Gregor Frenkel Frank
‘Het verleden speelt geen rol meer in mijn leven’
Hersenbloeding
Tekstschrijver en acteur Gregor Frenkel Frank (79) raakte twee jaar geleden door een hersenbloeding zijn geheugen goeddeels kwijt. Zijn leven kwam volledig
op zijn kop te staan. ‘Niet dat ik dat zelf weet. Het is mij verteld.’
Hij breekt, halverwege het gesprek. Hij weent en kijkt mij sprakeloos aan. ‘Ik kan niet meer zeggen wat ik wil. Ik moet het overlaten aan iets wat ik niet meer ín me heb. Vaak formuleer ik verkeerde zinnen of weet ik het gewoon niet meer. Het is gewoon zo.’
Ook dat nog!
Nederland kent Frenkel Frank al decennialang als medepresentator en tekstschrijver van roemruchte KRO-programma’s als Cursief en Ook dat
nog! Een gesoigneerde verschijning, immer keurig in het pak. Pretogen, zilvergrijs haar. Lang ging hij door voor ‘de broer van Dimitri’, tekstschrijver-regisseur Dimitri Frenkel
Frank, die in 1988 overleed. Gregor zelf gold vooral als de supercreatieve individualistische reclameman, die voor biermerken en Sumatra-sigaren eloquente slagzinnen bedacht. Een typische
ambassadeur in het communicatievak. Kortom: een zondagskind.
Met de zojuist verschenen cd Cursief sta ik in de deuropening van
zijn Badhoevedorpse woning. De Frenkel Franks wonen er al meer dan vijftig jaar. Tegenwoordig deelt Gregor zijn leven in twee periodes in: vóór en na zijn hersenbloeding. Wie hem
aankijkt, ziet dat de scherpte in zijn blik is gebleven. Zijn stem vertoont nog steeds die bijzondere dictie die hem zo onderscheidde. Voor Ook dat nog! maakte zijn temperamentvolle
karakter hem bij uitstek geschikt voor de rol van ontevreden consument of afgemeten Hoofd Verkoop van een stofzuigerfabriek. Toen althans, dat was toen.
‘Je bedoelt: wat is er van me overgebleven? Ik vraag het mezelf niet vaak af. Ik mis veel van mijn omgeving, ja. Namen, dingen, impulsen die me anders veel zouden zeggen, zijn me ontschoten. Maar het doet me ook niet meer zo veel, wat het me misschien wel zou moeten doen.’
Cursief
Vroeger, in de jaren zeventig in de KRO-studio aan de Emmastraat in Hilversum, kwam hij zeer herkenbaar aanrijden met een voorraad teksten voor de wekelijkse
rechtstreekse uitzending van het radioprogramma Cursief. Het bijna voltallige KRO-personeel placht op die vrijdagmiddag in de bovenkantine mee te genieten als opmaat voor een vrolijk
weekend. Frenkel Frank kijkt mij aan, berustend, hij kan het niet meer terugvinden in zijn geheugen. ‘Ik kan je daar weinig meer over zeggen. Ik mis de namen, dat is zeker.’ Bewust
van zijn situatie is hij zich volledig. ‘Ik weet dat ik een hoop dingen niet meer kan, maar ik zit bovendien in een leeftijd dat ik het ook niet meer wil! Dat gedoe om al die teksten uit
je hoofd te leren en ervoor te zorgen dat die teksten er op tijd zijn, dat heb ik nu allemaal niet meer.’
Het klinkt als een blessing in disguise.
‘Zo is het ook.’
Bijzondere man
Dat hij twee jaar geleden gevallen is
en daarna een periode in het ziekenhuis heeft gelegen, elke herinnering aan die gebeurtenissen is verdwenen. ‘Er is iets gebeurd waardoor dat hele verleden nu een end achter mij ligt. Ik
vind het niet erg. Als ik iets terug wil halen uit een stuk van vroeger waarin ik gespeeld heb, dan zegt niets in mij meer: “God, wat jammer dat je dat niet meer kunt.” De situatie
thuis loopt fantastisch, behalve dat het niet meer zo loopt zoals ik dat voor mijzelf toen had gepland. Ach, het maakt me niet uit. Ik ben nu bijna tachtig, zo gaat dat dan toch?’
Je lijkt je erbij neer te leggen?
‘Ja, heel duidelijk. Ik zou ook niet weten hoe het anders moest. Er zijn mensen die het vreselijk vinden wat hun is overkomen. Die maken er hele toestanden van. Ik niet.’
Vader
In 2003 schreef hij het boek Brief aan mijn vader, over de violist en stehgeiger Georg Frank, die na Hitlers opkomst in Nederlandse cafés optrad. Frenkel
Frank doet moeite om de brug van zijn herinnering aan zijn vader neer te laten. ‘Ja, toen ik het schreef, was mijn vader al een poosje dood. Ik vond het fantástisch om te
doen.’ Het lukt hem aanvankelijk niet om herinneringen aan zijn vader in het gesprek te brengen. Maar dan wijs ik op een opvallend wandbord aan de muur. Ineens lijkt Frenkel Franks
geheugen voor even weer in werking. ‘Die foto van mijn vader in dat wandbord toont dat fantastische hoofd van die man! Zo was hij tijdens de voorstelling, altijd bezig met muziek. Hij was
driftig en kon verschríkkelijk kwaad worden. Toch kijk ik steeds meer met genoegen naar mijn vader, zoals hij daar hangt. Hij was een bijzondere man.’
Godfried Bomans
Als gezegd, van het roemruchte KRO-programma Cursief (1967-1975) kwam recent een cd-luisterboek uit. Herman van Run, Luc Lutz, Simone Rooskens,
Gerard Cox en Frans Halsema brachten elke vrijdagmiddag onder leiding van eindredacteur Gerard Hulshof satire. Tekstuele hofleveranciers waren in die dagen Michel van der Plas en Kees Fens.
Gregor Frenkel Frank trad pas later aan, als opvolger van de in 1971 overleden Godfried Bomans. ‘Ik was dolblij dat mij die eer te beurt viel. Ik vond het ook allemaal heel leuke mensen
om mee te werken. Het was een soort wekelijkse happening.’
Satire
Volgens Gerard Hulshof was Cursief ook en vooral katholieke satire, gemaakt door voornamelijk katholieke scribenten. ‘Nou ja, ik zou echt niet weten
wat precies katholieke humor is’, zegt Gregor Frenkel Frank. ‘Maar het zal stellig bestaan. Ik heb er in ieder geval aan meegedaan. Het verbaasde mij dat ze me, als halfjoodse
jongen, überhaupt vroegen!’ ‘Deutscher mit Paschen’ was zo’n door Frenkel Frank geschreven sketch, die hij toen samen met Netty Rosenfeld voor Cursief ten
gehore bracht. Het nummer klinkt uit zijn cd-speler en Gregor luistert met genoegen. ‘Ja, fantastisch! Grandioos nummer! Bijna veertig jaar geleden! En goed gebracht! De mensen bleven
thuis voor Cursief, dat weet ik nog wel.’
Geintje
Hij zegt – hoewel van halfjoodsen huize
– geen geloof te hebben. ‘Dat je joods voelen was dus ook maar half, we deden er nooit iets aan. Mijn vader zei dat hij dat “hele joodse gedoe” niet in zijn hoofd had
zitten. Hier dus ook geen vrijdagavond, geen seideravond, allemaal niet.’ -
Voor het Joods Nationaal Fonds was Frenkel Frank evenwel tot twee jaar geleden nog behoorlijk actief. ‘Ja, maar ik heb dan ook heel wat reclame voor ze gedaan. Dat is voorbij.’
Frenkel Frank kwam uit het reclamevak. Uit zijn pen vloeiden befaamde reclameslogans als ‘De beste brouwers brouwen het’, ‘Dit is de man en dit is zijn bier’ alsook
‘Lekker weg in eigen land’. Hij kreeg er de Effie voor. Het is weg uit zijn geheugen. Soms kan hij er kwaad om worden en vloekt, als een kreet om aandacht. Hij weigert het een vorm
van machteloosheid te noemen. ‘Ik vind dat vervelend maar er is niks aan te doen.’
Frenkel Franks hondje Geintje toont al geruime tijd een gretige belangstelling voor het bezoek. Al zestien jaar is Geintje de poortwachter van zijn huis. ‘Hij is er altijd, die hond, niet weg te denken uit onze situatie. Hij is ook nooit vervelend. We kunnen niet meer zonder hem. Hij is ons dierbaar.’
Tragisch
In 1989 kwam de KRO-televisie met de consumentenrubriek Ook dat nog!. Hij zegt: ‘Ik heb de naam bedacht, ja. Ik ben indertijd behoorlijk bij dat
programma betrokken geweest.’ Vijftien jaar strooide het Ook dat nog!-panel een staalkaart aan consumentenleed over de kijker uit, tot die kijker dat leed meer dan zat was.
‘Het publiek had het wel gezien, en wij trouwens ook wel.’ ‘Ik geef geen moer meer om al dat consumentenleed’, placht Frank nog in 2004 te zeggen. Frenkel Frank was de
meester van de verontwaardigde en vooral benadeelde consument. ‘Fan-tas-tisch!’ De medewerkers aan het programma – Aad van den Heuvel, Hans Böhm, Bavo Galama – kan
hij met moeite voor de geest halen. Bij Sylvia Millecam houdt hij stil. ‘Sylvia Millecam? Ja, natuurlijk. Haar dood in 2001 was heel tragisch. Ik heb dat van dichtbij meegemaakt.
Verschrikkelijk!’
Beroepsdingen
‘Sinds ik anderhalf jaar geleden uit het ziekenhuis ontslagen ben, is het heel rustig geworden. Het is vooral thuis zitten, want ik heb ook nog
één been dat het wat minder doet dan het andere. Ik mag niet meer op de fiets, niet meer in de auto, niks. Ik ben afhankelijk geworden.’ Weinig collega’s van vroeger komen
nog langs in Badhoevedorp. Frenkel Frank is ook nu de solist gebleven die hij altijd al was. ‘Ik hoef die mensen met wie ik heb samengewerkt ook niet meer terug te zien. Het is geen
tegenzin, maar er is iets met mij gebeurd waardoor zó veel verleden tijd is geworden. Het speelt geen rol meer in mijn hele leven. Ik laat het verleden rusten, omdat ik dat gedeelte van
mijn leven toch nooit meer terugkrijg. Ik vind het niet erg.’ Hij acht zich door zijn ziekte milder te zijn geworden. ‘Ik denk niet zo veel over de dingen na, dat is nu juist het
vervelende. Als ik overdag op mijn bed lig, lijkt het alsof ik mijzelf maar af zit te vragen: is er nu niets interessants te doen? Maar dan denk ik: nee, mijn tekst is weg. Ik moet me
realiseren dat dít het is waar ik het verder mee doen moet. Dus leid ik een sober, rustig en bescheiden leven, maar dat vind ik helemaal niet erg na het hectische bestaan dat ik heb
geleid. Laatst zei mijn vrouw nog tegen mij dat we vroeger bijna niets samen deden. Ik was er bijna nooit. Ik moest altijd “beroepsdingen” doen. Ik weet niet of ik nog een keer
zo’n soort leven zou willen leiden. Ik weet wel zeker van niet!’
Later, bij het afscheid, zegt hij dat hij het gevoel heeft dat het interview prettig is verlopen. Niet eerder kwam hij in de publiciteit na zijn ziekte, met één uitzondering: Bij Café Kooijmans op Radio 5 was hij recent even de gast van zijn vroegere collega Jeanne, die immers enige jaren Ook dat nog! heeft gepresenteerd. ‘Ik vond het heel genoeglijk, toen en nu weer.’


