nemen aan een conflict, zou voor een bepaald deel van
onze samenleving – het militaire deel – het lopen van risico’s impliceren. Maar een heel ander deel van de samenleving kon, gelukkig, rustig doorgaan met de dingen waarmee men
bezig was.’
Berlijn is een late katholiek. Van huis uit was hij Nederlands-hervormd, zijn vrouw was katholiek. ‘Op een gegeven moment voelde ik me toch meer aangetrokken tot het katholieke geloof. Met mijn schoonvader heb ik er veel over gesproken. Ik zag hoe hij zijn geloof beleefde. Ik ben niet overweldigend praktiserend, maar ik geloof wel in iets hogers, in een grotere macht.
Anticlimax
In 2005 werd hij Commandant der Strijdkrachten (CDS), zijn laatste
militaire functie, maar naar eigen zeggen ook zijn allermooiste. Als CDS droeg hij mede de verantwoordelijkheid voor de vredesoperaties van Nederlandse militairen in het buitenland. Na zijn
terugtreden wilde Berlijn, zoals hij dat noemt, zijn ‘harde schijf leegmaken’. Hij plande een fietstocht in zijn eentje naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
‘Ik zocht een nieuw oriëntatiepunt na mijn militaire leven op Defensie, waar ik 38 jaar lang deel van uitgemaakt had. Ik wilde proberen te begrijpen wat de rode lijn in mijn leven
was en waar zich die naartoe bewoog.’ Hij kwam er na 2600 kilometer in één maand tijd niet volledig achter. ‘Sommige dagen wel. Andere dagen weer niet. Het was in elk
geval minder concreet dan ik had gehoopt. Ik ben in Santiago gearriveerd, heb in de basiliek die grote klokken zien luiden, heb mijn certificaat ingeleverd en mijn Compostelaat gekregen, zoals
dat heet. Je moet dan je credential overleggen, het bewijsstuk dat je al die etappes hebt afgelegd. Santiago viel me toch wel tegen. Je komt na een periode van vierentwintig dagen waarin je
pieken en dalen hebt meegemaakt, ineens in zo’n heel drukke commerciële stad met allerlei stalletjes met souvenirs. Dat was eigenlijk een anticlimax. De reis zelf vond ik eigenlijk
het hoogtepunt, de rust heb ik enorm leren waarderen.’
Bent u onderweg geloviger geworden?
‘Niet kerkser, maar wel in de zin dat ik nadrukkelijker erover na heb kunnen denken waartoe ik op aarde ben.’
Berlijn ondernam de tocht bewust alleen. ‘Ja, dat was voor mij belangrijk, want ik was bang dat als ik de tocht met meerdere mensen zou doen of zelfs met mijn echtgenote, ik dan toch, mijzelf kennende, veel rekening zou gaan houden met die ander. Ik zou me dan vaker afvragen: “Gaan we niet te hard of moeten we misschien van de fiets af stappen?”’
U heeft er geen moment rekening mee gehouden dat uw echtgenote misschien sneller kon dan u?
‘Nee, dat heb ik niet. Há! Ik vond het zeer plezierig om al die tijd maar met één ding bezig te zijn en dat was het fietsen: wáár slaap ik, waar moet ik mijn eten
kopen en hoe onderga ik dit?’
U moet bijvoorbeeld heel wat keren honden achter u aan hebben gehad als u weer zo’n stadje uit fietste.
‘Ja, hoe weet u dat? Dat is zo. In Noord-Spanje komt het voor dat je opeens op een verlaten weggetje rijdt en dan ineens een groep honden hongerig naar jou ziet kijken. Dat zijn wel
aparte momenten. Ze hebben me nooit aangevallen, maar ik ben wel een keer achternagezeten door zo’n hond die zijn tanden in mijn fietstas had gezet. Dan schrik je wel even. Maar zo
dramatisch was het ook allemaal niet. Als ik ooit een tocht naar Rome of Jeruzalem onderneem, zal ik in elk geval een veel lichtere fiets aanschaffen, met als bagage louter een creditcard en
een tandenborstel. En ondergoed, maar niet meer dan één setje, want ik kan alles wassen, ’s avonds in de herberg.’
Discipline en toewijding
Kwam Dick Berlijn als pelgrim-op-pedalen toe aan de
vraag of hij het, wat betreft Uruzgan en Afghanistan, goed had gedaan? ‘Als Commandant der Strijdkrachten heb je weliswaar veel te zeggen, maar het is bepaald niet zo dat Uruzgan en de
missie naar Afghanistan uitsluitend op het conto van de CDS te schrijven valt. Het is niet aan mij om te oordelen of wij het als Nederland daar goed hebben gedaan. Ik heb me toentertijd vooral
geconcentreerd op de vraag hoe wij die missie in militaire zin zouden uitvoeren. Daar ben ik zeer content over. Ik vind dat Nederlandse militairen met grote discipline en toewijding hun werk
hebben gedaan. Hoe moeilijk zo’n missie ook is en hoe verschrikkelijk het verdriet is van de families die hun kind daar verloren hebben, ik vind het absoluut de juiste beslissing dat
Nederland deelneemt om een land als Afghanistan te helpen -stabiliseren. Vergeet niet: we zijn daar op uitnodiging van de regering-Karzai en van de Verenigde Naties, dus we zijn totaal
gelegitimeerd om daar aanwezig te zijn.’
Oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot zei dat de regering-Bush niet deugt. Bush had hem (Bot) medegedeeld dat hij (Bush) door God gezonden was en dat het besluit om oorlog te voeren in
Irak feitelijk van God kwam.
‘Ik begrijp heel goed wat oud-minister Bot bedoelt. De oorlog die Bush in Irak begon, Operatie Enduring Freedom, was een reactie op de aanslagen in New York en Washington. Nederland heeft
aan die missie niet deelgenomen. We spreken over twee oorlogen. Nederland is in Afghanistan op basis van een VN-mandaat en niet op basis van een besluit van president Bush. Minister Bot heeft
inderdaad gewezen op de legitimiteit van die eerste oorlog van president Bush, waar je inderdaad van alles van kunt vinden. Ik geloof ook dat het de geloofwaardigheid van het Westen niet ten
goede is gekomen en dat het altijd heel belangrijk is dat wij een zeer grote solide coalitie bij elkaar brengen voordat wij aan dit soort heel complexe missies beginnen.’
Niemendalletje
Hij toont mij de sleutelketting van zijn overleden zus Hedy. ‘Zij kwam op jonge leeftijd om bij een verkeersongeval. Mijn zusje was getrouwd met een missiearts, ze waren samen naar Afrika
gegaan en op een avond zijn ze in dichte mist in volle vaart op een stilstaande vrachtauto gereden. Ze waren allebei op slag dood. Op dat moment stopt de wereld voor je. Ik weet wat zo’n
verlies betekent. Ze had aan haar sleutelketting een chromen letter H, die ik kreeg nadat zij was overleden. Het is een niemendalletje, misschien nog geen twee cent waard, maar voor mij heeft
het grote waarde. Ik heb die H altijd bij me in mijn koffertje. Het zit in een bepaald klepje en als dat klepje openvalt en die H ineens boven op mijn papieren ligt, denk ik weer even aan haar.
En dit is een survival pack van mijn vader die ook vlieger was. Een van de dingen uit zo’n overlevingspakketje was een seinspiegeltje. Dit ding heeft voor mij grote waarde omdat
het van mijn vader was. Ik denk dat ik weet dat ik hem wat dat betreft kan aanvoelen.’
Dichtbij
Zeker vijftien keer moest Berlijn in functie een bezoek brengen aan nabestaanden van een in Afghanistan gesneuvelde Nederlandse militair. ‘Dat is een triest deel van de
verantwoordelijkheid die je als CDS hebt. -Overigens hebben we tijdens de voorbereidingen, de trainingen en al het andere werk ook een aantal collega’s verloren: zo’n dertien in de
periode dat ik CDS was. Het hoort bij het vak, maar het mag nooit betekenen dat we zeggen: “Ja, dan had de man maar geen -militair moeten worden.”’
Niettemin is het wrang om te sneuvelen in -Afghanistan!
‘Dat is zo. Als je als ouders je zoon of dochter ziet sneuvelen, is dat met geen pen te beschrijven. Het -gebeurt en het is helaas een deel van onze realiteit.’
Het kwam in april heel dichtbij toen uw opvolger, -generaal Peter van Uhm, één dag na de commando-overdracht, zijn zoon Dennis zag sneuvelen in -Afghanistan.
‘Dat was heel verschrikkelijk. We hadden op die 17de april een prachtige dag met elkaar meegemaakt. Vanuit dat euforische gevoel werd Peter de volgende dag met zijn vrouw Inge in het
zwartste gat gegooid dat zich denken laat. Ik werd ’s nachts gebeld omdat de meldkamer per abuis mijn nummer nog belde. Ik wist dus wat er gebeurd was. Ik ben toen naar het -ministerie
van Defensie gereden en naar Peter toe gegaan, die het bericht op dat moment net gehoord had. Ik zal eerlijk zeggen: we hebben met z’n tweeën staan huilen. Ik bedoel: wat doe je
verder? Dan komt het heel dichtbij. Over dit soort dingen heb ik tijdens mijn fietstocht natuurlijk goed nagedacht. Als je bidt in de kerk, dan bid je ook voor deze mensen die overleden zijn en
voor hun families, dat is zeker.’


