Hans Laroes
'Ik regisseer mijn leven het liefst zelf'
De Middelburgse loodgieterszoon Hans Laroes is sinds 2002 hoofdredacteur van het NOS-Journaal. Zijn takenpakket omvat ook Met het oog op morgen, het NOS-Radio 1-Journaal en teletekst. Hij geldt als een ‘tikje’ bemoeizuchtig én als een charmeur. Zijn journalistiek talent lijkt onbetwist: hij is net voor drie jaar herbenoemd.
Wie staat dichter bij het volk: de publieke of de commerciële omroep?
‘De publieke omroep! Kijk maar naar de kijkcijfers. Kijkcijfers zeggen iets over je bereik. Als je mensen vraagt: wat zie je als je ultieme nieuwsprogramma? Dan noemen ze eerst het 8-uurjournaal en heel ver weg komt dan het RTL-Nieuws.
Het verrassende is dat het journaal bij de groep jongere kijkers misschien nog wel stérker is dan bij de oudere kijkers, terwijl jongeren de concurrentie kennen. Het NOS-Journaal is een goede naam die ze vertrouwen. In dat opzicht zijn wij echt van iedereen. De kritiek dat het NOS-Journaal veel saaier zou zijn dan het RTL-Nieuws vind ik helemaal niet erg. Een
nieuwsprogramma mag best een beetje saai zijn. We hoeven niet te scoren met toeters en bellen.’
Laroes (53) ziet er tegenwoordig heel anders uit dan de keurige
parlementair verslaggever die hij in zijn Haagse NOS-tijd was: toentertijd in pak, gekamde haren, keurige bril. ‘Voor televisie is het de bedoeling dat je een keurig pak aan hebt. Ik ben nu
iets informeler gekleed. De omvang van de brilmonturen is inmiddels ook veranderd. Ik ben bovendien zestien jaar ouder. Mensen veranderen, dat geldt ook voor mij.’ Het Zeeuwse dialect bij
Laroes is beperkt gebleven tot het dialectwoord kecheltje. ‘“Kiek, der staat ‘n kecheltje op de dyk” (Kijk, er staat een veulentje op de dijk). Zijn ouders hadden in
Middelburg al vroeg bedacht dat hun twee kinderen opgevoed moesten worden met het idee dat ze ook dingen búíten Zeeland konden gaan doen. ‘Een dialect spreken kan dan een handicap
zijn en daarom heb ik nooit Zeeuws gesproken.’Humanist
In 1991 werd hij door een gestoorde man met een mes neergestoken nabij het Binnenhof. Hij bleef bij bewustzijn en overleefde de aanslag. ‘Ik ben dan weliswaar niet godsdienstig, maar blijkbaar had ik toen een engeltje op mijn schouder.
Je realiseert je op dat soort momenten het geluk-van-een-paar-millimeter, want het had ook verkeerd kunnen aflopen. Het komt ook niet meer op mij af, soms zijn er hele periodes dat het helemaal niet meer in mijn gedachten zit. Ik wil er ook niet te veel bij stilstaan, want als je je erdoor laat beïnvloeden, ga je angstig leven en laat je je leven regisseren door de dader. Ik regisseer mijn leven het liefst zelf.’ Hij beschouwt zichzelf als humanist en zegt niet het gevoel te hebben “iets” te missen. ‘Ik voel mij niet in de categorie van mensen die er slechter aan toe zijn dan anderen, bijvoorbeeld gelovigen.’
Afstand
Hij wil niet met het nieuws opstaan en ermee naar bed gaan. ‘Ik doe het met mate. Ik ben ook nog weleens in de sportschool te vinden. Een gewaardeerd collega destijds bij het journaal, eindredacteur Ed Ribbink, was van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat bezig met het nieuws. Hij leefde echt volledig in het nieuws. Ik dacht in die tijd: oh, my God, ik ben niet geschikt voor de baan, want ik houd een zekere afstand.’
Deze week is de finale van de Amerikaanse verkiezingen. Het NOS-Journaal, Nova en de NPS pakken behoorlijk uit met dagelijkse uitzendingen vanuit de VS. ‘Deze verkiezingen zijn werkelijk heel bijzonder met deze twee kandidaten. Er doet geen zittende president mee, en ook geen zittende vicepresident. Amerika heeft bovendien momenteel een totaal andere plek in de wereld dan het acht jaar geleden had, dus er zijn heel veel inhoudelijke redenen om die verkiezingen goed te volgen. Dat doen we op radio en tv en met onze druk bezochte internetsite Amerika kiest. Wij hebben er al een hele tijd geleden voor gekozen om de verkiezingsnacht live vanuit Amerika te doen. Já, het kost iets meer geld dan wanneer je het vanuit Nederland doet, maar omdat we het land van binnenuit willen ervaren, maken we daar crossmediaal ook veel reportages.’
U kreeg kritiek op de hoge kosten van
dit verkiezingsproject?‘Ik vond het nogal simpel. De Volkskrant had wat critici gevonden die niet met naam en toenaam werden genoemd. Het was opwinding over niks. Er is een bewuste keuze gemaakt om daarvandaan te gaan uitzenden en daar mogen sommige mensen anders over denken.’
Principe
‘Níémand is mijn hoogste chef!’, reageert Laroes uitermate stellig als ik hem de recentste opvattingen van zijn ‘hoogste chef’ Henk Hagoort (voorzitter van de Publieke Omroep) onder de neus schuif. ‘De kijkers en de luisteraars zijn mijn hoogste chefs in feite. Ik ben een ouderwets hoofdredacteur. Op dit punt hecht ik écht aan mijn eigen onafhankelijkheid en aan die van de NOS. De vorige voorzitter zei een keer als compliment: “Ik heb nooit de noodzaak gevoeld om het NOS-Journaal te bellen over iets wat ze hebben gedaan.” Toen zei ik hem: “Dat is maar goed ook, want als je daarvoor gebeld zou hebben, zou ik de telefoon niet hebben opgenomen!” Ik vind dat je hierin héél zuiver moet zijn. Ik heb maar één taak en dat is zo goed mogelijk het nieuws te brengen. In die zin ben ik dus in dienst van de kijkers en de luisteraars, en niet van de Raad van Bestuur. Als het erop aankomt, zal ik daar heel fanatiek in zijn. Ik denk dat de mensen ook wel weten hoe het werkt en dat geldt ook voor Den Haag. Sommige woordvoerders proberen altijd wel wat, maar dat raakt vooral de Haagse redactie. Op het moment dat die woordvoerders mij benaderen, weten ze dat ze eerder zichzelf terugzien als onderwerp in het journaal dan dat ze hun zin krijgen. Ik vind echt dat je op dat punt héél duidelijk vanuit een journalistiek principe moet redeneren.’
De voorzitter van de Publieke Omroep Henk Hagoort zei twee weken geleden dat de actualiteitenrubrieken van de publieke omroepen slechts voor een selectieve groep berichten. Hij voegde daaraan toe dat bijna dertig procent ‘buitenstaanders’ naar programma’s als Hart van Nederland en De wereld draait door kijkt, maar niet naar de actualiteitenprogramma’s op Nederland 1, 2 en 3. Hagoort: ‘Op die redacties werken maar weinig mensen uit die groep en De Telegraaf is er niet de meest gelezen krant. Wij doen journalistiek dus iets niet goed.’ Kan Laroes zich vinden in Hagoorts kritiek? ‘Hij heeft dit punt nu net íets te vaak geagendeerd, waardoor het voor de buitenwereld, de “vijand buiten”, nu iets te makkelijk wordt te zeggen: “Zie je wel, jullie deugen niet!” Het is goed om te zien op welke manier je zo veel mogelijk mensen als publieke omroep bereikt, want je kunt niet zeggen: we zijn er maar voor een kleine groep. Wij worden door de belastingbetalers betaald, dus eigenlijk moet je de ambitie hebben om iedereen te bereiken. Dat lukt niet, maar je moet wel die ambitie hebben. Je mag daarnaast wel kijken wat de toon, de cultuur en het bereik van je journalistieke programma is. Formules waarmee je van links tot rechts echt iedere kijker bereikt, bestaan niet. Je moet het wel proberen.’
Dat weet Henk Hagoort toch ook? Waarom zegt hij het dan?
‘Hij wil druk uitoefenen op de actualiteitenrubrieken om zich meer van elkaar te onderscheiden. Dat mag hij best agenderen. Maar goed, ik heb Henk twee weken geleden wel een mailtje gestuurd waarin ik me afvroeg of het verstandig was om dit probleem de hele tijd te agenderen in plaats van dat je er van binnenuit wat aan doet.’
U schijnt een charmeur te
zijn?‘Ik weet dat niet van mezelf, dat meen ik serieus. Ik hoor het weleens, dus mensen zullen dat zo zien. Ik kan vriendelijk zijn maar ik gebruik vriendelijkheid tot op zekere hoogte ook om een zekere afstand in stand te houden. Als mensen dat charmant vinden is dat leuk om te weten maar het is geen wapen dat wordt ingezet. Ik ben gewoon wie ik ben en ik probeer vriendelijk te zijn tegen mensen. Dat is volgens mij niet hetzelfde als charmant zijn of charmeren. Maar ja, sommigen zullen dat zo uitleggen. Ik ben echt meer van de afstand.’
Hypes
Met de zaak rond de vermoorde Marlies van der Kouwe op Bonaire vers in het geheugen is er de vraag hoe het journaal het begin dit jaar deed in de zaak van Joran van der Sloot en de verdwijning van Natalee Holloway op Aruba. De acties van Peter R. de Vries zorgden toen voor veel media-aandacht.
‘Een aantal dagen deden wij het redelijk goed, maar ik vond dat we er te lang en te groot op zijn doorgegaan. We hebben ons laten meeslepen door de opwinding, terwijl dat niet hoefde. Fitna, de film van Geert Wilders, was daarentegen weer een
voorbeeld waarbij wij ons níét hebben laten meeslepen in die totale hype. Wij hebben geprobeerd Fitna steeds in zijn juiste perspectief te plaatsen, zonder al die opwinding eromheen. Maar in de Joranzaak dreigden we in de valkuil te vallen van de
suggestie dat de verdwijning opgelost was, terwijl het sluitende juridische bewijs niet geleverd was. Ik denk dat het ons redelijk vaak lukt ons te onttrekken aan wat je hypes mag noemen. Dat wel.’
Hij toont mij een pen, gekregen van zijn goede vriend Tony van der Meulen, oud-hoofdredacteur van het Brabants Dagblad. ‘Ik heb lang met hem bij het Utrechts Nieuwsblad gewerkt. Als ik zou moeten kiezen, beschouw ik mijzelf als een schrijvend journalist. Misschien ga ik ooit nog eens een keer die kant op.’ Laroes droomt van een warm land, maar zou ook graag een deel van het jaar in New York willen doorbrengen. ‘Je mag toch ook dromen, hè? Deze pen houdt mij de spiegel voor dat ik wezenlijk schrijvend journalist ben. En deze medaille is van mijn moeder. Zij is al een aantal jaren geleden overleden. Recentelijk is mijn vader in een bejaardenhuis op Walcheren gaan wonen en hebben mijn zus en ik zijn huis helpen leeghalen. Dan kom je weer heel veel dingen van vroeger tegen, zoals mijn moeders medailles die zij ooit rond
haar 20ste won omdat ze – in de tijd van Fanny Blankers-Koen – zo goed kon hardlopen. Zo’n medaille geeft je herinneringen weer meer kleur. Ik ben meer over het verleden gaan nadenken.’


