Foppe de Haan
Wagenmakerszoon Foppe de Haan (65) is voetbalcoach en managers-icoon en is in 2007 zelfs uitgeroepen tot de meest spraakmakende Nederlander van het jaar. Voor het eerst sinds 1952 voetbalt Nederland weer op de Spelen. Gerard Klaasen ontvangt Foppe de Haan 10 augustus in Andersdenkenden (14.02 Radio 5).
U bent een Woudfries? Zijn die van verre te herkennen?
‘Het zijn wel zeer herkenbare mensen. Woudfriezen komen qua achtergrond meestal uit een armoedige omgeving waarbij ze enorm voor zichzelf hebben moeten knokken omdat ze uitgebuit werden,
bij ons bijvoorbeeld door de veenbazen. Ze moesten leren om voor zichzelf op te komen. Dat heb ik wel in mij. Onrechtvaardigheid kan ik bijvoorbeeld helemaal niet hebben. Bij dingen die mij
opgelegd worden denk ik vaak: wat is dat voor onzin? Ik heb een groot rechtvaardigheidsgevoel.’
Gelouterd kampioenenmaker
Het zal geen verbazing
wekken dat de coach van Jong Oranje Foppe de Haan de olympische voetbalselectie onder zijn hoede nam. De Haan geldt als gelouterd kampioenenmaker. Vele jaren liet hij bij sc Heerenveen zien hoe
hij een team inspireert. Een man van eenzame zeiltochten en lange wandelingen in de Jura. Foppe de Haan noemt zichzelf ook niet echt een gezelschapsmens. ‘Ik ga het liefste alleen of met
de vrouw en de kinderen op stap of met een paar goede vrienden.’
Uw vrouw en uw kinderen vinden u nog wel gezellig?
‘Ja, zij vinden mij wel gezellig, maar ik kan ook heel ongezellig zijn, hoor. Heel stil.’
Zijn grote kwaliteit is volgens kenners dat hij zo gewoon is gebleven.
‘Ik ben mijzelf. Ik hecht ook aan het leven, maar niet aan status of zo, dat interesseert mij helemaal niets. In mijn vak is het heel belangrijk dat je jezelf blijft en dat je weet wat je
wilt. Je moet de dingen doen die het best bij je passen, want anders krijg je heel snel een houding alsof je denkt dat je heel belangrijk bent. En dat laatste is dus absoluut niet
zo!’
Depressieve moeder
Zijn vader raakte hij op tamelijk jonge leeftijd kwijt. Zijn moeder was bij haar leven depressief. ‘In de eerste jaren van mijn leven was zij een
prima moeder en ging zingend door het huis. Pas later werd ze echt depressief en werd ze enkele keren in een psychiatrische inrichting opgenomen. Ik wist vaak niet hoe zij was als ik van school
thuiskwam. Als je wegging was het nog goed, maar als je thuiskwam, was het allemaal ellende. Óf ze lag op bed en was niet aanspreekbaar of er was wat anders. Zoiets vormt je. Ik heb ervan
geleerd de knop soms volledig om te draaien terwijl ik emotioneel hartstikke geraakt was. Ik heb nadien altijd aardig weten door te studeren, achteraf had ik nog véél beter gekund. Je
wordt er heel volwassen door: ik moest thuis dingen doen die andere kinderen niet deden, zoals het huishouden en zorgen voor eten. Ik had een zusje dat zeven jaar jonger was voor wie ik ook
vaak de zorg had.’
Uw moeder pleegde met 57 jaar zelfmoord.
‘We waren er bang voor, ik woonde niet meer thuis op het moment dat het gebeurde. Op een morgen belde mijn vader met de mededeling:
“Ze is er niet.” Dan weet je het eigenlijk al wel. Er was toen ook opluchting: dit hoofdstuk kunnen we nu afsluiten. Zo gaat dat.’
Tussen-de-rooien
Hij is onkerkelijk. Hij zegt van ‘tussen-de-rooien’ vandaan te komen. ‘Ik ben zélf ook een beetje ouderwetse socialist, type
SDAP’er. De PvdA vind ik te veel een partij geworden en te weinig een beweging. Nu schijnt de beweging weer terug te komen. Ik heb een levensbeschouwing, maar ik ben niet van een kerk. Ik
ben opgegroeid op een plek waar een grote kerk stond, maar waar alleen de rijke boeren naar de kerk gingen.’ Zijn ouders stuurden hem wel naar de zondagsschool, voor catechisatie.
Foppe de Haan en Gerard Klaasen (foto: rkk)
Ik zie hier bij u thuis wel een bijbel staan.
‘Ja, dat klopt, De Nieuwe Bijbelvertaling. Ik heb over het boek Exodus – het is een groot woord – een recensie
geschreven. Er staan in die bijbelvertaling zoveel zaken die het leven aangaan, dat ik vond dat de kinderen daar ook van moesten weten.’
Leidinggeven
De Haan geldt met name als managersicoon door zijn stijl van leidinggeven. In zijn boek Hartstikkene Foppe geeft hij zijn ideeën over leidinggeven prijs:
hoe doe je dat, hoe leg je dingen uit, hoe stuur je mensen aan? ‘Mijn stijl van leidinggeven is heel simpel: als ik een groep bij elkaar krijg is het eerste wat ik doe ze heel helder
vertellen wat er van ze verwacht wordt en ook wat ieders rol is. Ik vertel ook wat ik van mijzelf verwacht. Ik probeer nadrukkelijk een sfeer te creëren waarbij ze het gevoel hebben dat ze
welkom zijn, dat ze als het ware “thuiskomen”. Daar begint volgens mij alles mee. Ik vind ook dat mensen de vrijheid moeten hebben, want alleen in vrijheid kunnen ze het beste
presteren. Alleen, ze moeten leren met hun vrijheid om te gaan, dat is wél heel belangrijk. In Nederland doen wij dat gemiddeld genomen niet goed. We hebben een grote mate van vrijheid,
alleen we hebben problemen hoe we met die vrijheid om moeten gaan. Wij kunnen niet goed met regels omgaan, omdat we denken dat regels niet bij vrijheid horen. Maar regels horen juist bij
vrijheid.’
Uw spelers begint u eerst te vragen naar hun zelfbeeld?
‘Ja, hoe ziet dat eruit? Wat wil je, waar sta je voor, wat vind je belangrijk en hoe werk je aan jezelf? Ik moet van ze weten hoe ze naar zichzelf kijken. Soms kijken ze hartstikke
verkeerd naar zichzelf en klopt hun beeld niet met mijn beeld – dán hebben we een probleem. Dat moet ik proberen bij elkaar te brengen.’
Zijn selectie van spelers voor het Nederlands olympisch elftal in Peking biedt een buitengewoon gevarieerde staalkaart aan Marokkanen, Antillianen, Surinamers én Nederlanders. ‘Ik
heb alle soorten en maten. Als je er van de buitenkant tegenaan kijkt, zou je zeggen dat er een probleem is maar dat is er dus helemaal niet! Het zijn állemaal Nederlanders. En de ene
Nederlander is een Fries die toch weer compleet anders is dan een Limburger. Als je iedereen in zijn waarde laat en op zijn kwaliteiten beoordeelt, dan is er geen enkel probleem. Soms moet je
ze uit elkaar trekken, want het zijn toch altijd weer dezelfden die naar elkaar toe trekken. Het zijn heel normale jongens; in het Fries zeg je dat ieder zijn “lek en brek”
heeft.’
Favoriet
Het Nederlands team zit in een poule met Nigeria, de VS en Japan. Favoriete landen als Brazilië en Argentinië zitten er niet in. ‘Logischerwijs
moet je kunnen zeggen dat we deze poule moeten kunnen overleven. De voorronden moet je door, daarin moet je eerste of tweede worden en daarna is het gewoon élke wedstrijd winnen. Je moet
je altijd richten op de volgende wedstrijd. Als je jezelf favoriet vindt, ben je eigenlijk al bezig met de finale en daar moet je hélemaal niet mee bezig zijn want dan krijg je bijna
altijd het deksel op je neus.’
Mensenrechtensituatie in China
Soms zet Foppe de Haan de hakken in het zand en trekt hij zich niets aan van wat zijn meerderen verordonneren. Toen cabaretier Erik van
Muiswinkel dit voorjaar kritiek leverde op de mensenrechtensituatie in China, verklaarde De Haan zich solidair met hem. ‘Ik vond dat hij niet de sporters voor zijn mening moest gebruiken,
maar hij had wel gelijk. Het is goed om dingen aan de kaak te stellen. Zwemcoach Jacco Verhaeren had helemaal gelijk toen hij zei dat het IOC zich over die mensenrechtensituatie moest
uitspreken maar dat het bij de sporters moest worden weggehaald. Ikzelf heb ook met Tibetanen gepraat, zij wilden dat de Olympische Spelen door zouden gaan omdat dat ook in hún belang
was.’
Hij toont mij zijn Centaurboot die bij hem in Nes voor de deur ligt. ‘Zeilen vind ik heerlijk, net zoals schaatsen. Daarom zijn wij hier ook komen wonen. Als je de deur uit stapt, kun je
zo het water op en zeilen. Dat geldt ook voor schaatsen. Het schaatsen is helaas nog maar één keer gebeurd. En dit miniatuur-bouwwagentje heeft mijn vader gemaakt, hij was wagenmaker.
Ik heb hem vaak helpen spijkers te slaan in een boerenwagen. Als kleine jongen vond ik dat hartstikke mooi.’
Kruisje slaan
Opvallend: spelers die een kruisje slaan voordat ze het veld op gaan. Foppe de Haan vindt dat maar onzin. ‘Ja, ik vind dat modegedrag. Als een grote
voetballer het doet, nemen ze het over. Ik noem het imiteergedrag. Dan doe je dus een beroep op Onze-Lieve-Heer, maar wie moet Hij dan wel helpen en wie niet? Als iemand echt vindt dat hij er
sterkte door krijgt, is het wat anders. Ik heb er een in de ploeg – Evander Sno – die ik voor de afloop van de warming-up gewoon iets eerder naar binnen stuur. Dan doet hij een
handdoek over zijn hoofd en zit hij vier minuten gewoon te bidden. Dat heeft hij nodig, zegt hij. Ik vind dat zo iemand die ruimte moet krijgen maar als iedereen een kruisje slaat – wie
moet God dan helpen?’
U verplaatst zich nu in de plaats van God om te bedenken hoe Hij uit dit dekselse dilemma moet komen!
‘Hij kan daar denk ik niet mee omgaan, dus Hij haalt gewoon de
schouders op en denkt: oké, jongens, doe je best.’
Inmiddels heeft Foppe de Haan weer bij de KNVB bijgetekend. ‘Ik vind het werk dat ik doe erg mooi. De Olympische Spelen duren tot en met augustus, dan ben je daarna alweer een heel eind
het seizoen in en dan komt er in 2009 nog een keer een EK aan voor Jong Oranje. Dat wil ik eigenlijk nog wel een keer graag doen.’
Maar u heeft uw vrouw juist beloofd om het wat langzamer aan te gaan doen?
‘Dat is ook wel zo, daar houd ik mij ook wel aan. Ik ben nu vijf weken naar Peking. Ze zou eerst
meegaan maar ze heeft zich bedacht. China gaan we later nog wel een keer samen doen. Nu gaat ze mooi met de kinderen naar Ameland. Daar is het ook prachtig!’
Andersdenkenden, zondag 10 augustus om 14.00 uur op Radio 5


