Beau van Erven Dorens



‘Ook al ram je me in een hoek, ik sta altijd weer op’

Aspirant-acteur Beau van Erven Dorens (37) is altijd op zoek naar grenzen. Noem hem een thrillseeker. Als tv-presentator is hij flamboyant, een Pietje Bell met bravoure, maar toch altijd twijfelend.

Grote bek. Krokodillenleren laarzen. Spierwitte Hema-onderbroeken. You name it!
‘Ja, never a dull moment. Ik vind het wel leuk om een beetje te moven en te shaken. De ene keer gaat het goed en de andere keer stort je in een diep gat en gaat het fout. Ik wil alles uitproberen. Ik heb de illusie te geloven dat het leven maakbaar is.’

Bloemendaal, de Universiteit van Amsterdam, geschiedenis, politieke wetenschappen, hij maakte geen enkele studie af. ‘Nee, ik heb er niet veel van gebakken. Ik heb nog wel altijd de fantasie om het af te maken.’ De televisie trok: Van Erven Dorens zit nu precies tien jaar bij de televisie. ‘Ja, ik moet al bijna weer weg. Hoelang kun je het tegenwoordig volhouden op de televisie? Een heleboel televisiekoppen hebben hun houdbaarheidsdatum al ver overschreden. Je ziet mensen langzaam ongelukkig worden op tv. Dat wil ik niet meemaken.’

Op 27 juli 2007 publiceerde De Telegraaf een foto van Van Erven Dorens met een rood kruis door zijn hoofd. Tien – voorheen Talpa – had net de handschoen in de ring gegooid. De sterren, ooit met groot vertoon van RTL en de publieke omroepen naar Talpa gehaald, moesten opnieuw onder dak. ‘Dat was een van de zwartste dagen in mijn tv-bestaan. Alles is betrekkelijk als je voor de televisie werkt. Je verdient er natuurlijk goed, de mensen zwaaien naar je, maar dát zijn wel momenten dat je denkt: jéé, waar heb ik dit aan verdiend? John de Mol, Linda, anderen en ik waren heel hard aan het werk om onze Talpadroom voor elkaar te krijgen en dan krijg je een kruis door je hoofd heen! Maar dan ben ik wel op mijn sterkst. Ik denk altijd: wandel maar lekker over me heen, ram me maar in een hoek! Ik sta altijd weer op.’

Het publiek hield niet van Talpa en dan houdt het publiek ineens ook niet meer van jou!
‘Dat is absoluut waar. Je kunt het publiek niet sturen. Er was bovendien een enorme arrogantie. Daar is het op fout gegaan.’
Het nieuwsprogramma ‘NSE’ moest indertijd een concurrent vormen voor het ‘NOS-Journaal’.

‘Ja, dat was nogal hoogdravend, maar ik denk nog steeds dat dát de vorm van nieuws is zoals wij die zouden moeten maken. Op het moment dat niemand inziet dat nieuws eigenlijk gewoon entertainment is, zal het er ook nooit van komen.’

Mattenklopper
Vier seizoenen draaide Van Erven Dorens mee in RTL Boulevard. ‘Dat programma heeft nog steeds de warmte van het begin en dat komt natuurlijk door Albert Verlinde, die daar achter de desk altijd als een baken bij zit. Het format klopt gewoon. Die semi-kroegpraat is nog steeds leuk. Dat idee van dat hoge, dat elitaire naar beneden halen en dat lage omhoog brengen, werkt nog steeds. En dan ineens Balkenende als co-host, dat is toch prachtig!’

Rond het toneelstuk ‘Romeo over Julia’ ben je nu zelf onderwerp van gesprek in ‘RTL Boulevard’.
‘Ja, dat is wel gek, de slang die in zijn eigen staart bijt. En je komt bij Boulevard niet zomaar met een leugentje weg. Over Romea over Julia: op de eerste repetitiedag kwam ik erachter dat ik slechts een zeer kleine rol kreeg. Ik zei: “Jongens, dat is niet de afspraak. Ik sta voorop op de poster, ik ben in alle campagnes voorop neergezet en nou ben ik opeens een boom. Daar heb ik geen zin in!” Toen ben ik eruit gestapt. En dat werd een oorlog. Het kan ook niet meer opgelost worden. Maar regisseur Rick Engelkes en ik kunnen natuurlijk best weer vrienden worden. Het werd allemaal ook heel erg opgeklopt.’
Hoe ziet die maakbaarheid van jouw bestaan er eigenlijk uit?

‘Ik verander voortdurend. Mensen die zeggen: “Het ís zo en zo zit het in elkaar” heb ik altijd verworpen.’
Maar tegelijkertijd ben jij een reddeloze drenkeling die al te vlot in de gracht ligt.

‘Ja, dat is ook waar. Ik tast mijn talenten af en kijk hoever ik daarin kom. Soms word je, zoals nu met dat toneelstuk, weer met een ongelooflijke klap in je gezicht teruggeslagen of met een mattenklopper achternagezeten. Ik verveel me heel snel, dus moet ik na een paar jaar ook weer wat anders gaan doen. Dat loopt dan goed of slecht af. Ik kan gewoon wel ergens heel erg hard voor gaan, maar als het dan kapotgaat, -zoals bij Talpa, ja, dan stort ik ook helemaal in elkaar.’
Sommige mensen zien je graag in een diep ravijn flikkeren?

‘Ja, dat is wel zo. Ik heb zes jaar voor Nieuwe Revu een column geschreven en toen iedereen afgeslacht die ik kon vinden, maar ik ben daarop teruggekomen. Ik zag het als een soort stijlfiguur om iemand af te maken. Het heeft niet zozeer met verworven mildheid te maken dat ik het nu niet meer doe, maar meer met het feit dat ik gewoon wat meer nadenk over de zaken.’

Kansloze radio
Koning bij RTL, portier bij Talpa!

‘Inderdaad, ik was de portier bij Talpa, maar dat maakt helemaal niet uit. Nú zijn – terug bij RTL – de dingen nog zo leuk, zoals Het zesde zintuig of Deal or no deal. Als ik dat soort dingen maar mag blijven doen, dan ben ik gelukkig. Dan ben ik als een kind zo blij.’
Ik zie je regelmatig over de gracht rijden met een bakfiets waarin vier kids.

‘Kinderen zijn het mooiste wat er bestaat. Met die kinderen ben ik voortdurend bezig, zoals ik voortdurend met mijn werk bezig ben. Het loopt allemaal door elkaar. Ik zit om twee uur ’s nachts nog dingetjes te tikken en om zeven uur ’s ochtends ben ik mijn kinderen aan het douchen. Ik bedoel: ik heb het niet afgescheiden.’

Zijn ouders zijn beiden van katholieken huize. Hij zegt niet gelovig, maar wel spiritueel te zijn. ‘Meer op een moderne manier dan volgens het “oude” katholieke geloof. Voor mij telt dat we allemaal een soort beschaving tonen in deze zware tijden. Onze ouders hebben ons altijd heel vrij opgevoed. Kerkgang is er voor mij in Amsterdam helaas niet bij. Misschien dat het nog komt. Overtuig me!’

Hij zou het liefst ook weer wat voor de radio willen doen. ‘De radio is toch echt mijn kindje. Ik heb twee jaar lang elke dag, inclusief het weekend, vier uur radio gemaakt voor Talk -Radio 1395 AM. We hadden niks: geen jingle, geen muziekje, helemaal niks ertussen. We hadden ook geen reclame. Het enige wat je had, was als iemand belde. Je hebt nu Stand.nl, dat noem ik nu echt kansloze radio. Iedereen schreeuwt maar door elkaar heen. Je heb geen seconde tijd om een nuance te plaatsen en die presentator zit er de hele tijd tussendoor met: “Dank u wel. Volgende.” Wat is dat voor -niveauloze radio? Terwijl ik voor Kunststof of Opium soms gewoon in de auto blijf zitten om het af te luisteren. Dat is écht goede radio.’

Mooie slang
Hij toont een, naar zijn zeggen, volkomen waardeloos armbandje om zijn pols met schelpjes erin. ‘Ik heb dit afgelopen zomer met mijn vier kinderen gekocht, terwijl we met zijn vijven over de markt liepen. Ze hebben alle vier zo’n armbandje, dus als ik hiernaar kijk, denk ik altijd aan mijn kinderen.
Zijn slangenleren vestje is zijn dierbaarste bezit. ‘Dit jasje heeft echt elke vloer van elk Amsterdams café van dichtbij gezien. Élke vloeistof die je kunt bedenken is daar wel overheen geweest. Het hangt waarachtig nog steeds aan elkaar! Ik weet bijna zeker dat het een ongelooflijk mooie slang moet zijn geweest. En dit vestje ga ik nooit meer kwijtraken.’

Djóe, bám, djóen!
In Het zesde zintuig - plaats delict kijkt Van -Erven Dorens voornamelijk naar onbeantwoorde vragen van nabestaanden rond onopgeloste misdrijven. De KRO bracht het programma twee seizoenen geleden met Karin de Groot. ‘Het programma wordt nog steeds door hetzelfde team gemaakt. Karin deed het echt heel erg goed. Wij hebben het programma een stuk vetter gemaakt, noem het commerciëler. Djóe, bám, djóen!, alles een beetje steviger aangezet. Alles wat als nutteloze onderbreking werd gezien is eruit. Wij zoeken zaken waarbij we die nabestaanden echt goed kunnen helpen.’

Wat vind je van de paragnosten in ‘Het zesde zintuig’?
‘Ik vind dat zij heel verantwoord omgaan met hun vak. Er zitten er altijd een paar bij, ook deze serie weer, van wie je denkt: wat moet ik ermee? Maar alle anderen zijn heel goed bezig. Elke avond rij ik na zo’n draaidag weer jankend naar huis, want we gaan er echt allemaal met hart en ziel in. We bellen elkaar de volgende dag op van: “God, wat ís dit voor een vreselijke zaak, hoe kunnen we hier voor die nabestaanden nog wat doen?” Het is nu alleen maar -heavy.’
Je zit ook een beetje op het terrein van Peter R. de Vries?

‘Ze noemen mij tegenwoordig ook weleens Beau R. de Vries. Peter is natuurlijk een meester in zijn vak. Maar dít paranormale gedoe vindt hij helemaal niks. Hij heeft ons al meerdere -malen in de hoek gezet van: “Jongens, dit kun je niet doen, je kunt die mensen geen valse hoop geven.” Ik kan alleen maar zeggen dat wij dit echt doen in de volle overtuiging dat we die mensen daarbij helpen. Bij Deal or no deal heb ik trouwens hetzelfde. Als ik daar de kandidaten twintig- tot dertigduizend euro mee naar huis kan  geven waarmee ze hun leven kunnen veranderen, dan biggelen de tranen over mijn wangen. Ik ben heel emotioneel ingesteld, hoor. Ik ben een sentimental slob.’