Jan Terlouw



‘Ik ben gelukkig niet iemand van het verleden gebleven’

Politicus, fysicus, domineeszoon, oorlogskind. Jan Terlouw (76) is het allemaal, maar in zijn kwaliteit als schrijver dingt hij nu opnieuw naar een hoofdprijs. De voormalige voorman van D66 ziet zijn roman Oorlogswinter binnenkort als bioscoopfilm. 

Hij was kort na middernacht al uit de veren. Een koe stond op zijn Twellose boerderij op het punt van kalven. ‘We hebben haar gisteren in de stal gezet omdat het regende. Want wat moet je als zo’n koe midden in de nacht in de problemen zou raken? Ik ben vannacht om één uur nog even gaan kijken. Als een kalf geboren moet worden, kan ik dat meestal zelf, of de koe kan het helemaal alleen. Soms help ik een beetje met touwtjes aan de poten en een beetje trekken.’

Oud-minister van Economische Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden Jan Terlouw was als kind in de oorlog al vaak bij de geboorten van kalveren. Zelf heeft hij inmiddels al zestien jaar koeien. De fysicus Terlouw tuimelde by surprise in een enerverende politieke loopbaan: fractieleider van D66 in de Tweede Kamer, minister van Economische Zaken, commissaris van de koningin in de provincie Gelderland. Deep down is hij mogelijk vooral schrijver, in de sector jeugdboeken en nu ook literaire thrillers. Zijn werk is veelvuldig bekroond, zijn roman Oorlogswinter komt in november in de bioscoop. Hij is in de loop der jaren, evenzeer tot zijn stomme verbazing, schrijver geworden. ‘Toen ik nog natuurkundige was, vertelde ik de kinderen – toen ze nog klein waren – altijd zelfbedachte verhalen. Daar zijn boeken uit voortgekomen en tot mijn verrassing nogal succesvol. Nu schrijf ik samen met onze oudste dochter Sanne literaire thrillers. Deel 4 in de reeks rond het detectivepaar vader en dochter Leonie en Job Reders komt binnenkort uit en gaat waarschijnlijk De blauwe tweeling heten.

Uw dochter Sanne noemt u een meester van de timing?
‘Ja. Sanne vindt dat ik een heel goed gevoel voor evenwicht in een boek heb. Wanneer ben je op de helft, wanneer moet het klaar zijn. Een beetje de balans in de gaten houden, dat heb ik inderdaad.’

Zowel voor het veelgeroemde Koning van Katoren als voor Oorlogswinter kreeg hij een Gouden Griffel, de belangrijkste literaire prijs voor jeugdliteratuur. ‘Voor Oorlogswinter kon ik het wel een beetje begrijpen, deze roman wordt nog altijd goed verkocht. Mogelijk omdat het verhaal erg authentiek is. Vrijwel alles wat in Oorlogswinter gebeurt, heb ik óf zelf meegemaakt óf gehoord van de direct betrokkenen. Er bestaat een enorme belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog. Je ziet het bij herdenkingen: er komen elk jaar meer jonge mensen en kinderen. Het zit in de geschiedenis van hun ouders, hun grootouders. Ik zat eens als jurylid bij een opstelwedstrijd voor de lagere school en de titel van het opstel moest zijn “Mijn opa, mijn oma”. De helft van de bijdragen ging over de oorlogservaringen van opa en oma. Daar praten ze kennelijk over.’ 

Rompstand
Zijn vader was hervormd predikant uit de zware Gereformeerde Bond. Zelf is hij agnost. ‘Ik geloof dat op geen enkele wezenlijke vraag in welk leven ook een helder antwoord gegeven kan worden. Daar kan ik goed mee leven. Als kind geloof je onvoorwaardelijk wat je ouders geloven, maar als je zo’n jaar of twaalf bent, gaan je eigen hersenen aan het werk en krijg je eigen opvattingen.’

Met zijn vader ging hij vroeger op stap, als dominee buiten het dorp moest preken. Het waren de verhalen die zijn vader rond die preken vertelde die zijn latere schrijverschap mede hebben bepaald. De rompstand van de protestant is Terlouw trouwens nooit kwijtgeraakt. ‘Die raak je ook nooit kwijt. Je opvoeding blijft in je zitten. Mijn uitgever zei eens tegen mij: “Weet je dan niet dat je door en door christelijke boeken schrijft?” Dat wist ik helemaal niet. Hij had natuurlijk gelijk, want in mijn boeken zit heel veel van de cultuur, geschiedenis en opvattingen van mijn jeugd. Ik ben ook altijd tamelijk serieus gebleven. De mensen zeggen mij vaak: “Goh, wat een calvinistische plichtsbetrachting!” Natuurlijk hecht ik groot belang aan waarden en de daaruit voortvloeiende normen, maar inderdaad: in mijn adolescentie groeide het geloof uit mij. Ik heb het overigens altijd goed met de christenbroeders van het CDA kunnen vinden, hoor. En ik heb ook nooit een afkeer van de kerken gekregen. Ik heb van dichtbij meegemaakt hoeveel het geloof voor sommige mensen betekent.’

Keurig
In 1981 behaalde Terlouw als lijsttrekker van D66 een eclatante verkiezingszege, nu 28 jaar geleden. Een zege van een door en door fatsoenlijke politicus. ‘Ja, dat waren mooie tijden. Ik heb ook andere tijden gekend. Ik heb ook verlies geleden.’

Er waren mensen die Terlouw te keurig voor de politiek vonden. ‘Keurig? Of dat nu het woord is? Ik heb altijd geprobeerd om de waarheid te spreken. Ik kan beter zeggen: om niet te liegen, want de volle waarheid spreken kun je in de politiek niet. Maar je kunt wel vermijden om te liegen en dat heb ik altijd belangrijk gevonden.’

U heeft er veel voor moeten doen. Zelfs voor KRO’s ‘Brandpunt’ Willibrord Frequin achter op uw Harley-Davidson moeten dulden, met het oog op een gunstig verkiezingsresultaat!
‘Ach, dat waren geintjes in verkiezingstijd. Ik was niet zo’n echte partijpoliticus zoals sommige anderen dat waren, in de zin dat het je hele leven bepaalt. Ik ben er nooit zó in opgegaan dat ik – toen ik eruit was – niet heel gemakkelijk weer wat anders kon gaan doen.’

Enorme luchtbel
Regelmatig vraagt Terlouw zich af waarom de mens is zoals hij is. Waarom doet hij wat hij doet? ‘Kijk naar het energiebeleid, naar de klimaatverandering. Je moet een langetermijnbeleid voeren om dat te veranderen. Over twintig jaar moet die CO2-uitstoot gereduceerd zijn! Waarom doen we het niet? Ik denk dat je moet constateren dat we het niet kunnen. Ik kom meer en meer tot de conclusie: de mens is uit de natuur afkomstig en heeft pas zeer korte tijd het bewustzijn om het verschil tussen goed en kwaad te zien. Die heel korte tijd is onvoldoende om niet de vele dwaasheden te doen die de mens doet. Het zit zó diep in ons gebakken dat we vandaag en morgen eten moeten hebben. En dat slaat dan door in: ik wil heel veel hebben. Zoals die Wall Street-managers met hun bonussen. Ik denk dat het heel diep in onze genen zit om nú, hier, hedonistisch te genieten en dat het heel wat van een mens vergt om daarvan af te kunnen stappen en naar de verdere toekomst te kijken of naar rechtvaardigheid te streven op de wereld.’

Wij zijn volgens u nog voor een heel groot gedeelte dier, of we het leuk vinden of niet.
‘Ja, chimpansees, waar we zo op lijken, lossen hun problemen op met geweld. En bonobo’s lossen het op met seks, ontdekte Frans de Waal. Wij, mensen, hebben van beide wat. Voor een groot gedeelte zijn we, denk ik, nog dier. De huidige kredietcrisis is naar mijn idee ook puur een kwestie van te veel geloven in de marktwerking. Straks gaat dat ook gebeuren voor het energieprobleem. De markt wil zo veel mogelijk geld verdienen en zolang dat lukt, doet ze dat. Dus moet de markt randvoorwaarden hebben, toezicht. Er is een enorme luchtbel ontstaan doordat mensen de kans zagen om door het gebrek aan randvoorwaarden die de overheid stelt, het systeem helemaal op te blazen en sommige mensen heel rijk te maken. Nu ploft het in en daar hoor je de conclusie uit te trekken: denk eraan dat je niet blindelings op de markt vertrouwt.’

Lastig
Oorlogswinter
is verfilmd, de première staat gepland voor medio november. Terlouw noemt de film ‘mooi geworden’. ‘Ik heb hem gezien. Er zit van alles en nog wat niet in wat wél in het boek zat, maar je moet de film als een zelfstandige kunstvorm beoordelen.’ In Oorlogswinter ligt Terlouws eigen ervaring beslagen van het laatste oorlogsjaar, waarin hij als jong kind het verzet meemaakte. Die ervaring wordt beschreven aan de hand van zijn hulp aan een Engelse vlieger die hij verborgen in een hol vindt. ‘Ik was zelf dertien in de herfst van 1944, dus in die oorlogswinter. Het was een heel bijzonder jaar. Ik kon niet naar school. Ik kon niet over de IJssel van Wezep naar Zwolle komen. In dat jaar was ik heel erg dicht bij die oorlog, bij onderduikers, bij hongerlijders, bij vliegtuigbeschietingen, bij van alles en nog wat. Ik werd versneld volwassen. Ik kreeg het soort verantwoordelijkheden toebedeeld die een normale jongen van dertien jaar niet krijgt. Dat is ook de essentie van het boek die je in de film terugvindt. Daarna moest ik weer kind worden. Dat vond ik lastig. Die oorlog heeft een zeer grote invloed gehad op mijn ontwikkeling.’

Dierbaar
Hij kijkt naar een van zijn koeien in de wei. ‘Koeien zijn nieuwsgierig. Koeien zijn vriendelijk. Koeien zijn mooi om te zien. Koeien geven rust als ze herkauwen. De koe is mij dierbaar. Ik hou van een koe. Van dé koe, moet ik eigenlijk zeggen. Niet van één speciale koe. En hier heb ik het boek Het Rozeneiland van onze dochter Sanne. Dit boek – de geschiedenis van de Joden op Rhodos – is me dierbaar, omdat het een heel mooi boek is. Ze heeft er hard aan gewerkt en het is een belangrijk boek, omdat je erin kunt lezen hoe vreselijk de ziekte van het antisemitisme is.

Mij heeft het leven bijna altijd erg meegezeten. Ik ben, geloof ik, een dankbaar persoon. Ik heb een geweldige familie en een heel gevarieerde carrière gehad. Ik heb me nooit één seconde in mijn leven verveeld. Wat wil je nog meer? En ik ben gelukkig ook niet iemand van het verleden gebleven. Ik kijk naar voren, dat zit heel erg in mijn aard. Tony van Verre schreef eens een boekje over me, en daarin schreef hij: “Hij kan maar niet bij het heden leven, hij leeft in de toekomst.” Ik geloof dat dat zo is.’